search


Regolamento art MICAR sulle crypto testo multilingue 2023/1114 NL

BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR GA HR HU IT LV LT MT NL PL PT RO SK SL SV print pdf

2023/1114 NL cercato: 'significante' . Output generated live by software developed by IusOnDemand srl
Index & defs


index significante:


whereas significante:


definitions:


cloud tag: and the number of total unique words without stopwords is: 2388

 

Artikel 3

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“distributed-ledger-technologie” of “DLT”: een technologie die de werking en het gebruik van distributed ledgers mogelijk maakt;

2)

“distributed ledger”: een informatieopslagplaats waar afschriften van transacties worden geregistreerd en die wordt gedeeld over en gesynchroniseerd tussen een reeks DLT-netwerkknooppunten (DLT network nodes) door middel van een consensusmechanisme;

3)

“consensusmechanisme”: de regels en procedures waarmee tussen DLT-netwerkknooppunten wordt overeengekomen dat een transactie wordt gevalideerd;

4)

“DLT-netwerkknooppunt”: een apparaat of proces dat deel uitmaakt van een netwerk en een volledige of gedeeltelijke kopie bevat van de gegevens van alle transacties in een distributed ledger;

5)

“cryptoactivum”: een digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie;

6)

“activagerelateerde token”: een type cryptoactivum dat geen e-moneytoken is en dat een stabiele waarde tracht te behouden door te verwijzen naar een andere waarde of een ander recht of een combinatie daarvan, met inbegrip van een of meer officiële valuta;

7)

“elektronischgeldtoken” of “e-moneytoken”: een type cryptoactivum dat een stabiele waarde tracht te behouden door te verwijzen naar de waarde van een officiële valuta;

8)

“officiële valuta”: een door een centrale bank of een andere monetaire autoriteit uitgegeven officiële valuta van een land;

9)

“gebruikstoken” (utility token): een type cryptoactivum dat alleen bedoeld is om toegang te verlenen tot een goed dat of een dienst die door de uitgever ervan wordt aangeboden;

10)

“uitgever”: een natuurlijke of rechtspersoon, of andere onderneming, die cryptoactiva uitgeeft;

11)

“aanvragende uitgever”: een uitgever van activagerelateerde tokens of e-moneytokens die machtiging vraagt om die cryptoactiva aan het publiek te mogen aanbieden of verzoekt om toelating om in die cryptoactiva te mogen handelen;

12)

“aanbieding aan het publiek”: een in eender welke vorm en met eender welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden cryptoactiva wordt verstrekt om aspirant-houders in staat te stellen te beslissen of zij die cryptoactiva al dan niet willen aankopen;

13)

“aanbieder”: een natuurlijke of rechtspersoon, of andere onderneming, of de uitgever, die cryptoactiva aanbiedt aan het publiek;

14)

“geldmiddelen”: geldmiddelen zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 25), van Richtlijn (EU) 2015/2366;

15)

“aanbieder van cryptoactivadiensten”: een rechtspersoon of andere onderneming waarvan de activiteit of het bedrijf bestaat in het beroepsmatig aanbieden van één of meer cryptoactivadiensten aan cliënten, en die overeenkomstig artikel 59 cryptoactivadiensten mag aanbieden;

16)

“cryptoactivadienst”: elk van de hierna genoemde diensten en activiteiten die verband houden met een cryptoactivum:

a)

het bewaren en beheren van cryptoactiva namens cliënten;

b)

het exploiteren van een cryptoactivahandelsplatform;

c)

het omwisselen van cryptoactiva voor geldmiddelen;

d)

het omwisselen van cryptoactiva voor andere cryptoactiva;

e)

het uitvoeren van cryptoactivaorders namens cliënten;

f)

het plaatsen van cryptoactiva;

g)

het ontvangen en doorgeven van cryptoactivaorders namens cliënten;

h)

het verlenen van advies over cryptoactiva;

i)

het verzorgen van portefeuillebeheer voor cryptoactiva;

j)

het verlenen van cryptoactivaoverdrachtdiensten namens cliënten;

17)

“het bewaren en beheren van cryptoactiva namens cliënten”: het namens cliënten bewaren of beheren van cryptoactiva of van de toegangsmiddelen tot dergelijke cryptoactiva, in voorkomend geval in de vorm van geheime cryptografische sleutels;

18)

“het exploiteren van een cryptoactivahandelsplatform”: het beheren van een of meer multilaterale systemen, die op zodanige wijze meerdere aankoop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot cryptoactiva samenbrengen of vergemakkelijken, in het systeem en in overeenstemming met de regels ervan, dat er een overeenkomst uit voortvloeit, door de omwisseling van cryptoactiva voor geldmiddelen dan wel door de omwisseling van cryptoactiva voor andere cryptoactiva;

19)

“het omwisselen van cryptoactiva voor geldmiddelen”: het sluiten van aan- of verkoopovereenkomsten voor cryptoactiva tegen geldmiddelen met cliënten met gebruikmaking van eigen kapitaal;

20)

“het omwisselen van cryptoactiva voor andere cryptoactiva”: het sluiten van aan- of verkoopovereenkomsten voor cryptoactiva tegen andere cryptoactiva met cliënten met gebruikmaking van eigen kapitaal;

21)

“het uitvoeren van cryptoactivaorders namens cliënten”: het sluiten, namens cliënten, van overeenkomsten tot aan- of verkoop van een of meer cryptoactiva of het inschrijven namens cliënten op een of meer cryptoactiva, met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten tot verkoop van cryptoactiva op het moment van hun aanbieding aan het publiek of toelating tot de handel;

22)

“het plaatsen van cryptoactiva”: het op de markt brengen, namens of voor rekening van de aanbieder of van een met de aanbieder verbonden partij, van cryptoactiva aan kopers;

23)

“het ontvangen en doorgeven van cryptoactivaorders namens cliënten”: het van een persoon ontvangen van een order om één of meer cryptoactiva te kopen of te verkopen dan wel in te schrijven op één of meer cryptoactiva en het doorgeven van dat order aan een derde partij voor uitvoering;

24)

“het verlenen van advies over cryptoactiva”: het aan een cliënt op verzoek van de cliënt dan wel op initiatief van de adviesverlenende aanbieder van cryptoactivadiensten aanbieden, geven of instemmen om te geven, van gepersonaliseerde aanbevelingen met betrekking tot een of meer cryptoactivagerelateerde transacties, of het gebruik van cryptoactivadiensten;

25)

“het verzorgen van portefeuillebeheer voor cryptoactiva”: het per cliënt op discretionaire basis beheren van portefeuilles overeenkomstig een door de cliënten gegeven opdrachten, voor zover die portefeuilles een of meer cryptoactiva bevatten;

26)

“het verlenen van cryptoactivaoverdrachtdiensten namens cliënten”: het verlenen, namens een natuurlijke of rechtspersoon, van diensten van overdracht van cryptoactiva van één distributed-ledgeradres of -rekening naar een andere;

27)

“leidinggevend orgaan”: het orgaan of de organen van een uitgever, aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel, of van een aanbieder van cryptoactivadiensten, die overeenkomstig het nationale recht zijn aangewezen en die gemachtigd zijn de strategie, doelstellingen en algemene leiding van de entiteit vast te stellen en fungeren als toezichthouder op en bewaker van de leidinggevende besluitvorming van de entiteit en die personen omvatten die effectief leiding geven aan het bedrijf van de entiteit;

28)

“kredietinstelling”: een kredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en toegelaten uit hoofde van Richtlijn 2013/36/EU;

29)

“beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en toegelaten uit hoofde van Richtlijn 2014/65/EU;

30)

“gekwalificeerde beleggers”: personen of entiteiten die worden vermeld in de punten 1 tot met 4 van deel I van bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU;

31)

“nauwe banden”: nauwe banden zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 35, van Richtlijn 2014/65/EU;

32)

“activareserve”: de mand van reserveactiva die de vordering ten opzichte van de uitgever;

33)

“lidstaat van herkomst”:

a)

indien de aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel van andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens zijn statutaire zetel in de Unie heeft: de lidstaat waar die aanbieder of persoon zijn statutaire zetel heeft;

b)

indien de aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel van andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens geen statutaire zetel in de Unie heeft doch een of meer bijkantoren in de Unie heeft: de lidstaat die die aanbieder of persoon die om toelating verzoekt heeft gekozen uit de lidstaten waar hij zijn bijkantoren heeft;

c)

indien de aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel van andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens is gevestigd in een derde land en geen bijkantoor in de Unie heeft: de lidstaat waar de cryptoactiva voor het eerst aan het publiek zullen worden aangeboden dan wel, naar keuze van de aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel, de lidstaat waar de eerste aanvraag wordt gedaan om die cryptoactiva tot de handel toe te laten;

d)

in geval van een uitgever van activagerelateerde tokens: de lidstaat waar die uitgever van activagerelateerde tokens zijn statutaire zetel heeft;

e)

in geval van een uitgever van e-moneytokens: de lidstaat waar de uitgever van e-moneytokens beschikt over een vergunning als kredietinstelling op grond van Richtlijn 2013/36/EU of als een instelling voor elektronisch geld op grond van Richtlijn 2009/110/EG;

f)

in geval van aanbieders van cryptoactivadiensten: de lidstaat waar de aanbieder van cryptoactivadiensten zijn statutaire zetel heeft;

34)

“lidstaat van ontvangst”: de lidstaat waar een aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel een aanbieding van cryptoactiva aan het publiek heeft gedaan of waar hij om toelating tot de handel heeft verzocht, of waar een aanbieder van cryptoactivadiensten aanbiedt, indien deze verschilt van de lidstaat van herkomst;

35)

“bevoegde autoriteit”: één of meer autoriteiten die

a)

door elke lidstaat overeenkomstig artikel 93 zijn aangewezen met betrekking tot aanbieders, personen die om toelating verzoeken tot de handel in andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens en e-moneytokens, uitgevers van activagerelateerde tokens of aanbieders van cryptoactivadiensten;

b)

door elke lidstaat voor de toepassing van Richtlijn 2009/110/EG zijn aangewezen met betrekking tot uitgevers van e-moneytokens;

36)

“gekwalificeerde deelneming”: het direct of indirect houden van een deelneming in een uitgever van activagerelateerde tokens of in een aanbieder van cryptoactivadiensten van ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten, zoals respectievelijk uiteengezet in de artikelen 9 en 10 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (32), rekening houdend met de in artikel 12, leden 4 en 5, van die richtlijn bedoelde voorwaarden voor samenvoeging daarvan, dan wel van een deelneming die het mogelijk maakt een significante invloed uit te oefenen op het beheer van de uitgever van activagerelateerde tokens of op het beheer van een aanbieder van cryptoactivadiensten waarin wordt deelgenomen;

37)

“individuele houder”: een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die geen verband houden met zijn of haar handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

38)

“online interface”: software, met inbegrip van een website, een deel van een website of een applicatie, die wordt beheerd door of namens een aanbieder of een aanbieder van cryptoactivadiensten, en die dient om cryptoactivahouders toegang te verlenen tot hun cryptoactiva en cliënten toegang te geven tot cryptoactivadiensten;

39)

“cliënt”: een natuurlijke of rechtspersoon aan wie een aanbieder van cryptoactivadiensten aanbiedt;

40)

“matched principal trading”: matched principal trading zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 38, van Richtlijn 2014/65/EU;

41)

“betalingsdiensten”: betalingsdiensten zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Richtlijn (EU) 2015/2366;

42)

“betalingsdienstaanbieder”: een betalingsdienstaanbieder zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 11, van Richtlijn (EU) 2015/2366;

43)

“instelling voor elektronisch geld”: een instelling voor elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/110/EG;

44)

“elektronisch geld”: elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2009/110/EG;

45)

“persoonsgegevens”: persoonsgegevens zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679;

46)

“betalingsinstelling”: een betalingsinstelling zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Richtlijn (EU) 2015/2366;

47)

“icbe-beheermaatschappij”: een beheermaatschappij zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (33);

48)

“abi-beheerder”: een abi-beheerder zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt b), van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (34);

49)

“financieel instrument”: financiële instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2014/65/EU;

50)

“deposito”: een deposito zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/49/EU;

51)

“gestructureerd deposito” een gestructureerd deposito zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 43, van Richtlijn 2014/65/EU.

2.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 139 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening door technische elementen van de in lid 1 van dit artikel bepaalde definities nader in te vullen en die definities aan te passen aan markt- en technologische ontwikkelingen.

TITEL II

ANDERE CRYPTOACTIVA DAN ACTIVAGERELATEERDE TOKENS OF E-MONEYTOKENS

Artikel 12

Wijziging van gepubliceerde cryptoactivawitboeken en van gepubliceerde reclame-uitingen

1.   Aanbieders, personen die verzoeken om toelating tot de handel of exploitanten van een handelsplatform voor andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens wijzigen hun gepubliceerde cryptoactivawitboeken en, in voorkomend geval, hun gepubliceerde reclame-uitingen telkens wanneer er sprake is van een significante nieuwe factor, een materiële vergissing of een materiële onnauwkeurigheid die gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de cryptoactiva. Dat vereiste geldt voor de duur van de aanbieding aan het publiek of zolang het cryptoactivum tot de handel is toegelaten.

2.   Aanbieders, personen die verzoeken om toelating tot de handel of exploitanten van een handelsplatform voor andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst in kennis van hun gewijzigde cryptoactivawitboeken en, in voorkomend geval, van hun gewijzigde reclame-uitingen en de beoogde publicatiedatum, met inbegrip van de redenen voor die wijziging, en dit ten minste zeven werkdagen vóór de publicatie ervan.

3.   Op de publicatiedatum of eerder indien de bevoegde autoriteit dit verlangt, informeert de aanbieder, de persoon die verzoekt om toelating tot de handel of de exploitant van het handelsplatform het publiek onmiddellijk op zijn website van de kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van een gewijzigd cryptoactivawitboek en geeft hij een samenvatting van de redenen waarom hij van een gewijzigd cryptoactivawitboek heeft kennisgegeven.

4.   De volgorde van de informatie in een gewijzigd cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, in gewijzigde reclame-uitingen sluit aan bij die van het cryptoactivawitboek of de reclame-uitingen die overeenkomstig artikel 9 zijn gepubliceerd.

5.   Binnen vijf werkdagen na ontvangst van het gewijzigde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, van de gewijzigde reclame-uitingen stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de bevoegde autoriteit van de in artikel 8, lid 6, bedoelde lidstaten van ontvangst in kennis van het gewijzigde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, van de gewijzigde reclame-uitingen en deelt zij de kennisgeving en de publicatiedatum mee aan de ESMA.

De ESMA stelt het gewijzigde cryptoactivawitboek na publicatie beschikbaar in het register overeenkomstig artikel 109, lid 2.

6.   Aanbieders, personen die verzoeken om toelating tot de handel of exploitanten van handelsplatforms voor andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens publiceren het gewijzigde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, de gewijzigde reclame-uitingen, met inbegrip van de redenen voor de wijziging, op hun website overeenkomstig artikel 9.

7.   Het gewijzigde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, de gewijzigde reclame-uitingen dragen een tijdstempel. Het recentst gewijzigde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, de gewijzigde reclame-uitingen worden als de toepasselijke versie aangemerkt. Alle gewijzigde cryptoactivawitboeken en, in voorkomend geval, de gewijzigde reclame-uitingen blijven zo lang beschikbaar als de cryptoactiva door het publiek worden aangehouden.

8.   Indien de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op een gebruikstoken dat toegang biedt tot goederen en diensten die nog niet bestaan of nog niet in gebruik zijn genomen, mag met de veranderingen in het gewijzigde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, de gewijzigde reclame-uitingen de in artikel 4, lid 6, genoemde termijn van twaalf maanden niet worden verlengd.

9.   Oudere versies van het cryptoactivawitboek en de reclame-uitingen blijven gedurende ten minste 10 jaar na de datum van publicatie van die oudere versies openbaar beschikbaar op de website van de aanbieders, personen die verzoeken om toelating tot de handel of exploitanten van handelsplatforms, met een duidelijke waarschuwing dat zij niet langer geldig zijn en met een hyperlink naar de specifieke pagina op de website waar de recentste versie van die documenten wordt gepubliceerd.

Artikel 17

Vereisten voor kredietinstellingen

1.   Een door een kredietinstelling uitgegeven activagerelateerde token mag aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten indien de kredietinstelling:

a)

voor de activagerelateerde token een in artikel 19 bedoeld cryptoactivawitboek opstelt, dat cryptoactivawitboek ter goedkeuring voorlegt aan de bevoegde autoriteit van haar lidstaat van herkomst volgens de procedure die is uiteengezet in de overeenkomstig lid 8 van dit artikel vastgestelde technische reguleringsnormen, en het cryptoactivawitboek heeft laten goedkeuren door de bevoegde autoriteit;

b)

de betrokken bevoegde autoriteit ten minste 90 werkdagen vóór de eerste uitgifte van de activagerelateerde token in kennis stelt van de volgende informatie:

i)

een programma van werkzaamheden, met opgave van het bedrijfsmodel dat de kredietinstelling voornemens is toe te passen;

ii)

een juridisch advies dat de activagerelateerde tokens niet kunnen worden aangemerkt als een van het volgende:

een cryptoactivum dat overeenkomstig artikel 2, lid 4, van het toepassingsgebied van deze verordening wordt uitgesloten;

een e-moneytoken;

iii)

een gedetailleerde beschrijving van de in artikel 34, lid 1, bedoelde governanceregelingen;

iv)

de in artikel 34, lid 5, eerste alinea, vermelde beleidslijnen en procedures;

v)

een beschrijving van de in artikel 34, lid 5, tweede alinea, bedoelde contractuele regelingen met derden;

vi)

een beschrijving van het in artikel 34, lid 9, bedoelde bedrijfscontinuïteitsbeleid;

vii)

een beschrijving van de in artikel 34, lid 10, bedoelde internecontrolemechanismen en risicobeheersprocedures;

viii)

een beschrijving van de ingevoerde systemen en procedures om de in artikel 34, lid 11, bedoelde beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie te waarborgen.

2.   Een kredietinstelling die de bevoegde autoriteit reeds eerder overeenkomstig lid 1, punt b), in kennis heeft gesteld bij de uitgifte van een andere activagerelateerde token hoeft informatie die zij eerder bij de bevoegde autoriteit heeft ingediend, niet opnieuw in te dienen indien die informatie identiek is. Bij de indiening van de in lid 1, punt b), bedoelde informatie vermeldt de kredietinstelling uitdrukkelijk dat de niet opnieuw ingediende informatie nog actueel is.

3.   De bevoegde autoriteit die een in lid 1, punt b), bedoelde kennisgeving ontvangen beoordeelt binnen 20 werkdagen na ontvangst van de daarin opgesomde informatie of de krachtens dat punt vereiste informatie is verstrekt. Indien de bevoegde autoriteit concludeert dat een kennisgeving niet volledig is omdat er informatie ontbreekt, deelt zij dat onmiddellijk mee aan de kennisgevende kredietinstelling en stelt zij een termijn vast waarbinnen die kredietinstelling de ontbrekende informatie moet verstrekken.

De termijn voor het verstrekken van ontbrekende informatie mag niet langer zijn dan 20 werkdagen vanaf de datum van het verzoek. Tot het verstrijken van die termijn wordt de in de lid 1, punt b), genoemde termijn opgeschort. Verdere verzoeken van de bevoegde autoriteit om vervollediging of verduidelijking van de informatie worden naar haar eigen goeddunken gedaan, maar leiden niet tot opschorting van de in lid 1, punt b), gestelde termijn.

De kredietinstelling biedt de activagerelateerde token niet aan aan het publiek noch verzoekt zij om toelating tot de handel van de activagerelateerde token zolang de kennisgeving onvolledig is.

4.   Een kredietinstelling die activagerelateerde token uitgeeft, waaronder significante activagerelateerde tokens, is niet onderworpen aan de artikelen 16, 18, 20, 21, 24, 35, 41 en 42.

5.   De bevoegde autoriteit deelt de uit hoofde van lid 1 ontvangen informatie onverwijld mee aan de ECB en, indien de uitgever is gevestigd in een lidstaat die de euro niet als officiële valuta heeft, of indien de activagerelateerde token verwijst naar een andere officiële valuta van een lidstaat dan de euro, eveneens aan de centrale bank van die lidstaat.

De ECB en, in voorkomend geval, de in de eerste alinea bedoelde centrale bank van de lidstaat brengen binnen 20 werkdagen na ontvangst van de volledige informatie een advies uit over die informatie en zenden dat advies toe aan de bevoegde autoriteit.

De bevoegde autoriteit verlangt van de kredietinstelling dat zij de activagerelateerde token niet aan het publiek aanbiedt of om toelating tot de handel ervan verzoekt in gevallen waarin de ECB of, in voorkomend geval, de in de eerste alinea bedoelde centrale bank van de lidstaat een negatief advies uitbrengt op grond van een risico voor de goede werking van het betalingsverkeer, de transmissie van het monetaire beleid of de monetaire soevereiniteit.

6.   De bevoegde autoriteit stelt de ESMA in kennis van de in artikel 109, lid 3, gespecificeerde informatie nadat zij de volledigheid van de uit hoofde van lid 1 van dit artikel ontvangen informatie heeft geverifieerd.

De ESMA stelt dergelijke informatie overeenkomstig artikel 109, lid 3, beschikbaar in het register vanaf de aanvangsdatum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel.

7.   De relevante bevoegde autoriteit stelt de ESMA binnen twee werkdagen na de intrekking van de vergunning in kennis van de intrekking van de vergunning van een kredietinstelling die activagerelateerde tokens uitgeeft. De ESMA stelt de informatie over een dergelijke intrekking overeenkomstig artikel 109, lid 3, onverwijld beschikbaar in het register.

8.   De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ESMA en de ECB, ontwerpen van technische reguleringsnormen om de in lid 1, punt a), bedoelde procedure voor de goedkeuring van een cryptoactivawitboek nader in te vullen.

De EBA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.

Artikel 25

Wijziging van gepubliceerde cryptoactivawitboeken voor activagerelateerde tokens

1.   Uitgevers van activagerelateerde tokens stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst in kennis van alle voorgenomen wijzigingen van hun bedrijfsmodel die waarschijnlijk van significante invloed zijn op de aankoopbeslissing van houders of aspirant-houders van activagerelateerde tokens, en die na de toekenning van een vergunning overeenkomstig artikel 21 of na de goedkeuring van het cryptoactivawitboek overeenkomstig artikel 17, alsook in de context van artikel 23, plaatsvinden. Bij die wijzigingen gaat het onder meer om materiële wijzigingen van:

a)

de governanceregelingen, met inbegrip van rapporteringslijnen met het leidinggevende orgaan en het kader voor risicobeheer;

b)

de reserveactiva en de bewaring van de reserveactiva;

c)

de aan de houders van activagerelateerde tokens toegekende rechten;

d)

het mechanisme waarmee een activagerelateerde token wordt uitgegeven en terugbetaald;

e)

de protocollen voor het valideren van de transacties in activagerelateerde tokens;

f)

de werking van de uitgevergebonden distributed-ledger-technologie indien de activagerelateerde tokens met gebruikmaking van een dergelijke distributed-ledger-technologie worden uitgegeven, overgedragen en opgeslagen;

g)

de mechanismen om de liquiditeit van activagerelateerde tokens te waarborgen, met inbegrip van het beleid inzake liquiditeitsbeheer en de procedures voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens als bedoeld in artikel 45;

h)

de regelingen met derde entiteiten, onder meer wat betreft het beheer van de reserveactiva en de belegging van de reserve, de bewaring van reserveactiva en, in voorkomend geval, de distributie van de activagerelateerde tokens aan het publiek;

i)

de klachtenbehandelingsprocedures;

j)

de beoordeling van risico’s op het gebied van het witwassen van geld en terrorismefinanciering en de daarmee verband houdende algemene beleidslijnen en procedures.

Uitgevers van activagerelateerde tokens stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst minstens 30 werkdagen voordat de voorgenomen wijzigingen van kracht worden, daarvan in kennis.

2.   Indien de bevoegde autoriteit in kennis is gesteld van een in lid 1 bedoelde voorgenomen wijziging, stelt de uitgever van een activagerelateerde token een ontwerp van gewijzigd cryptoactivawitboek op en zorgt hij ervoor dat de volgorde van de daarin opgenomen informatie aansluit bij die van het oorspronkelijke cryptoactivawitboek.

De uitgever van de activagerelateerde token stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van het ontwerp van gewijzigd cryptoactivawitboek.

De bevoegde autoriteit bevestigt elektronisch zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst, de ontvangst van het ontwerp van gewijzigd cryptoactivawitboek.

De bevoegde autoriteit verleent haar goedkeuring aan of weigert de goedkeuring van het ontwerp van het gewijzigde cryptoactivawitboek binnen 30 werkdagen na bevestiging van ontvangst daarvan. Tijdens het onderzoek van het gewijzigde cryptoactivawitboek kan de bevoegde autoriteit verzoeken om aanvullende informatie over, een toelichting bij of de verantwoording voor het gewijzigde cryptoactivawitboek. Indien de bevoegde autoriteit een dergelijk verzoek indient, gaat de termijn van 30 werkdagen pas in wanneer de bevoegde autoriteit die extra informatie heeft ontvangen.

3.   Indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de wijzigingen van een cryptoactivawitboek relevant kunnen zijn voor de goede werking van het betalingsverkeer, de transmissie van het monetaire beleid en de monetaire soevereiniteit, raadpleegt zij de ECB en, in voorkomend geval, de in artikel 20, lid 4, bedoelde centrale bank. In dergelijke gevallen kan de bevoegde autoriteit ook de EBA en de ESMA raadplegen.

De ECB of de betrokken centrale bank en, in voorkomend geval, de EBA en de ESMA verstrekken binnen 20 werkdagen na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde raadpleging een advies.

4.   Indien de bevoegde autoriteit het gewijzigde cryptoactivawitboek goedkeurt, kan zij van de uitgever van de activagerelateerde token verlangen dat deze:

a)

voorziet in mechanismen ter bescherming van houders van de activagerelateerde token wanneer een potentiële wijziging van de activiteiten van de uitgever een wezenlijk effect kan hebben op de waarde, stabiliteit of risico’s van de activagerelateerde token of de reserveactiva;

b)

de nodige corrigerende maatregelen neemt om problemen in verband met de marktintegriteit, de financiële stabiliteit of de goede werking van het betalingsverkeer te verhelpen.

De bevoegde autoriteit verzoekt de uitgever van de activagerelateerde token om de passende corrigerende maatregelen te nemen om problemen in verband met de goede werking van het betalingsverkeer, de transmissie van het monetaire beleid of de monetaire soevereiniteit te verhelpen indien dergelijke corrigerende maatregelen worden voorgesteld door de ECB of, in voorkomend geval, de in artikel 20, lid 4, bedoelde centrale bank, tijdens de raadplegingen als bedoeld in lid 3 van dit artikel.

Indien de ECB of de in artikel 20, lid 4, bedoelde centrale bank andere maatregelen hebben voorgesteld dan die waarom de bevoegde autoriteit heeft verzocht, worden de voorgestelde maatregelen gecombineerd of, indien dat niet mogelijk is, wordt de strengste maatregel opgelegd.

5.   De bevoegde autoriteit stelt de ESMA, de centrale contactpunten van de lidstaten van ontvangst, de EBA, de ECB of, in voorkomend geval, de centrale bank van de betrokken lidstaat binnen twee werkdagen na het verlenen van de goedkeuring in kennis van het gewijzigde cryptoactivawitboek.

De ESMA stelt het gewijzigde cryptoactivawitboek onverwijld beschikbaar in het in artikel 109 bedoelde register.

Artikel 30

Doorlopende informatieverstrekking aan houders van activagerelateerde tokens

1.   Uitgevers van activagerelateerde tokens maken op heldere, accurate en transparante wijze op een openbare en gemakkelijk toegankelijke plaats op hun website bekend voor welk bedrag activagerelateerde tokens in omloop zijn en wat de waarde en samenstelling van de in artikel 36 bedoelde activareserve is. Dergelijke informatie wordt ten minste maandelijks bijgewerkt.

2.   Uitgevers van activagerelateerde tokens publiceren zo spoedig mogelijk op een openbare en gemakkelijk toegankelijke plaats op hun website een beknopte, heldere, accurate en transparante samenvatting van het auditverslag alsmede het volledige en onbewerkte auditverslag over de in artikel 36 bedoelde activareserve.

3.   Onverminderd artikel 88 maken uitgevers van activagerelateerde tokens zo spoedig mogelijk op een heldere, accurate en transparante wijze, op een openbare en gemakkelijk toegankelijke plaats, alle gebeurtenissen op hun website bekend die significante gevolgen voor de waarde van de activagerelateerde tokens of op de in artikel 36 bedoelde activareserve hebben of waarschijnlijk zal hebben.

Artikel 34

Governanceregelingen

1.   Uitgevers van activagerelateerde tokens beschikken over bestendige governanceregelingen, waaronder een duidelijke organisatiestructuur helder omschreven, transparante en consistente verantwoordelijkheden, effectieve procedures voor het identificeren, beheren, monitoren en rapporteren van de risico’s waaraan zij blootstaan of bloot kunnen komen te staan, en adequate internecontrolemechanismen, zoals gedegen administratieve en boekhoudkundige procedures.

2.   Leden van het leidinggevende orgaan van uitgevers van activagerelateerde tokens hebben een voldoende goede reputatie en zowel individueel als collectief beschikken over de passende kennis, vaardigheden en ervaring om hun taken te kunnen uitvoeren. Zij mogen met name niet zijn veroordeeld voor strafbare feiten die verband houden met het witwassen van geld of terrorismefinanciering of voor andere strafbare feiten die hun goede reputatie zouden aantasten. Zij tonen ook aan dat zij voldoende tijd kunnen besteden aan de daadwerkelijke uitvoering van hun taken.

3.   Het leidinggevende orgaan van uitgevers van activagerelateerde tokens beoordeelt, en toetst periodiek, de effectiviteit van de beleidsregelingen en -procedures waarin is voorzien om aan de hoofdstukken 2, 3, 5 en 6 van deze titel te voldoen, en neemt passende maatregelen om eventuele tekortkomingen in dat opzicht weg te werken.

4.   Aandeelhouders of leden die, direct of indirect, een gekwalificeerde deelneming in uitgevers van activagerelateerde tokens bezitten, hebben een voldoende goede reputatie en zijn met name niet veroordeeld voor strafbare feiten in verband met het witwassen van geld of terrorismefinanciering of voor andere strafbare feiten die hun goede reputatie zouden aantasten.

5.   Uitgevers van activagerelateerde tokens stellen beleidslijnen en procedures vast die voldoende effectief zijn om de naleving van deze verordening te waarborgen. Uitgevers van activagerelateerde tokens zorgen met name voor het opstellen, in stand houden en toepassen van met name beleidslijnen en procedures met betrekking tot:

a)

de in artikel 36 bedoelde activareserve;

b)

de in artikel 37 bedoelde bewaring van de reserveactiva, waaronder de scheiding van activa;

c)

de in artikel 39 genoemde rechten die aan de houders van activagerelateerde tokens zijn toegekend;

d)

het mechanisme waarmee activagerelateerde tokens worden uitgegeven en terugbetaald;

e)

de protocollen voor het valideren van transacties in activagerelateerde tokens;

f)

de werking van de uitgevergebonden distributed-ledger-technologie indien de activagerelateerde tokens met gebruikmaking van een dergelijke distributed-ledger-technologie worden uitgegeven, overgedragen en opgeslagen, of met vergelijkbare technologie die door de uitgevers of door een namens hen handelende derde wordt gebruikt;

g)

de mechanismen die zorgen voor de liquiditeit van activagerelateerde tokens, met inbegrip van het beleid en de procedures voor liquiditeitsbeheer voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens als bedoeld in artikel 45;

h)

regelingen met derde entiteiten wat betreft de exploitatie van de activareserve en de belegging van de reserveactiva, de bewaring van de reserveactiva en, in voorkomend geval, de distributie van de activagerelateerde tokens aan het publiek;

i)

de schriftelijke toestemming van de uitgevers van activagerelateerde tokens aan andere personen die de activagerelateerde tokens zouden kunnen aanbieden of zouden kunnen verzoeken om toelating tot de handel van de activagerelateerde tokens;

j)

de in artikel 31 bedoelde klachtenbehandeling;

k)

de in artikel 32 genoemde belangenconflicten.

Indien uitgevers van activagerelateerde tokens regelingen als bedoeld in de eerste alinea, punt h), aangaan, worden die regelingen vastgelegd in een contract met de derde entiteiten. Die contractuele regelingen omschrijven de rol, verantwoordelijkheden, rechten en verplichtingen van zowel de uitgevers van activagerelateerde tokens als de derde entiteiten. Contractuele regelingen met jurisdictieoverschrijdende implicaties voorzien in een ondubbelzinnige keuze van het toepasselijke recht.

6.   Tenzij uitgevers van activagerelateerde tokens een in artikel 47 bedoeld terugbetalingsplan in werking hebben gesteld, hanteren zij passende en evenredige systemen, middelen en procedures om ervoor te zorgen dat hun diensten en activiteiten continu en regelmatig worden verricht. Daartoe zorgen uitgevers van activagerelateerde tokens ervoor dat al hun toegangsbeveiligingssystemen en -protocollen in overeenstemming zijn met aan de passende Unienormen.

7.   Indien de uitgever van een activagerelateerde token besluit het verrichten van zijn diensten en activiteiten stop te zetten, onder meer door de uitgifte van die activagerelateerde token stop te zetten, legt hij aan de bevoegde autoriteit een plan voor ter goedkeuring van een dergelijke stopzetting.

8.   Uitgevers van activagerelateerde tokens identificeren bronnen van operationele risico’s en beperken die risico’s tot een minimum door passende systemen, controles en procedures uit te werken.

9.   Uitgevers van activagerelateerde tokens stellen een bedrijfscontinuïteitsbeleid en bedrijfscontinuïteitsplannen vast om te waarborgen dat, bij een onderbreking van hun ICT-systemen en -procedures, wezenlijke gegevens en bedrijfsfuncties beschermd zijn en hun activiteiten worden voortgezet, of, indien dat niet mogelijk is, dat dergelijke gegevens en functies tijdig worden hersteld en hun activiteiten tijdig worden hervat.

10.   Uitgevers van activagerelateerde tokens beschikken over internecontrolemechanismen en effectieve procedures voor risicobeheer, met inbegrip van doeltreffende controle- en beveiligingsregelingen voor het beheer van ICT-systemen, zoals vereist door Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad (37). Door die procedures wordt voorzien in een omvattende beoordeling wat betreft de afhankelijkheid van in lid 5, eerste alinea, punt h), van dit artikel bedoelde derde entiteiten. Uitgevers van activagerelateerde tokens monitoren en evalueren op regelmatige basis de adequaatheid en doeltreffendheid van de internecontrolemechanismen en procedures voor risicobeoordeling en zij nemen passende maatregelen om eventuele tekortkomingen weg te werken.

11.   Uitgevers van activagerelateerde tokens beschikken over systemen en procedures die geschikt zijn om de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie te waarborgen, zoals vereist door Verordening (EU) 2022/2554 en in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679. Met die systemen worden tijdens de activiteiten van de uitgevers verzamelde en geproduceerde relevante gegevens en informatie vastgelegd en bewaard.

12.   Uitgevers van activagerelateerde tokens zorgen ervoor dat zij op regelmatige basis door onafhankelijke auditors worden gecontroleerd. De resultaten van die controles worden meegedeeld aan het leidinggevende orgaan van de betrokken uitgever en worden ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteit.

13.   Uiterlijk op 30 juni 2024 vaardigt de EBA, in nauwe samenwerking met de ESMA en de ECB, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, richtsnoeren uit tot nadere invulling van de minimuminhoud van de governanceregelingen betreffende:

a)

de monitoringinstrumenten voor de in lid 8 bedoelde risico’s;

b)

het in lid 9 bedoelde bedrijfscontinuïteitsplan;

c)

de in lid 10 bedoelde internecontrolemechanismen;

d)

de in lid 12 bedoelde controles, met inbegrip van de minimumdocumentatie die bij de controle moet worden gebruikt.

Bij het uitvaardigen van de in de eerste alinea bedoelde richtsnoeren houdt de EBA rekening met de governancevoorschriften in andere wetgevingshandelingen van de Unie inzake financiële diensten, waaronder Richtlijn 2014/65/EU.

Artikel 35

Eigenvermogensvereisten

1.   Uitgevers van activagerelateerde tokens beschikken te allen tijde over een eigen vermogen dat gelijk is aan ten minste het hoogste van de volgende bedragen:

a)

350 000 EUR;

b)

2 % van het gemiddelde bedrag van de in artikel 36 bedoelde activareserve;

c)

een kwart van de vaste kosten van het voorgaande jaar.

Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea wordt onder het gemiddelde bedrag van de activareserve verstaan het gemiddelde bedrag van de reserveactiva aan het eind van elke kalenderdag, berekend over de voorafgaande zes maanden.

Indien een uitgever meer dan één activagerelateerde token aanbiedt, is het in punt b) van de eerste alinea bedoelde bedrag de som van het gemiddelde bedrag van de reserveactiva die elke activagerelateerde token dekt.

Het in punt c) van de eerste alinea bedoelde bedrag wordt jaarlijks herzien en wordt berekend overeenkomstig artikel 67, lid 3.

2.   Het in lid 1 van dit artikel bedoelde eigen vermogen bestaat in de tier 1-kernkapitaalbestanddelen en -instrumenten als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 30 van Verordening (EU) nr. 575/2013, na alle aftrekkingen overeenkomstig artikel 36 van die verordening, zonder de toepassing van de in artikel 46, lid 4, en artikel 48 van die verordening bedoelde vrijstellingsdrempels.

3.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan van een uitgever van een activagerelateerde token verlangen dat hij een bedrag aan eigen vermogen aanhoudt dat tot 20 % hoger is dan het bedrag dat uit de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt b), resulteert, indien een beoordeling van een van de volgende elementen duidt op een hoger risiconiveau:

a)

de evaluatie van de risicobeheersprocedures en internecontrolemechanismen van de uitgever van de activagerelateerde token als bedoeld in artikel 34, leden 1, 8 en 10;

b)

de kwaliteit en volatiliteit van de in artikel 36 bedoelde activareserve;

c)

de typen rechten die de uitgever van de activagerelateerde token overeenkomstig artikel 39 aan houders van de activagerelateerde token toekent;

d)

indien de activareserve beleggingen omvat: de risico’s van het beleggingsbeleid voor de activareserve;

e)

de geaggregeerde waarde en het geaggregeerde aantal in de activagerelateerde token afgewikkelde transacties;

f)

het belang van de markten waarop de activagerelateerde token wordt aangeboden en verkocht;

g)

in voorkomend geval de marktkapitalisatie van de activagerelateerde token.

4.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan van een uitgever van een niet-significante activagerelateerde token verlangen dat deze aan de in artikel 45 uiteengezette vereisten voldoet indien dat nodig is om het overeenkomstig lid 3 van dit artikel vastgestelde hogere risiconiveau of andere risico’s die artikel 45 beoogt aan te pakken, zoals liquiditeitsrisico’s, aan te pakken.

5.   Onverminderd lid 3 voeren uitgevers van activagerelateerde tokens regelmatig een stresstest uit, waarbij rekening wordt gehouden met ernstige maar plausibele financiëlestressscenario’s, zoals renteschokken, en niet-financiëlestressscenario’s, zoals operationeel risico. Op basis van het resultaat van dergelijke stresstests verlangt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever van de activagerelateerde token dat hij een bedrag aan eigen vermogen aanhoudt dat in bepaalde omstandigheden, rekening houdend met de risicoprognoses en de resultaten van de stresstest, tussen 20 en 40 % hoger is dan het uit de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt b), resulterende bedrag.

6.   De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ESMA en de ECB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

a)

de procedure en het tijdschema voor een uitgever van een activagerelateerde token om zich aan de in lid 3 uiteengezette hogere eigenvermogensvereisten aan te passen;

b)

de criteria om een hoger eigen vermogen te verlangen, zoals uiteengezet in lid 3;

c)

de minimumvereisten voor de opzet van stresstestprogramma’s, rekening houdend met de omvang, complexiteit en aard van de activagerelateerde token, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i)

de soorten stresstests en de belangrijkste doelstellingen en toepassingen ervan;

ii)

de frequentie van de verschillende stresstestoefeningen;

iii)

de interne-governanceregelingen;

iv)

de relevante gegevensinfrastructuur;

v)

de methode en de plausibiliteit van de aannames;

vi)

de toepassing van het evenredigheidsbeginsel op alle kwantitatieve en kwalitatieve minimumeisen, en

vii)

de minimale periodiciteit van de stresstests en de gemeenschappelijke referentieparameters van de stresstestscenario’s.

De EBA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

HOOFDSTUK 3

Activareserve

Artikel 42

Inhoud van de beoordeling van voorgenomen verwervingen van uitgevers van activagerelateerde tokens

1.   Wanneer de bevoegde autoriteit de in artikel 41, lid 4, bedoelde beoordeling uitvoert, beoordeelt zij de geschiktheid van de voorgenomen verwerver en de financiële deugdelijkheid van de voorgenomen verwerving als bedoeld in artikel 41, lid 1, aan de hand van elk van de volgende criteria:

a)

de reputatie van de voorgenomen verwerver;

b)

de reputatie, kennis, vaardigheden en ervaring van personen die als gevolg van de voorgenomen verwerving verantwoordelijk zullen zijn voor de bedrijfsvoering van de uitgever van de activagerelateerde token;

c)

de financiële deugdelijkheid van de voorgenomen verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die worden beoogd en nagestreefd met betrekking tot de uitgever van de activagerelateerde token waarin de verwerving is voorgenomen;

d)

de vraag of de uitgever van de activagerelateerde token in staat zal zijn aan alle bepalingen van deze titel te voldoen en te blijven voldoen;

e)

de vraag of er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat, in verband met de voorgenomen verwerving, geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat wordt of werd gepoogd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1, respectievelijk lid 3 en lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/849, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.

2.   De bevoegde autoriteit maag zich alleen tegen de voorgenomen verwerving verzetten indien daarvoor op basis van de criteria van lid 1 van dit artikel redelijke gronden zijn of indien de overeenkomstig artikel 41, lid 4, verstrekte informatie onvolledig of onjuist is.

3.   De lidstaten stellen geen voorafgaande voorwaarden aan de omvang van de gekwalificeerde deelneming die overeenkomstig deze verordening moet worden verworven, en staan hun bevoegde autoriteiten evenmin toe de voorgenomen verwerving aan de economische marktbehoeften te toetsen.

4.   De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ESMA, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gedetailleerde inhoud van de informatie die noodzakelijk is om de in artikel 41, lid 4, eerste alinea, bedoelde beoordeling uit te voeren. De vereiste informatie is relevant voor een prudentiële beoordeling, is evenredig en is aangepast aan de aard van de voorgenomen verwerver en de voorgenomen verwerving als bedoeld in artikel 41, lid 1.

De EBA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

HOOFDSTUK 5

significante activagerelateerde tokens

Artikel 43

Classificatie van activagerelateerde tokens als significante activagerelateerde tokens

1.   De criteria voor de classificatie van activagerelateerde tokens als significante activagerelateerde tokens zijn de volgende, zoals nader gespecificeerd in de overeenkomstig lid 11 vastgestelde gedelegeerde handelingen:

a)

het aantal houders van de activagerelateerde token is groter dan 10 miljoen;

b)

de waarde van de uitgegeven activagerelateerde token, de marktkapitalisatie ervan of de omvang van de activareserve van de uitgever van de activagerelateerde token is hoger dan 5 miljard EUR;

c)

het gemiddelde aantal en de gemiddelde geaggregeerde waarde van transacties in die activagerelateerde token per dag gedurende de desbetreffende periode zijn hoger dan respectievelijk 2,5 miljoen transacties en 500 miljoen EUR per dag;

d)

de uitgever van de activagerelateerde token is een aanbieder van kernplatformdiensten die is aangewezen als poortwachter overeenkomstig Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad (43);

e)

het belang van de activiteiten van de uitgever van de activagerelateerde token op internationale schaal, met inbegrip van het gebruik van de activagerelateerde token voor betalingen en overdrachten;

f)

de verwevenheid van de activagerelateerde token of zijn uitgevers met het financiële stelsel;

g)

het feit dat dezelfde uitgever ten minste één extra activagerelateerde token of e-moneytoken uitgeeft en ten minste één cryptoactivadienst aanbiedt.

2.   De EBA deelt activagerelateerde tokens in als significante activagerelateerde tokens wanneer aan ten minste drie van de criteria van lid 1 van dit artikel is voldaan:

a)

gedurende de periode van het eerste informatieverslag als bedoeld in lid 4 van dit artikel, na de vergunningverlening overeenkomstig artikel 21 of na de goedkeuring van het cryptoactivawitboek overeenkomstig artikel 17, of

b)

gedurende de periode van ten minste twee opeenvolgende informatieverslagen als bedoeld in lid 4 van dit artikel.

3.   Indien verschillende uitgevers dezelfde activagerelateerde token uitgeven, wordt de vervulling van de in lid 1 genoemde criteria beoordeeld na aggregatie van de gegevens van die uitgevers.

4.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de uitgever verschaffen de EBA en de ECB ten minste tweemaal per jaar informatie die relevant is voor de beoordeling van de vervulling van de in lid 1 van dit artikel genoemde criteria, waaronder, in voorkomend geval, de uit hoofde van artikel 22 ontvangen informatie.

Indien de uitgever is gevestigd in een lidstaat waar de euro niet de officiële valuta is of indien de activagerelateerde token verwijst naar een officiële valuta van een lidstaat die niet de euro is, geven de bevoegde autoriteiten de in de eerste alinea bedoelde informatie door aan de centrale bank van die lidstaat.

5.   Indien de EBA tot de conclusie komt dat een activagerelateerde token voldoet aan de in lid 1 genoemde criteria overeenkomstig lid 2, stelt de EBA een ontwerpbesluit op waarbij de activagerelateerde token wordt ingedeeld als een significante activagerelateerde token en stelt zij de uitgever van die activagerelateerde token, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever, de ECB en, in de in lid 4, tweede alinea, bedoelde gevallen, de centrale bank van de betrokken lidstaat, in kennis van dat ontwerpbesluit.

Uitgevers van dergelijke activagerelateerde tokens, hun bevoegde autoriteiten, de ECB en, in voorkomend geval, de centrale bank van de betrokken lidstaat beschikken over 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van het ontwerpbesluit van de EBA om schriftelijk opmerkingen te maken en commentaar te geven. De EBA houdt naar behoren rekening met die opmerkingen en dat commentaar alvorens een definitief besluit vast te stellen.

6.   De EBA neemt 60 werkdagen vanaf de datum van de in lid 5 bedoelde kennisgeving een definitief besluit over de vraag of een activagerelateerde token als significante activagerelateerde token moet worden ingedeeld en geeft de uitgever van een dergelijke activagerelateerde token en zijn bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk kennis.

7.   Indien een activagerelateerde token op grond van een overeenkomstig lid 6 genomen besluit van de EBA als significant is ingedeeld, worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van een uitgever van dat significante activagerelateerde token binnen 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat besluit van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever overgedragen aan de EBA.

De EBA en de bevoegde autoriteit werken nauw samen om te zorgen voor de vlotte overgang van toezichthoudende bevoegdheden.

8.   De EBA herbeoordeelt jaarlijks de classificatie van significante activagerelateerde tokens op basis van de beschikbare informatie, onder andere uit de in lid 4 bedoelde verslagen of de uit hoofde van artikel 22 ontvangen informatie.

Indien de EBA tot de conclusie komt dat bepaalde activagerelateerde tokens niet langer voldoen aan de overeenkomstig lid 2 in lid 1 genoemde criteria, stelt de EBA een ontwerpbesluit op waarbij de activagerelateerde token niet langer wordt ingedeeld als significant en stelt zij de uitgevers van die activagerelateerde tokens, de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst, de ECB of, in de in lid 4, tweede alinea, bedoelde gevallen, de centrale bank van de betrokken lidstaat in kennis van dat ontwerpbesluit.

Uitgevers van dergelijke activagerelateerde tokens, hun bevoegde autoriteiten, de ECB, en de in lid 4 bedoelde centrale bank beschikken over 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat ontwerpbesluit om schriftelijk opmerkingen te maken en commentaar te geven. De EBA houdt naar behoren rekening met die opmerkingen en dat commentaar alvorens een definitief besluit vast te stellen.

9.   De EBA neemt binnen 60 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving als bedoeld in lid 8 een definitief besluit over de vraag of een activagerelateerde token niet langer als significant moet worden ingedeeld en stelt de uitgever van dergelijke activagerelateerde tokens en hun bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis.

10.   Indien een activagerelateerde token op grond van een overeenkomstig lid 9 genomen besluit van de EBA niet langer is ingedeeld als significant, worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van de uitgever van die activagerelateerde token binnen 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat besluit van de EBA overgedragen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever.

De EBA en de bevoegde autoriteit werken nauw samen om te zorgen voor de vlotte overgang van toezichthoudende bevoegdheden.

11.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 139 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door nadere invulling te geven aan de in lid 1 genoemde criteria om een activagerelateerde token als significant in te delen en om het volgende te bepalen:

a)

de omstandigheden waarin de activiteiten van de uitgever van de activagerelateerde token op internationale schaal buiten de Unie als significant worden beschouwd;

b)

de omstandigheden waarin activagerelateerde tokens en de uitgevers daarvan als met het financiële stelsel verweven worden beschouwd;

c)

de inhoud en het format van de op grond van lid 4 van dit artikel en artikel 56, lid 3, door de bevoegde autoriteiten aan de EBA en de ECB te verschaffen informatie;

Artikel 44

Vrijwillige classificatie van activagerelateerde tokens als significante activagerelateerde tokens

1.   Aanvragende uitgevers van activagerelateerde tokens kunnen in hun vergunningsaanvraag overeenkomstig artikel 18 of in hun kennisgeving overeenkomstig artikel 17 aangeven dat zij willen dat hun activagerelateerde tokens als significante activagerelateerde tokens worden ingedeeld. In dat geval stelt de bevoegde autoriteit de EBA, de ECB, en in de in artikel 43, lid 4, bedoelde gevallen, de centrale bank van de betrokken lidstaat, onverwijld kennis van een dergelijk verzoek van de aanvragende uitgever.

Opdat een activagerelateerde token overeenkomstig dit artikel als significant wordt ingedeeld, toont de aanvragende uitgever van de activagerelateerde token door middel van een gedetailleerd programma van werkzaamheden als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), i), en artikel 18, lid 2, punt d), aan dat hij waarschijnlijk aan ten minste drie van de in artikel 43, lid 1, uiteengezette criteria zal voldoen.

2.   De EBA stelt binnen 20 werkdagen na de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving een ontwerpbesluit op waarin zij op basis van het programma van werkzaamheden een advies geeft over de vraag of de activagerelateerde token voldoet of waarschijnlijk zal voldoen aan tenminste drie van de in artikel 43, lid 1, tweede alinea, uiteengezette criteria en stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de aanvragende uitgever, de ECB, en in de in artikel 43, lid 4, bedoelde gevallen, de centrale bank van de betrokken lidstaat in kennis van dat ontwerpbesluit.

De bevoegde autoriteiten van uitgevers van dergelijke activagerelateerde tokens, de ECB en, in voorkomend geval, de centrale bank van de betrokken lidstaat beschikken over 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat ontwerpbesluit om schriftelijk opmerkingen te maken en commentaar te geven. De EBA houdt naar behoren rekening met die opmerkingen en commentaar terdege rekening alvorens een definitief besluit vast te stellen.

3.   De EBA neemt binnen 60 werkdagen vanaf de in lid 1 bedoelde kennisgeving een definitief besluit over de vraag of een activagerelateerde token als significant activagerelateerde token moet worden ingedeeld en stelt de aanvragende uitgever van een dergelijke activagerelateerde token en zijn bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van dat besluit.

4.   Indien activagerelateerde tokens op grond van een overeenkomstig lid 3 van dit artikel genomen besluit van de EBA als significant zijn ingedeeld, worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van uitgevers van die activagerelateerde tokens van de bevoegde autoriteit overgedragen aan de EBA op de datum van het besluit van de bevoegde autoriteit om de in artikel 21, lid 1, bedoelde vergunning te verlenen of op de datum van de goedkeuring van het cryptoactivawitboek overeenkomstig artikel 17.

Artikel 45

Specifieke aanvullende verplichtingen voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens

1.   Uitgevers van significante activagerelateerde tokens zorgen voor de vaststelling, toepassing en instandhouding van een beloningsbeleid dat het gedegen en effectief risicobeheer van dergelijke uitgevers aanmoedigt en geen prikkels creëert om de risiconormen te versoepelen.

2.   Uitgevers van significante activagerelateerde tokens zorgen ervoor dat dergelijke tokens op een niet-discriminerende, billijke en transparante wijze in bewaring kunnen worden gehouden door verschillende aanbieders van cryptoactivadiensten die beschikken over een vergunning voor het bewaren en beheren van cryptoactiva namens cliënten, met inbegrip van aanbieders van cryptoactivadiensten die niet behoren tot dezelfde groep zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Richtlijn 2013/34/EU.

3.   Uitgevers van significante activagerelateerde tokens beoordelen en monitoren de liquiditeitsbehoeften om aan de terugbetalingsverzoeken voor activagerelateerde tokens door houders ervan te kunnen voldoen. Daartoe zorgen uitgevers van significante activagerelateerde tokens voor de vaststelling, instandhouding en uitvoering van een beleid en procedures voor liquiditeitsbeheer. Dat beleid en die procedures zorgen ervoor dat de reserveactiva een veerkrachtig liquiditeitsprofiel hebben dat uitgevers van significante activagerelateerde tokens in staat stelt om — ook in scenario’s met liquiditeitsstress — normaal te kunnen blijven functioneren.

4.   Uitgevers van significante activagerelateerde tokens voeren regelmatig liquiditeitstresstests uit. Afhankelijk van het resultaat van dergelijke tests kan de EBA besluiten om de in lid 7, eerste alinea, punt b), van dit artikel en in artikel 36, lid 6, bedoelde liquiditeitsvereisten te verstrengen.

Indien uitgevers van significante activagerelateerde tokens twee of meer activagerelateerde tokens aanbieden of cryptoactivadiensten aanbieden, bestrijken die stresstests al die activiteiten op allesomvattende en holistische wijze.

5.   Het in artikel 35, lid 1, eerste alinea, punt b), genoemde percentage wordt voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens vastgesteld op 3 % van het gemiddelde bedrag van de reserveactiva.

6.   Indien meerdere uitgevers dezelfde significante activagerelateerde token aanbieden, zijn de leden 1 tot en met 5 van toepassing op elke uitgever.

Indien een uitgever twee of meer activagerelateerde tokens in de Unie aanbiedt en ten minste één van die activagerelateerde tokens als significant worden ingedeeld, zijn de leden 1 tot en met 5 van toepassing op die uitgever.

7.   De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de ESMA, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

a)

de minimuminhoud van de governanceregelingen betreffende het in lid 1 bedoelde beloningsbeleid;

b)

de minimuminhoud van het beleid en de procedures voor liquiditeitsbeheer zoals uiteengezet in lid 3 en de liquiditeitsvereisten, met vermelding van het minimumbedrag van de deposito’s in elke officiële valuta waarnaar wordt verwezen, dat niet lager mag zijn dan 60 % van de waarde van de tokens waarnaar in elke officiële valuta wordt verwezen;

c)

de procedure en het tijdschema voor een uitgever van een significante activagerelateerde token om het bedrag van zijn eigen vermogen aan te passen zoals vereist door lid 5.

In het geval van kredietinstellingen kalibreert de EBA de technische normen rekening houdend met eventuele interacties tussen de bij deze verordening vastgestelde regelgevingsvereisten en de bij andere wetgevingshandelingen van de Unie vastgestelde regelgevingsvereisten.

De EBA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

8.   De EBA vaardigt, in nauwe samenwerking met de ESMA en de ECB, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren uit met het oog op de vaststelling van de gemeenschappelijke referentieparameters van de stresstestscenario’s die moeten worden opgenomen in de in lid 4 van dit artikel bedoelde stresstests. Die richtsnoeren worden regelmatig bijgewerkt, rekening houdend met de recentste marktontwikkelingen.

HOOFDSTUK 6

Herstel- en terugbetalingsplannen

Artikel 51

Inhoud en vorm van het cryptoactivawitboek voor e-moneytokens

1.   Een cryptoactivawitboek voor een e-moneytoken bevat alle volgende informatie, zoals nader gespecificeerd in bijlage III:

a)

informatie over de uitgever van de e-moneytoken;

b)

informatie over de e-moneytoken;

c)

informatie over de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel van de e-moneytoken;

d)

informatie over de aan de e-moneytoken verbonden rechten en verplichtingen;

e)

informatie over de onderliggende technologie;

f)

informatie over de risico’s;

g)

informatie over de belangrijkste negatieve effecten op het klimaat en andere milieugerelateerde negatieve effecten van het consensusmechanisme dat wordt gebruikt om de moneytoken uit te geven.

Het cryptoactivawitboek bevat ook de identiteit van de andere persoon dan de uitgever die de e-moneytoken overeenkomstig artikel 48, lid 1, tweede alinea, aanbiedt aan het publiek of om toelating daarvan tot de handel verzoekt, en de reden waarom die specifieke persoon die die e-moneytoken aanbiedt of om toelating daarvan tot de handel verzoekt.

2.   Alle in lid 1 genoemde informatie is correct, duidelijk en niet misleidend. Het cryptoactivawitboek laat geen materiële informatie weg en presenteert de informatie op beknopte en begrijpelijke wijze.

3.   Het cryptoactivawitboek bevat op de eerste bladzijde de volgende duidelijke en opvallende verklaring:

“Dit cryptoactivawitboek is niet goedgekeurd door een bevoegde autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie. De uitgever van het cryptoactivum is als enige verantwoordelijk voor de inhoud van dit cryptoactivawitboek.”.

4.   Het cryptoactivawitboek bevat een duidelijke waarschuwing dat:

a)

de e-moneytoken niet onder de beleggerscompensatiestelsels uit hoofde van Richtlijn 97/9/EG valt;

b)

de e-moneytoken niet onder de depositogarantiestelsels uit hoofde van Richtlijn 2014/49/EU valt.

5.   Het cryptoactivawitboek bevat een verklaring van het leidinggevende orgaan van de uitgever van de e-moneytoken. Die verklaring, die na de in lid 3 bedoelde verklaring wordt ingevoegd, bevestigt dat het cryptoactivawitboek voldoet aan deze titel en dat, naar het beste weten van het leidinggevende orgaan, de informatie in het cryptoactivawitboek volledig, correct, duidelijk en niet misleidend is en dat er geen gegevens zijn weggelaten die gevolgen zouden kunnen hebben voor het belang ervan.

6.   Het cryptoactivawitboek bevat een samenvatting, die wordt ingevoegd na de in lid 5 bedoelde verklaring, waarin in beknopte en niet-technische bewoordingen essentiële informatie wordt gegeven over de aanbieding aan het publiek van de e-moneytoken of de voorgenomen toelating tot de handel van de e-moneytoken. De samenvatting is gemakkelijk te begrijpen en wordt gepresenteerd en vormgegeven in een duidelijk en volledig format, met gebruikmaking van tekens van leesbare grootte. De samenvatting van het cryptoactivawitboek biedt passende informatie over de kenmerken van de betrokken cryptoactiva, om aspirant-houders van de cryptoactiva te helpen een weloverwogen beslissing te nemen.

De samenvatting bevat een waarschuwing dat:

a)

zij moet worden gelezen als een inleiding op het cryptoactivawitboek;

b)

de aspirant-houder elk besluit tot aankoop van de e-moneytoken moet baseren op de inhoud van het cryptoactivawitboek als geheel en niet louter op de samenvatting;

c)

de aanbieding aan het publiek van de e-moneytoken geen aanbod of vraag is om financiële instrumenten te kopen en dat een dergelijk aanbod of een dergelijke vraag enkel kan gebeuren door middel van een prospectus of andere aanbiedingsdocumenten overeenkomstig het toepasselijke nationale recht;

d)

het cryptoactivawitboek geen prospectus is zoals bedoeld in Verordening (EU) 2017/1129, noch een ander aanbiedingsdocument overeenkomstig het Unie- of nationale recht.

De samenvatting geeft aan dat de houders van de e-moneytoken te allen tijde recht hebben op terugbetaling tegen nominale waarde en vermeldt de voorwaarden voor terugbetaling.

7.   Het cryptoactivawitboek bevat de datum van kennisgeving ervan en een inhoudsopgave.

8.   Het cryptoactivawitboek wordt opgesteld in een officiële taal van de lidstaat van herkomst of in een taal die gangbaar is in de internationale financiële wereld.

Indien de e-moneytoken ook wordt aangeboden in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, wordt het cryptoactivawitboek ook opgesteld in een officiële taal van de lidstaat van ontvangst of in een taal die gangbaar is in de internationale financiële wereld.

9.   Het cryptoactivawitboek wordt beschikbaar gesteld in een machineleesbaar format.

10.   De ESMA stelt, in samenwerking met de EBA, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op om de standaardformulieren, formats en templates ten behoeve van lid 9 vast te stellen.

De ESMA dient de ontwerpen van de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

11.   Uitgevers van e-moneytokens stellen hun bevoegde autoriteit ten minste 20 werkdagen vóór de datum van publicatie ervan in kennis van hun cryptoactivawitboek.

De bevoegde autoriteiten verlangen geen voorafgaande goedkeuring van cryptoactivawitboeken vóór de publicatie ervan.

12.   Elke significante nieuwe factor, materiële vergissing of materiële onnauwkeurigheid die gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de e-moneytoken wordt beschreven in een door de uitgevers opgesteld gewijzigd cryptoactivawitboek dat aan de betrokken bevoegde autoriteiten wordt meegedeeld en op de websites van de uitgevers wordt gepubliceerd.

13.   Voordat een uitgever van een e-moneytoken dergelijk e-moneytoken aan het publiek in de Unie kan aanbieden of kan verzoeken om toelating van de e-moneytoken tot de handel, publiceert de uitgever van een dergelijke e-moneytoken een cryptoactivawitboek op zijn website.

14.   De uitgever van de e-moneytoken verstrekt de bevoegde autoriteit samen met de kennisgeving van het cryptoactivawitboek overeenkomstig lid 11 van dit artikel de in artikel 109, lid 4, bedoelde informatie. De bevoegde autoriteit stelt de ESMA binnen vijf werkdagen na ontvangst van de informatie van de uitgever in kennis van de in artikel 109, lid 4, gespecificeerde informatie.

De bevoegde autoriteit stelt de ESMA ook in kennis van elk gewijzigd cryptoactivawitboek en van elke intrekking van de vergunning van de uitgever van de e-moneytoken.

De ESMA zorgt ervoor dat dergelijke informatie uiterlijk op de aanvangsdatum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel of, in het geval van een gewijzigd cryptoactivawitboek of intrekking van de vergunning onverwijld, beschikbaar wordt gesteld in het artikel 109, lid 4, bedoelde register.

15.   De ESMA ontwikkelt, in samenwerking met de EBA, ontwerpen van technische reguleringsnormen voor de inhoud, methoden en presentatie van de in lid 1, punt g), bedoelde informatie over de duurzaamheidsindicatoren voor negatieve effecten op het klimaat en andere milieugerelateerde negatieve effecten.

Bij het ontwikkelen van de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt de ESMA rekening met de verschillende soorten consensusmechanismen die worden gebruikt om transacties in cryptoactiva te valideren, hun stimuleringsstructuren, het gebruik van energie, hernieuwbare energie en natuurlijke hulpbronnen, de afvalproductie en de broeikasgasemissies. De ESMA actualiseert de technische reguleringsnormen in het licht van de regelgevende en technologische ontwikkelingen.

De ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 55

Herstel- en terugbetalingsplan

Titel III, hoofdstuk 6, is van overeenkomstige toepassing op uitgevers van e-moneytokens.

In afwijking van artikel 46, lid 2, valt de datum waarop de bevoegde autoriteit in kennis moet worden gesteld van het herstelplan, voor uitgevers van e-moneytokens binnen zes maanden na de datum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel.

In afwijking van artikel 47, lid 3, valt de datum waarop de bevoegde autoriteit in kennis moet worden gesteld van het terugbetalingsplan, voor uitgevers van e-moneytokens binnen zes maanden na de datum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel.

HOOFDSTUK 2

significante e-moneytokens

Artikel 56

Classificatie van e-moneytokens als significante e-moneytokens

1.   De EBA deelt e-moneytokens in als significante e-moneytokens wanneer aan ten minste drie van de in artikel 43, lid 1, genoemde criteria is voldaan:

a)

gedurende de periode van het eerste informatieverslag als bedoeld in lid 3 van dit artikel, na de aanbieding aan het publiek of na het verzoeken om toelating tot de handel van die tokens, of

b)

gedurende de periode van ten minste twee opeenvolgende informatieverslagen als bedoeld in lid 3 van dit artikel.

2.   Indien verschillende uitgevers dezelfde e-moneytoken uitgeven, wordt de vervulling van in artikel 43, lid 1, genoemde criteria beoordeeld na aggregatie van de gegevens van die uitgevers.

3.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de uitgever verschaffen de EBA en de ECB ten minste tweemaal per jaar informatie die relevant is voor de beoordeling van de vervulling van de in artikel 43, lid 1, genoemde criteria, waaronder in voorkomend geval de uit hoofde van artikel 22 ontvangen informatie.

Indien de uitgever is gevestigd in een lidstaat waar de euro niet de officiële valuta is, of indien de e-moneytoken verwijst naar een officiële valuta van een lidstaat die niet de euro is, geven de bevoegde autoriteiten de in de eerste alinea bedoelde informatie door aan de centrale bank van die lidstaat.

4.   Indien de EBA tot de conclusie komt dat een e-moneytoken voldoet aan de in artikel 43, lid 1, uiteengezette criteria overeenkomstig lid 1 van dit artikel, stelt de EBA een ontwerpbesluit op waarbij de e-moneytoken wordt ingedeeld als een significant e-moneytoken en geeft zij de uitgever van de e-moneytoken, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever, de ECB, en in de in lid 3, tweede alinea, van dit artikel bedoelde gevallen, de centrale bank van betrokken lidstaat in kennis van dat ontwerpbesluit.

Uitgevers van dergelijke e-moneytokens, hun bevoegde autoriteiten, de ECB en, in voorkomend geval, de centrale bank van de betrokken lidstaat beschikken over 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat ontwerpbesluit om schriftelijk opmerkingen te maken en commentaar te geven. De EBA houdt naar behoren rekening met die opmerkingen en dat commentaar alvorens een definitief besluit vast te stellen

5.   De EBA neemt binnen 60 werkdagen vanaf de datum van de in lid 4 bedoelde kennisgeving een definitief besluit over de vraag of een e-moneytoken als significant e-moneytoken moet worden ingedeeld en stelt de uitgever van dergelijke e-moneytokens en zijn bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van dat besluit.

6.   Indien een e-moneytoken op grond van een overeenkomstig lid 5 genomen besluit van de EBA als significant is ingedeeld, worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van een uitgever van dat significante e-moneytoken binnen 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat besluit van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever overgedragen aan de EBA overeenkomstig artikel 117, lid 4.

De EBA en de bevoegde autoriteit werken nauw samen om te zorgen voor de vlotte overgang d van toezichthoudende bevoegdheden.

7.   In afwijking van lid 6 worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van uitgevers van significante e-moneytokens in een andere officiële valuta van een lidstaat dan de euro niet overgedragen aan de EBA indien ten minste 80 % van het aantal houders en van het volume van de transacties van die significante e-moneytokens in de lidstaat van herkomst zijn geconcentreerd.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever verstrekt de EBA jaarlijks informatie over gevallen waarin de in de eerste alinea bedoelde afwijking wordt toegepast.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt een transactie geacht in de lidstaat van herkomst plaats te vinden wanneer de betaler of de ontvanger bij die transactie in die lidstaat is gevestigd.

8.   De EBA beoordeelt jaarlijks de classificatie van significante e-moneytokens op basis van de beschikbare informatie, onder andere uit de in lid 3 van dit artikel bedoelde verslagen of de uit hoofde van artikel 22 ontvangen informatie.

Indien de EBA tot de conclusie komt dat een bepaald e-moneytoken niet langer voldoet aan de in artikel 43, lid 1, genoemde criteria overeenkomstig lid 1 van dit artikel, stelt de EBA een ontwerpbesluit op waarbij de e-moneytoken niet langer wordt ingedeeld als significant en stelt zij de uitgevers van die e-moneytokens en de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst, de ECB, en, in de in lid 3, tweede alinea, van dit artikel bedoelde gevallen, de centrale bank van de betrokken lidstaat in kennis van dat ontwerpbesluit.

Uitgevers van dergelijke e-moneytokens, hun bevoegde autoriteiten, de ECB en de centrale bank van de betrokken lidstaat beschikken over 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat ontwerpbesluit om schriftelijk opmerkingen te maken en commentaar te geven. De EBA houdt naar behoren rekening met die opmerkingen en dat commentaar alvorens een definitief besluit vast te stellen.

9.   De EBA neemt binnen 60 werkdagen na de datum van de in lid 8 bedoelde kennisgeving een definitief besluit over de vraag of een e-moneytoken niet langer als significant e-moneytoken moet worden ingedeeld en stelt de uitgever van die e-moneytoken en zijn bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis.

10.   Indien een e-moneytoken op grond van een overeenkomstig lid 9 genomen besluit van de EBA niet langer als significant wordt ingedeeld, worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van de uitgever van die e-moneytoken binnen 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat besluit overgedragen van de EBA naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever.

De EBA en de bevoegde autoriteit werken nauw samen om te zorgen voor de vlotte overgang van toezichthoudende bevoegdheden.

Artikel 57

Vrijwillige classificatie van e-moneytokens als significante e-moneytokens

1.   Een uitgever van een e-moneytoken die een vergunning heeft als kredietinstelling of als instelling voor elektronisch geld, of die een dergelijke vergunning aanvraagt, kan aangeven dat hij wil dat zijn e-moneytoken als significante e-moneytoken wordt ingedeeld. In dat geval stelt de bevoegde autoriteit de EBA, de ECB en, in de in artikel 56, lid 3, tweede alinea, de centrale bank van de betrokken lidstaat, onmiddellijk in kennis van dat verzoek van de uitgever.

Opdat de e-moneytoken uit hoofde van dit artikel als significant wordt ingedeeld, toont de uitgever van de e-moneytoken door middel van een gedetailleerd programma van werkzaamheden aan dat hij waarschijnlijk aan ten minste drie van de in artikel 43, lid 1, uiteengezette criteria zal voldoen.

2.   De EBA stelt binnen 20 werkdagen na de datum van de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving een ontwerpbesluit op waarin zij op basis van het programma van werkzaamheden van de uitgever een advies geeft over de vraag of de e-moneytoken voldoet of waarschijnlijk zal voldoen aan ten minste drie van de criteria van artikel 43, lid 1, en stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever, de ECB, en in de in artikel 56, lid 3, tweede alinea, bedoelde gevallen, de centrale bank van de betrokken lidstaat in kennis van dat ontwerpbesluit.

De bevoegde autoriteiten van uitgevers van dergelijke e-moneytokens, de ECB en, in voorkomend geval, de centrale bank van de betrokken lidstaat beschikken over 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat ontwerpbesluit om schriftelijk opmerkingen te maken en commentaar te geven. De EBA houdt naar behoren rekening met die opmerkingen en dat commentaar alvorens een definitief besluit vast te stellen.

3.   De EBA neemt binnen 60 werkdagen vanaf de in lid 1 bedoelde datum van kennisgeving een definitief besluit over de vraag of een e-moneytoken als significant e-moneytoken moet worden ingedeeld en stelt de uitgever van dergelijk e-moneytoken en zijn bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van dat besluit.

4.   Indien een e-moneytoken op grond van een overeenkomstig lid 3 van dit artikel genomen besluit van de EBA als significant is ingedeeld, worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van een uitgever van die e-moneytoken binnen 20 werkdagen vanaf de datum van kennisgeving van dat besluit van de bevoegde autoriteit overgedragen aan de EBA overeenkomstig artikel 117, lid 4.

De EBA en de bevoegde autoriteiten werken nauw samen om te zorgen voor de vlotte overgang van toezichthoudende bevoegdheden.

5.   In afwijking van lid 4 worden de toezichthoudende verantwoordelijkheden ten aanzien van uitgevers van significante e-moneytokens in een andere officiële valuta van een lidstaat dan de euro niet overgedragen aan de EBA indien ten minste 80 % van het aantal houders en van het volume van transacties van die significante e-moneytokens in de lidstaat van herkomst zal zijn geconcentreerd of naar verwachting zal zijn geconcentreerd.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de uitgever verstrekt de EBA jaarlijks informatie over de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde afwijking.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt een transactie geacht in de lidstaat van herkomst plaats te vinden wanneer de betaler of de ontvanger in die lidstaat zijn gevestigd.

Artikel 58

Specifieke aanvullende verplichtingen voor uitgevers van e-moneytokens

1.   Instellingen voor elektronisch geld die significante e-moneytokens uitgeven, zijn onderworpen aan:

a)

de vereisten bedoeld in de artikelen 36, 37 en 38 en artikel 45, leden 1 tot en met 4, van deze verordening, in plaats van artikel 7 van Richtlijn 2009/110/EG;

b)

de vereisten bedoeld in artikel 35, leden 2, 3 en 5, en artikel 45, lid 5, van deze verordening, in plaats van artikel 5 van Richtlijn 2009/110/EG.

In afwijking van artikel 36, lid 9, wordt de onafhankelijke audit met betrekking tot uitgevers van significante e-moneytokens om de zes maanden vanaf de datum van het besluit om de e-moneytokens op grond van artikel 56 of artikel 57 als significant in te delen, naargelang het geval, verplicht gesteld.

2.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst kunnen van instellingen voor elektronisch geld die e-moneytokens uitgeven die niet significant zijn, verlangen dat zij aan een van de in lid 1 bedoelde vereisten voldoen indien dat nodig is om de risico’s tegen te gaan die met die vereisten worden tegengegaan, zoals liquiditeitsrisico’s, operationele risico’s of risico’s die voortvloeien uit niet-naleving van de vereisten voor het beheer van activareserves.

3.   De artikelen 22 en 23 en artikel 24, lid 3, zijn van toepassing op e-moneytokens in een andere valuta dan de officiële valuta van de lidstaten.

TITEL V

VERGUNNINGVERLENING EN VOORWAARDEN VOOR DE BEDRIJFSUITOEFENING VAN AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN

HOOFDSTUK 1

Vergunningverlening voor aanbieders van cryptoactivadiensten

Artikel 78

Uitvoering van cryptoactivaorders namens cliënten

1.   Aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren, nemen alle noodzakelijke maatregelen om, bij de uitvoering van orders, het best mogelijke resultaat voor hun cliënten te behalen, rekening houdend met de factoren van koers, kosten, snelheid, waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, omvang, aard, voorwaarden voor de bewaring van de cryptoactiva, of andere zaken die relevant zijn voor de uitvoering van orders.

Niettegenstaande de eerste alinea zijn aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren niet verplicht de in de eerste alinea bedoelde noodzakelijke maatregelen te nemen in gevallen waarin zij cryptoactivaorders volgens specifieke instructies van hun cliënten uitvoeren.

2.   Teneinde te zorgen voor de naleving van lid 1 stellen aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren doeltreffende regelingen voor uitvoering vast en passen zij die toe. Meer bepaald gaan zij over tot de vaststelling en toepassing van een orderuitvoeringsbeleid waarmee zij kunnen voldoen aan lid 1. Dit orderuitvoeringsbeleid voorziet onder andere in de onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders van cliënten en voorkomt dat personeelsleden van aanbieders van cryptoactivadiensten informatie over orders van cliënten misbruiken.

3.   Aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren, verstrekken hun cliënten passende en heldere informatie over hun in lid 2 bedoelde orderuitvoeringsbeleid en significante wijzigingen daarvan. In die informatie wordt duidelijk, voldoende nauwkeurig en op een voor cliënten gemakkelijk te begrijpen wijze uitgelegd hoe orders van cliënten door aanbieders van cryptoactivadiensten moeten worden uitgevoerd. Aanbieders van cryptoactivadiensten verkrijgen van elke cliënt voorafgaande toestemming met betrekking tot het orderuitvoeringsbeleid.

4.   Aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren, tonen op verzoek aan hun cliënten aan dat zij hun orders overeenkomstig hun orderuitvoeringsbeleid hebben uitgevoerd en kunnen op verzoek van de bevoegde autoriteit aan de bevoegde autoriteit aantonen dat zij dit artikel in acht nemen.

5.   Indien het orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders van cliënten buiten een handelsplatform uit te voeren, stellen aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren hun cliënten in kennis van die mogelijkheid en verkrijgen zij, alvorens hun orders buiten een handelsplatform uit te voeren, in de vorm van een algemene overeenkomst dan wel voor afzonderlijke transacties uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van hun cliënten.

6.   Aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren monitoren de doeltreffendheid van hun regelingen en orderuitvoeringsbeleid om eventuele tekortkomingen in dat verband vast te stellen en, in voorkomend geval, te corrigeren. Zij gaan met name regelmatig na of de in het orderuitvoeringsbeleid opgenomen plaatsen van uitvoering tot het best mogelijke resultaat voor cliënten leiden dan wel of zij hun orderuitvoeringsregelingen moeten wijzigen. Aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten cryptoactivaorders uitvoeren, stellen cliënten met wie zij een doorlopende cliëntenrelatie hebben in kennis van wezenlijke wijzigingen van hun orderuitvoeringsregelingen en -uitvoeringsbeleid.

Artikel 84

Inhoud van de beoordeling van voorgenomen verwervingen van aanbieders van cryptoactivadiensten

1.   Wanneer de bevoegde autoriteit de in artikel 83, lid 4, bedoelde beoordeling uitvoeren, toetst zij de geschiktheid van de voorgenomen verwerver en de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving als bedoeld in artikel 83, lid 1, aan elk van de volgende criteria af:

a)

de reputatie van de voorgenomen verwerver;

b)

de reputatie, kennis, vaardigheden en ervaring van personen die als gevolg van de voorgenomen verwerving verantwoordelijk zullen zijn voor de bedrijfsvoering van de aanbieder van cryptoactivadiensten;

c)

de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die worden beoogd en nagestreefd met betrekking tot de aanbieder van cryptoactivadiensten waarin de verwerving is voorgenomen;

d)

de vraag of de aanbieder van cryptoactivadiensten in staat zal zijn aan de bepalingen van deze titel te voldoen en te blijven voldoen;

e)

de vraag of er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat, in verband met de voorgenomen verwerving, geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat wordt of werd gepoogd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1, respectievelijk lid 3 en lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/849, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten;

2.   De bevoegde autoriteit mag zich enkel tegen de voorgenomen verwerving verzetten indien er daarvoor op basis van de criteria van lid 1 van dit artikel redelijke gronden zijn of indien de overeenkomstig artikel 83, lid 4, verstrekte informatie onvolledig of onjuist is.

3.   De lidstaten stellen geen voorafgaande voorwaarden aan de omvang van de gekwalificeerde deelneming die krachtens deze verordening kan worden verworven, en staan hun bevoegde autoriteiten evenmin toe de voorgenomen verwerving aan de economische marktbehoeften te toetsen.

4.   De ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de EBA, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gedetailleerde inhoud van de informatie die noodzakelijk is om de in artikel 83, lid 4, eerste alinea, bedoelde beoordeling uit te voeren. De vereiste informatie is relevant voor een prudentiële beoordeling, is evenredig en is aangepast aan de aard van de voorgenomen verwerver en de voorgenomen verwerving als bedoeld in artikel 83, lid 1.

De ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 5

significante aanbieders van cryptoactivadiensten

Artikel 85

Identificatie van significante aanbieders van cryptoactivadiensten

1.   Een aanbieder van cryptoactivadiensten wordt als significant beschouwd indien hij in de Unie in één kalenderjaar gemiddeld ten minste 15 miljoen actieve gebruikers heeft, waarbij het gemiddelde wordt berekend als het gemiddelde van het dagelijkse aantal actieve gebruikers gedurende het volledige voorgaande kalenderjaar.

2.   Aanbieders van cryptoactivadiensten stellen hun bevoegde autoriteiten er binnen twee maanden van in kennis dat zij het in lid 1 genoemde aantal actieve gebruikers hebben bereikt. Indien de bevoegde autoriteit ermee instemt dat de in lid 1 genoemde drempel is bereikt, stelt zij de ESMA daarvan in kennis.

3.   Onverminderd de verantwoordelijkheden van bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening verschaffen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst aan de raad van toezichthouders van de ESMA jaarlijkse updates van de volgende ontwikkelingen op het gebied van toezicht met betrekking tot aanbieders van significante cryptoactivadiensten:

a)

lopende of afgegeven vergunningen als bedoeld in artikel 59;

b)

lopende of afgegeven procedures met betrekking tot de intrekking van vergunningen als bedoeld in artikel 64;

c)

de uitoefening van toezichthoudende bevoegdheden als bedoeld in artikel 94, lid 1, eerste alinea, punten b), c), e), f), g), y) en a bis).

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan de raad van toezichthouders van de ESMA vaker updates verschaffen of de raad hiervan in kennis stellen voordat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst een besluit neemt met betrekking tot de eerste alinea, punt a), b) of c).

4.   De in lid 3, tweede alinea, bedoelde kennisgeving kan worden gevolgd door een gedachtewisseling in de raad van toezichthouders van de ESMA.

5.   De ESMA kan in voorkomend geval gebruikmaken van haar bevoegdheden uit hoofde van de artikelen 29, 30, 31 en 31 ter van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

TITEL VI

VOORKOMEN EN VERBIEDEN VAN MARKTMISBRUIK MET CRYPTOACTIVA

Artikel 87

Voorwetenschap

1.   Voor de toepassing van deze verordening omvat voorwetenschap de volgende soorten informatie:

a)

concrete, niet openbaar gemaakte informatie die direct of indirect betrekking heeft op een of meer uitgevers van cryptoactiva, aanbieders of personen die verzoeken om toelating tot de handel of op een of meer cryptoactiva en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van die cryptoactiva of van een daaraan verwant cryptoactivum;

b)

voor personen die zijn belast met de uitvoering van cryptoactivaorders namens cliënten, concrete informatie die door een cliënt wordt verstrekt en verband houdt met de lopende orders van de cliënt voor cryptoactiva die direct of indirect betrekking heeft op een of meer uitgevers, aanbieders of personen die verzoeken om toelating tot de handel of op een of meer cryptoactiva en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van die cryptoactiva of van een daaraan verwant cryptoactivum.

2.   Voor de toepassing van lid 1 wordt informatie geacht concreet te zijn indien zij betrekking heeft op een geheel van omstandigheden dat bestaat of waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het zal ontstaan, dan wel op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden of waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij zal plaatsvinden, en indien de informatie specifiek genoeg is om er een conclusie uit te trekken omtrent de mogelijke invloed van bovenbedoelde omstandigheden of gebeurtenis op de koers van cryptoactiva. In het geval van een in de tijd gespreid proces dat erop is gericht bepaalde omstandigheden of een gebeurtenis te doen plaatsvinden, of dat resulteert in bepaalde omstandigheden of een bepaalde gebeurtenis, kunnen deze toekomstige omstandigheden of deze toekomstige gebeurtenis, alsook de tussenstappen in dat proces die verband houden met het ontstaan of het plaatsvinden van die toekomstige omstandigheden of gebeurtenis, in dit verband als concrete informatie worden beschouwd.

3.   Een tussenstap in een in de tijd gespreid proces wordt beschouwd als voorwetenschap indien deze tussenstap op zich voldoet aan de in lid 2 bedoelde criteria voor voorwetenschap.

4.   Voor de toepassing van lid 1 wordt onder informatie die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van cryptoactiva, informatie verstaan die een redelijke cryptoactivahouder waarschijnlijk zou gebruiken als een grondslag voor beleggingsbeslissingen.

Artikel 103

Tijdelijke interventiebevoegdheden van de ESMA

1.   Overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 kan de ESMA het volgende tijdelijk verbieden of beperken, mits aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 van dit artikel is voldaan:

a)

het op de markt brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens, of andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens met bepaalde specifieke kenmerken, of

b)

een type activiteit of praktijk die verband houdt met andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens.

Een verbod of beperking kan gelden in bepaalde omstandigheden of gebonden zijn aan voorwaarden die door de ESMA worden gespecificeerd.

2.   De ESMA neemt een maatregel op grond van lid 1 indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het voorgestelde verbod of de voorgestelde beperking heeft tot doel een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van cryptoactivamarkten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan af te wenden;

b)

de Unierechtelijke regelgevingsvereisten die van toepassing zijn op de betreffende cryptoactiva en cryptoactivadiensten wenden de betrokken bedreiging niet af;

c)

een betrokken bevoegde autoriteit heeft geen maatregelen genomen om de betrokken bedreiging af te wenden of de genomen maatregelen wenden die bedreiging niet adequaat af.

3.   Bij het nemen van een maatregel op grond van lid 1, zorgt de ESMA ervoor dat de maatregelen:

a)

geen schadelijk effect hebben op de doeltreffendheid van cryptoactivamarkten of op cryptoactivahouders of cliënten die cryptoactivadiensten ontvangen dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregelen, en

b)

geen risico op regelgevingsarbitrage met zich meebrengen.

Indien bevoegde autoriteiten een maatregel hebben genomen op grond van artikel 105, kan de ESMA elk van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen nemen zonder een advies uit te brengen overeenkomstig artikel 106, lid 2.

4.   Alvorens te besluiten een maatregel te nemen op grond van lid 1, stelt de ESMA de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van de maatregel die zij voornemens is te nemen.

5.   De ESMA publiceert op haar website een bericht inzake een besluit om een maatregel te nemen op grond van in lid 1. In dat bericht worden de nadere gegevens van het opgelegde verbod of de opgelegde beperking uiteengezet en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van het bericht de maatregelen van kracht zullen worden. Een verbod of beperking geldt alleen voor activiteiten die zijn verricht nadat de maatregelen van kracht zijn geworden.

6.   De ESMA herziet op gezette tijden, en ten minste om de zes maanden, een verbod dat of een beperking die op grond van lid 1 zijn opgelegd. Na ten minste twee opeenvolgende verlengingen en op basis van een gedegen analyse ter beoordeling van het effect op de consument, kan de ESMA besluiten het verbod of de beperking met een jaar te verlengen.

7.   Maatregelen die de ESMA op grond van dit artikel heeft genomen, krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van de betrokken bevoegde autoriteiten die betrekking hebben op dezelfde kwestie.

8.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 139 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening door de criteria en factoren te specificeren waarmee de ESMA rekening moet houden wanneer zij nagaat of er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van cryptoactivamarkten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, voor de toepassing van lid 2, eerste alinea, punt a), van dit artikel.

Artikel 104

Tijdelijke interventiebevoegdheden van de EBA

1.   Overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 kan de EBA het volgende tijdelijk verbieden of beperken, mits aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 van dit artikel is voldaan:

a)

het op de markt brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde activagerelateerde tokens of e-moneytokens, of activagerelateerde tokens of e-moneytokens met bepaalde specifieke kenmerken, of

b)

een type activiteit of praktijk die verband houdt met activagerelateerde tokens of e-moneytokens.

Een verbod of beperking kan gelden in bepaalde omstandigheden of gebonden zijn aan voorwaarden die door de EBA worden gespecificeerd.

2.   De EBA neemt een maatregel op grond van lid 1 indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het voorgestelde verbod of de voorgestelde beperking heeft tot doel een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van cryptoactivamarkten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan af te wenden;

b)

de Unierechtelijke regelgevingsvereisten die van toepassing zijn op de betreffende activagerelateerde tokens, e-moneytokens of daaraan verwante cryptoactivadiensten wenden de betrokken bedreiging niet af;

c)

een betrokken bevoegde autoriteit heeft geen maatregelen genomen om de betrokken bedreiging af te wenden of de genomen maatregelen wenden die bedreiging niet adequaat af.

3.   Bij het nemen van een maatregel op grond van lid 1, zorgt de EBA ervoor dat de maatregelen:

a)

geen schadelijk effect hebben op de doeltreffendheid van cryptoactivamarkten of op houders van activagerelateerde tokens of e-moneytokens, of cliënten die cryptoactivadiensten ontvangen dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregelen, en

b)

geen risico op regelgevingsarbitrage met zich meebrengen.

Indien bevoegde autoriteiten een maatregel hebben genomen op grond van artikel 105, kan de EBA elk van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen nemen zonder advies uit te brengen overeenkomstig artikel 106, lid 2.

4.   Alvorens te besluiten een maatregel te nemen op grond van lid 1, stelt de EBA de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van de maatregel die zij voornemens is te nemen.

5.   De EBA publiceert op haar website een bericht inzake een besluit om een maatregel te nemen op grond van in lid 1. In dat bericht worden de nadere gegevens van het opgelegde verbod of de opgelegde beperking uiteengezet en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van het bericht de maatregelen van kracht zullen worden. Een verbod of beperking geldt alleen voor activiteiten die zijn verricht nadat de maatregelen van kracht zijn geworden.

6.   De EBA herziet op gezette tijden, en ten minste om de zes maanden, een verbod dat of een beperking die op grond van lid 1 zijn opgelegd. Na ten minste twee opeenvolgende verlengingen en op basis van een gedegen analyse ter beoordeling van het effect op de consument, kan de EBA besluiten het verbod of de beperking met een jaar te verlengen.

7.   Maatregelen die de EBA op grond van dit artikel heeft genomen, krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van de betrokken bevoegde autoriteiten die betrekking hebben op dezelfde kwestie.

8.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 139 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening door de criteria en factoren te specificeren waarmee de EBA rekening moet houden wanneer zij nagaat of er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van cryptoactivamarkten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, voor de toepassing van lid 2, eerste alinea, punt a), van dit artikel.

Artikel 105

Productinterventie door bevoegde autoriteiten

1.   Een bevoegde autoriteit kan het volgende in of van haar lidstaat verbieden of beperken:

a)

het op de markt brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde cryptoactiva of cryptoactiva met bepaalde specifieke kenmerken, of

b)

een type activiteit of praktijk die verband houdt met cryptoactiva.

2.   Een bevoegde autoriteit neemt enkel een maatregel op grond van lid 1 indien zij zich er op basis van redelijke gronden van heeft vergewist dat:

a)

het cryptoactivum aanleiding geeft tot significante bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging vormt voor het ordelijk functioneren en de integriteit van cryptoactivamarkten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in ten minste één lidstaat of een deel daarvan;

b)

de bestaande Unierechtelijke regelgevingsvereisten die van toepassing zijn op het betreffende cryptoactivum of de betreffende cryptoactivadienst niet volstaan om de in punt a) bedoelde risico’s af te wenden, en dat de kwestie niet beter zou kunnen worden aangepakt met beter toezicht of handhaving van de bestaande vereisten;

c)

de maatregel evenredig is, rekening houdend met de aard van de vastgestelde risico’s, het kennisniveau van de betrokken beleggers of marktdeelnemers en het te verwachten effect van de maatregel op de beleggers en marktdeelnemers die houders zijn van het betrokken cryptoactivum of de betrokken cryptoactivadienst of hiervan gebruikmaken of profiteren;

d)

de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten in andere lidstaten die een significant effect kunnen ondervinden van de maatregel, voldoende heeft geraadpleegd, en

e)

de maatregel geen discriminerend effect heeft op diensten of activiteiten die vanuit een andere lidstaat worden verricht.

Indien aan de in de eerste alinea van dit lid uiteengezette voorwaarden is voldaan, kan de bevoegde autoriteit het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een cryptoactivum op de markt is gebracht, is gedistribueerd of aan cliënten is verkocht.

De bevoegde autoriteit kan besluiten het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 enkel in bepaalde omstandigheden op te leggen of hiervoor uitzonderingen vast te stellen.

3.   De bevoegde autoriteit mag een verbod of beperking uit hoofde van dit artikel enkel opleggen indien zij ten minste één maand voordat de maatregel van kracht moet worden alle andere bevoegde autoriteiten en de ESMA, of, voor activagerelateerde tokens en e-moneytokens, de EBA, schriftelijk of op een andere, door de autoriteiten overeengekomen wijze in kennis heeft gesteld van de volgende nadere gegevens:

a)

het cryptoactivum of de activiteit of praktijk waarop de voorgenomen maatregel betrekking heeft;

b)

de precieze aard van het voorgenomen verbod of de voorgenomen beperking en het tijdstip waarop de maatregel van kracht moet worden, en

c)

het bewijs waarop zij hun besluit hebben gebaseerd en op grond waarvan zij zich ervan hebben vergewist dat aan elk van de voorwaarden van lid 2, eerste alinea, is voldaan.

4.   In uitzonderlijke gevallen waarin de bevoegde autoriteiten dit noodzakelijk achten met het oog op de voorkoming van eventuele schadelijke effecten van het cryptoactivum of van de in lid 1 bedoelde activiteit of praktijk, kan de bevoegde autoriteit een dringende voorlopige maatregel nemen met schriftelijke kennisgeving, ten minste 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden, aan alle andere bevoegde autoriteiten en de ESMA, mits aan alle in dit artikel opgenomen criteria is voldaan en bovendien duidelijk is vastgesteld dat een kennisgevingstermijn van één maand niet volstaat om de specifieke reden tot bezorgdheid of de specifieke bedreiging adequaat aan te pakken. De duur van voorlopige maatregelen bedraagt niet meer dan drie maanden.

5.   De bevoegde autoriteit publiceert op haar website een bericht inzake een besluit om een verbod of beperking op te leggen als bedoeld in lid 1. In dat bericht worden de nadere gegevens van het opgelegde verbod of de opgelegde beperking uiteengezet en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van het bericht de maatregelen van kracht zullen worden, alsook op basis van welke gegevens zij haar besluit heeft genomen en zich ervan heeft vergewist dat aan elk van de voorwaarden van lid 2, eerste alinea, is voldaan. Het verbod of de beperking geldt alleen voor activiteiten die zijn verricht nadat de maatregelen van kracht zijn geworden.

6.   De bevoegde autoriteit trekt een verbod of beperking in als de voorwaarden van lid 2 niet langer van toepassing zijn.

7.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 139 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening door de criteria en factoren te specificeren waarmee de bevoegde autoriteiten rekening moeten houden wanneer zij nagaan of er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van cryptoactivamarkten, of voor de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste één lidstaat, voor de toepassing van lid 2, eerste alinea, punt a).

Artikel 116

Melding van inbreuken en bescherming van melders

Richtlijn (EU) 2019/1937 is van toepassing op het melden van inbreuken op deze verordening en op de bescherming van personen die dergelijke inbreuken melden.

HOOFDSTUK 4

Toezichthoudende verantwoordelijkheden van de EBA ten aanzien van uitgevers van significante activagerelateerde tokens en significante e-moneytokens en colleges van toezichthouders

Artikel 117

Toezichthoudende verantwoordelijkheden van de EBA ten aanzien van uitgevers van significante activagerelateerde tokens en uitgevers van significante e-moneytokens

1.   Indien een activagerelateerde token overeenkomstig artikel 43 of artikel 44 als significant is ingedeeld, verricht de uitgever van dergelijke activagerelateerde token zijn activiteiten onder het toezicht van de EBA.

Onverminderd de bevoegdheden van de nationale bevoegde autoriteiten uit hoofde van lid 2 van dit artikel, oefent de EBA de bij de artikelen 22 tot en met 25, artikel 29, artikel 33, artikel 34, leden 7 en 12, artikel 35, leden 3 en 5, artikel 36, lid 10, en de artikelen 41, 42, 46 en 47 verleende bevoegdheden van bevoegde autoriteiten uit ten aanzien van uitgevers van significante activagerelateerde tokens.

2.   Indien een uitgever van een significante activagerelateerde token ook cryptoactivadiensten aanbiedt of cryptoactiva uitgeeft die geen significante activagerelateerde tokens zijn, blijven die diensten en activiteiten onder het toezicht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst.

3.   Indien een activagerelateerde token overeenkomstig artikel 43 als significant is ingedeeld, voert de EBA een nieuwe toezichthoudende beoordeling uit om zich ervan te vergewissen dat de uitgever ervan aan de vereisten van titel III voldoet.

4.   Indien een door een instelling voor elektronisch geld uitgegeven e-moneytoken overeenkomstig artikel 56 of 57 als significant is ingedeeld, is de EBA verantwoordelijk voor de inachtneming door de uitgever van dergelijke significante e-moneytoken van de in de artikelen 55 en 58 vastgestelde vereisten.

Met het oog op het toezicht op de naleving van de artikelen 55 en 58 oefent de EBA de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten die zij uit hoofde van de artikelen 22 en 23, artikel 24, lid 3, artikel 35, leden 3 en 5, artikel 36, lid 10, en de artikelen 46 en 47 heeft ontvangen, uit ten aanzien van instellingen voor elektronisch geld die significante e-moneytokens uitgeven.

5.   De EBA oefent haar in de leden 1 tot en met 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden uit in nauwe samenwerking met de andere bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de uitgever, en met name:

a)

de prudentiële toezichthoudende autoriteit, met inbegrip, indien toepasselijk, van de ECB uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1024/2013;

b)

indien toepasselijk, de relevante bevoegde autoriteiten op grond van het nationale recht tot omzetting van Richtlijn 2009/110/EG;

c)

de in artikel 20, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteiten.

Artikel 119

Colleges voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens en significante e-moneytokens

1.   Binnen 30 kalenderdagen na een besluit om een activagerelateerde token of e-moneytoken als significant in te delen conform artikel 43, 44, 56 of 57, naargelang het geval, gaat de EBA voor elke uitgever van een significante activagerelateerde token of van een significante e-moneytoken over tot het oprichten, beheren en voorzitten van een college, om de vervulling van de toezichthoudende taken van de EBA op grond van deze verordening te faciliteren en staat in voor de coördinatie van de toezichthoudende activiteiten uit hoofde van deze verordening.

2.   Een in lid 1 bedoeld college bestaat uit:

a)

de EBA;

b)

de ESMA;

c)

de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst waar de uitgever van de significante activagerelateerde token of de significante e-moneytoken is gevestigd;

d)

de bevoegde autoriteiten van de relevantste aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die de reserveactiva overeenkomstig artikel 37 of de in ruil voor de significante e-moneytokens ontvangen geldmiddelen in bewaring hebben;

e)

in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de relevantste cryptoactivahandelsplatforms waar de significante activagerelateerde tokens of de significante e-moneytokens tot de handel zijn toegelaten;

f)

de bevoegde autoriteiten van de relevantste aanbieders van betalingsdiensten die met betrekking tot de significante e-moneytokens betalingsdiensten aanbieden;

g)

in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de entiteiten die met de in artikel 34, lid 5, eerste alinea, punt h), bedoelde functies belast zijn;

h)

in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de relevantste aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten instaan voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva met betrekking tot de significante activagerelateerde tokens of de significante e-moneytokens;

i)

de ECB;

j)

indien de uitgever van de significante activagerelateerde token is gevestigd in een lidstaat die de euro niet als officiële valuta heeft, of indien de significante activagerelateerde token verwijst naar een andere officiële valuta dan de euro, de centrale bank van die lidstaat;

k)

indien de uitgever van de significante e-moneytoken is gevestigd in een lidstaat die niet de euro als officiële valuta heeft, of indien de significante e-moneytoken verwijst naar een andere officiële valuta dan de euro, de centrale bank van die lidstaat;

l)

de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de activagerelateerde token of de e-moneytoken op grote schaal wordt gebruikt, op hun verzoek;

m)

de betrokken toezichthoudende autoriteiten van derde landen waarmee de EBA overeenkomstig artikel 126 administratieve overeenkomsten heeft gesloten.

3.   De EBA kan andere autoriteiten uitnodigen om lid te worden van het in lid 1 genoemde college indien de entiteiten waarop zij toezicht uitoefenen, van belang zijn voor de werkzaamheden van het college.

4.   De bevoegde autoriteit van een lidstaat die geen deel uitmaakt van het college, kan het college verzoeken om alle informatie die relevant is voor de uitoefening van haar toezichthoudende verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening.

5.   Onverminderd de verantwoordelijkheden van bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening zorgt een in lid 1 van dit artikel bedoeld college voor:

a)

het voorbereiden van het in artikel 120 bedoelde niet-bindende advies;

b)

de informatie-uitwisseling overeenkomstig deze verordening;

c)

overeenstemming over een vrijwillige toewijzing van taken aan haar leden.

Teneinde de uitoefening van de overeenkomstig de eerste alinea van dit lid toegewezen taken te faciliteren, krijgen de in lid 2 bedoelde leden van het college het recht om bij te dragen aan de opstelling van de agenda van de collegevergaderingen, met name door punten toe te voegen aan de agenda van een vergadering.

6.   De oprichting en het functioneren van het in lid 1 bedoelde college zijn gebaseerd op een schriftelijke overeenkomst tussen alle leden ervan.

Die in de eerste alinea bedoelde overeenkomst legt de praktische regelingen voor het functioneren van het college vast, waaronder nadere regels betreffende:

a)

de in artikel 120, lid 3, bedoelde stemprocedures;

b)

de procedures voor de opstelling van de agenda van collegevergaderingen;

c)

de frequentie van de collegevergaderingen;

d)

de passende minimumtermijnen voor het beoordelen van de relevante documentatie door de leden van het college;

e)

de wijze waarop de communicatie tussen de leden van het college concreet verloopt;

f)

de oprichting van meerdere colleges, één voor elk specifiek cryptoactivum of elke groep cryptoactiva.

De overeenkomst kan ook bepalen dat taken worden toevertrouwd aan de EBA of aan een ander lid van het college.

7.   Als voorzitter van elk college staat de EBA in voor:

a)

schriftelijke regelingen en procedures opstellen voor het functioneren van het college, na raadpleging van de andere leden van het college;

b)

alle activiteiten van het college coördineren;

c)

alle collegevergaderingen bijeenroepen en voorzitten, en de leden van het college voorafgaand aan de vergaderingen volledig informeren over de voornaamste agendapunten en de in overweging te nemen punten;

d)

de leden van het college in kennis stellen van alle geplande vergaderingen, zodat zij kunnen vragen om hieraan deel te nemen;

e)

de leden van het college tijdig informeren over de besluiten en resultaten van die vergaderingen.

8.   Om de consistente en coherente werking van colleges te waarborgen, ontwikkelt de EBA, in samenwerking met de ESMA en de ECB, ontwerpen van reguleringsnormen tot nadere bepaling van:

a)

de voorwaarden waaronder de in lid 2, punten d) tot en met h), bedoelde entiteiten als de relevantste moeten worden beschouwd;

b)

de voorwaarden waaronder wordt aangenomen dat activagerelateerde tokens of e-moneytokens op grote schaal worden gebruikt, als bedoeld in lid 2, punt l), en

c)

de nadere gegevens omtrent de in lid 6 bedoelde praktische regelingen.

De EBA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2024 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Artikel 120

Niet-bindende adviezen van de colleges voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens en significante e-moneytokens

1.   Een college als bedoeld in artikel 119, lid 1, kan een niet-bindend advies uitbrengen over de volgende punten:

a)

de in artikel 117, lid 3, bedoelde nieuwe toezichthoudende beoordeling;

b)

besluiten om van een uitgever van een significante activagerelateerde token of een significante e-moneytoken te verlangen dat deze een hoger bedrag aan eigen vermogen aanhoudt, overeenkomstig artikel 35, leden 2, 3 en 5, artikel 45, lid 5 en artikel 58, lid 1, naargelang het geval;

c)

actualiseringen van het herstel- of terugbetalingsplan van een uitgever van een significante activagerelateerde token of een uitgever van een significante e-moneytoken op grond van de artikelen 46, 47 en 55, naargelang het geval;

d)

veranderingen van het bedrijfsmodel van de uitgever van een significante activagerelateerde token op grond van artikel 25, lid 1;

e)

een ontwerp van gewijzigd cryptoactivawitboek, opgesteld overeenkomstig artikel 25, lid 2;

f)

voorgenomen passende corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 25, lid 4;

g)

voorgenomen toezichtmaatregelen overeenkomstig artikel 130;

h)

voorgenomen administratieve overeenkomsten voor de informatie-uitwisseling met een toezichthoudende autoriteit van een derde land overeenkomstig artikel 126;

i)

de delegatie van toezichthoudende taken van de EBA aan een bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 138;

j)

voorgenomen wijzigingen in de vergunning van of een voorgenomen toezichtmaatregel voor de in artikel 119, lid 2, punten d) tot en met h), bedoelde leden van het college;

k)

een ontwerp van gewijzigd cryptoactivawitboek, opgesteld overeenkomstig artikel 51, lid 12.

2.   Indien het college overeenkomstig lid 1 een advies uitbrengt, kan dat advies, op verzoek van een lid van het college en nadat het overeenkomstig lid 3 met een meerderheid van het college is aangenomen, aanbevelingen bevatten om tekortkomingen in de door de EBA of door de bevoegde autoriteiten voorgenomen maatregel te verhelpen.

3.   Een advies van het college wordt met gewone meerderheid van de leden vastgesteld.

Indien het college meerdere leden uit eenzelfde lidstaat telt, heeft slechts één van die leden een stem.

Indien de ECB in meerdere hoedanigheden lid van het college is, onder meer in toezichthoudende hoedanigheden, heeft zij slechts één stem.

In artikel 119, lid 2, punt m), bedoelde toezichthoudende autoriteiten van derde landen hebben geen stemrecht over adviezen van het college.

4.   De EBA en de bevoegde autoriteiten houden naar behoren rekening met het overeenkomstig lid 3 bereikte niet-bindende advies van het college, met inbegrip van eventuele aanbevelingen om tekortkomingen te verhelpen in in de voorgenomen toezichtmaatregel ten aanzien van een uitgever van een significante activagerelateerde token, een uitgever van een significante e-moneytoken of een in artikel 119, lid 2, punten d) tot en met h), bedoelde entiteit of aanbieder van cryptoactivadiensten. Indien de EBA of een bevoegde autoriteit niet akkoord gaat met een advies van het college, met inbegrip van eventuele aanbevelingen om tekortkomingen in de voorgenomen toezichtmaatregel te verhelpen, bevat haar besluit de redenen hiervoor en een toelichting bij elke significante afwijking van dat advies of die aanbevelingen.

HOOFDSTUK 5

De bevoegdheden van de EBA ten aanzien van uitgevers van significante activagerelateerde tokens en uitgevers van significante e-moneytokens

Artikel 122

Informatieverzoek

1.   Om haar toezichthoudende verantwoordelijkheden uit hoofde van artikel 117 te kunnen uitoefenen, kan de EBA bij eenvoudig verzoek of bij besluit verlangen dat de volgende personen alle noodzakelijke informatie verschaffen om de EBA in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen:

a)

een uitgever van een significante activagerelateerde token of een persoon die zeggenschap heeft over dan wel direct of indirect onder zeggenschap staat van een uitgever van een significante activagerelateerde token;

b)

in artikel 34, lid 5, eerste alinea, punt h), bedoelde derde entiteiten met wie een uitgever van een significante activagerelateerde token een contractuele regeling is aangegaan;

c)

een aanbieder van cryptoactivadiensten, een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die de reserveactiva overeenkomstig artikel 37 in bewaring heeft;

d)

een uitgever van een significante e-moneytoken of een persoon die zeggenschap heeft over dan wel direct of indirect onder zeggenschap staat van een uitgever van een significante e-moneytoken;

e)

een betalingsdienstaanbieder die met betrekking tot de significante e-moneytokens betalingsdiensten aanbiedt;

f)

een natuurlijke of rechtspersoon die is belast met de distributie van significante e-moneytokens namens een uitgever van significante e-moneytokens;

g)

een aanbieder van cryptoactivadiensten die namens cliënten instaat voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva met betrekking tot significante activagerelateerde tokens of significante e-moneytokens;

h)

een exploitant van een cryptoactivahandelsplatform die een significant activagerelateerde token of een significant e-moneytoken tot de handel heeft toegelaten;

i)

het leidinggevende orgaan van de in punten a) tot en met h) bedoelde personen.

2.   In een eenvoudig informatieverzoek als bedoeld in lid 1 neemt de EBA het volgende in acht:

a)

zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b)

zij vermeldt het doel van het verzoek;

c)

zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d)

zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e)

zij deelt de persoon van wie de informatie wordt gevraagd mee dat deze niet verplicht is de informatie te verstrekken maar dat de verstrekte informatie, bij een vrijwillig antwoord op het verzoek, niet onjuist of misleidend mag zijn, en

f)

zij vermeldt de geldboete die overeenkomstig artikel 131 wordt opgelegd wanneer de antwoorden op de gestelde vragen onjuist of misleidend zijn.

3.   Wanneer de EBA krachtens lid 1 bij besluit gelast informatie te verstrekken, neemt zij het volgende in acht:

a)

zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b)

zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c)

zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d)

zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e)

zij vermeldt welke dwangsommen overeenkomstig artikel 132 wordt opgelegd indien de verlangde informatie niet volledig wordt verschaft;

f)

zij vermeldt de geldboete die overeenkomstig artikel 131 wordt opgelegd wanneer de antwoorden op de gestelde vragen onjuist of misleidend zijn;

g)

zij vermeldt dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt bij de bezwaarcommissie van de EBA en dat bij het Hof van Justitie overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tegen het besluit beroep kan worden ingesteld.

4.   De in lid 1 bedoelde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de rechtens tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de verlangde informatie.

5.   De EBA zendt van het eenvoudige verzoek of van haar besluit onverwijld een afschrift aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de personen op wie het informatieverzoek betrekking heeft, woonachtig of gevestigd zijn.

Artikel 123

Algemene onderzoeksbevoegdheden

1.   Om haar toezichthoudende verantwoordelijkheden uit hoofde van artikel 117 van deze verordening te kunnen vervullen, kan de EBA onderzoeken naar uitgevers van significante activagerelateerde tokens en uitgevers van significante e-moneytokens voeren. In dat verband zijn de functionarissen en andere door de EBA gemachtigde personen bevoegd om:

a)

alle bescheiden, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken dat relevant is voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;

b)

voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke bescheiden, gegevens, procedures en ander materiaal;

c)

uitgevers van een significante activagerelateerde token of een uitgever van een significante e-moneytoken, of hun leidinggevende orgaan of personeelsleden, op te roepen en te verzoeken om mondeling of schriftelijk toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het voorwerp en het doel van het onderzoek te geven, en de antwoorden op te tekenen;

d)

alle andere natuurlijke of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;

e)

overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.

Een college zoals bedoeld in artikel 119, lid 1, wordt onverwijld in kennis gesteld van bevindingen die relevant kunnen zijn voor de uitoefening van zijn taken.

2.   De functionarissen van de EBA en andere door de EBA ten behoeve van het in lid 1 bedoelde onderzoek gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na de overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. Die machtiging maakt ook melding van de dwangsommen die overeenkomstig artikel 132 worden opgelegd wanneer de verlangde bescheiden, gegevens, procedures of ander materiaal, of de antwoorden op aan uitgevers van significante activagerelateerde tokens of uitgevers van significante e-moneytokens gestelde vragen niet of onvolledig worden verstrekt, alsook van de geldboeten die overeenkomstig artikel 131 worden opgelegd wanneer de antwoorden op aan de uitgevers van significante activagerelateerde tokens of uitgevers van significante e-moneytokens gestelde vragen onjuist of misleidend zijn.

3.   De uitgevers van significante activagerelateerde tokens en uitgevers van significante e-moneytokens zijn verplicht zich aan op grond van een besluit van de EBA ingestelde onderzoeken te onderwerpen. Het besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de overeenkomstig artikel 132 opgelegde dwangsommen, de krachtens Verordening (EU) nr. 1093/2010 beschikbare remedies en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

4.   Binnen een redelijke termijn voorafgaand aan een in lid 1 bedoeld onderzoek stelt de EBA de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek moet worden uitgevoerd, in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. Op verzoek van de EBA worden die gemachtigde personen bij de uitvoering van hun taken bijgestaan door functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit. Functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit mogen op verzoek eveneens bij de onderzoeken aanwezig zijn.

5.   Indien volgens het toepasselijke nationale recht voor een verzoek om de in lid 1, eerste alinea, punt e), bedoelde overzichten van telefoon- of dataverkeer de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, vraagt de EBA om dergelijke toestemming. Dergelijke toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

6.   Wanneer een rechterlijke instantie een aanvraag om toestemming voor een in lid 1, eerste alinea, punt e), bedoeld verzoek om overzichten van telefoon- of dataverkeer ontvangt, vergewist die rechterlijke instantie zich ervan of:

a)

het in lid 3 bedoelde besluit van de EBA authentiek is;

b)

de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

7.   Voor de toepassing van lid 6, punt b), mag de rechterlijke instantie de EBA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die de EBA heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. Die rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van de EBA. De rechtmatigheid van het besluit van de EBA kan slechts door het Hof van Justitie worden getoetst volgens de in Verordening (EU) nr. 1093/2010 uiteengezette procedure.

Artikel 124

Inspecties ter plaatse

1.   Om haar toezichthoudende verantwoordelijkheden uit hoofde van artikel 117 te kunnen vervullen, kan de EBA alle nodige inspecties ter plaatse uitvoeren in de bedrijfsruimten van de uitgevers van significante activagerelateerde tokens en uitgevers van significante e-moneytokens.

Het in artikel 119 bedoelde college wordt onverwijld in kennis gesteld van bevindingen die relevant kunnen zijn voor de uitvoering van zijn taken.

2.   De functionarissen van de EBA en andere door de EBA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen mogen bedrijfsruimten van de personen die onder het door de ESMA vastgestelde onderzoeksbesluit vallen, betreden en hebben alle in artikel 123, lid 1, vastgestelde bevoegdheden. Zij zijn ook bevoegd voor het verzegelen van alle ruimten en boeken of bescheiden van het bedrijf voor de duur van en voor zover noodzakelijk voor de inspectie.

3.   De EBA stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, tijdig vóór de inspectie hiervan in kennis. Wanneer dit voor het behoorlijk en efficiënt uitvoeren van de inspectie vereist is, kan de EBA, nadat zij die bevoegde autoriteit daarvan in kennis heeft gesteld, de inspectie ter plaatse uitvoeren zonder dat de uitgever van de significante activagerelateerde token of de uitgever van de significante e-moneytoken daarvan vooraf in kennis wordt gesteld.

4.   De functionarissen van de EBA en andere door de EBA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie en de dwangsommen die overeenkomstig artikel 132 worden opgelegd wanneer de betrokkenen zich niet aan het onderzoek onderwerpen, nader zijn aangegeven.

5.   De uitgever van de significante activagerelateerde token of de uitgever van de significante e-moneytoken is verplicht zich aan op grond van een besluit van de EBA gelaste inspecties ter plaatse te onderwerpen. Het besluit preciseert het voorwerp en het doel van de inspectie, geeft aan op welke datum de inspectie zal aanvangen, en vermeldt de dwangsommen die overeenkomstig artikel 132 worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1093/2010 beschikbare remedies en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

6.   De functionarissen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden verricht alsook door deze autoriteit gemachtigde of aangewezen personen verlenen op verzoek van de EBA de functionarissen van de EBA en andere door ESMA gemachtigde personen actief bijstand. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat mogen eveneens bij de inspecties ter plaatse aanwezig zijn.

7.   De EBA mag bevoegde autoriteiten ook verzoeken om, namens haar, specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse uit te voeren als bepaald in dit artikel en in artikel 123, lid 1.

8.   Wanneer de functionarissen van de EBA en andere door de EBA gemachtigde begeleidende personen vaststellen dat een persoon zich tegen een uit hoofde van dit artikel gelaste inspectie verzet, verleent de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat hun de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse uit te voeren, zo nodig door een beroep te doen op de bijstand van de politie of een gelijkwaardige handhavingsinstantie.

9.   Indien het nationale recht bepaalt dat voor de in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, dient de EBA een verzoek om dergelijke toestemming in. Dergelijke toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

10.   Wanneer een rechterlijke instantie in een lidstaat een aanvraag om toestemming voor een in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand ontvangt, gaat die rechterlijke instantie na of:

a)

het in lid 4 bedoelde door de EBA vastgestelde besluit authentiek is;

b)

de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

11.   Voor de toepassing van lid 10, punt b), mag de rechterlijke instantie de EBA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die de EBA heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. Die rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek toetsen, noch vragen dat zij de informatie krijgt over het dossier van de EBA. De rechtmatigheid van het besluit van de EBA kan slechts door het Hof van Justitie worden getoetst volgens de in Verordening (EU) nr. 1093/2010 uiteengezette procedure.

Artikel 125

Informatie-uitwisseling

1.   Om de toezichthoudende taken van de EBA uit hoofde van artikel 117 te kunnen vervullen, en onverminderd artikel 96, verschaffen de EBA en de bevoegde autoriteiten elkaar onverwijld de informatie die noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening. Daartoe wisselen de bevoegde autoriteiten en de EBA alle informatie uit met betrekking tot:

a)

een uitgever van een significante activagerelateerde token of een persoon die zeggenschap heeft over of direct of indirect onder zeggenschap staat van een uitgever van een significante activagerelateerde token;

b)

in artikel 34, lid 5, eerste alinea, punt h), bedoelde derde entiteiten met wie een uitgever van een significante activagerelateerde token een contractuele regeling is aangegaan;

c)

een aanbieder van cryptoactivadiensten, een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die de reserveactiva overeenkomstig artikel 37 in bewaring heeft;

d)

een uitgever van een significante e-moneytoken of een persoon die zeggenschap heeft over of direct of indirect onder zeggenschap staat van een uitgever van een significante e-moneytoken;

e)

een betalingsdienstaanbieder die met betrekking tot de significante e-moneytokens betalingsdiensten aanbiedt;

f)

een natuurlijke of rechtspersoon die is belast met de distributie van significante e-moneytokens namens de uitgever van significante e-moneytokens;

g)

een aanbieder van cryptoactivadiensten die namens cliënten instaat voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva met betrekking tot significante activagerelateerde tokens of significante e-moneytokens;

h)

een cryptoactivahandelsplatform waarop een significant activagerelateerde token of een significant e-moneytoken tot de handel is toegelaten;

i)

het leidinggevende orgaan van de in punten a) tot en met h) bedoelde personen.

2.   Een bevoegde autoriteit kan alleen weigeren gevolg te geven aan een in lid 1 van dit artikel bedoeld verzoek tot informatie-uitwisseling of aan een verzoek om samenwerking bij het uitvoeren van een onderzoek of een inspectie ter plaatse als bedoeld in respectievelijk artikel 123 en artikel 124:

a)

indien ingaan op het verzoek haar eigen onderzoek, handhavingsactiviteiten of indien toepasselijk een strafrechtelijk onderzoek ongunstig zou kunnen beïnvloeden;

b)

indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde natuurlijke of rechtspersonen reeds een gerechtelijke procedure bij de rechterlijke instanties van de aangezochte lidstaat is ingeleid;

c)

indien in de aangezochte lidstaat tegen deze natuurlijke of rechtspersonen voor dezelfde feiten reeds een definitieve rechterlijke uitspraak is gewezen.

Artikel 128

Samenwerking met andere autoriteiten

Indien een uitgever van een significante activagerelateerde token of een uitgever van een significante e-moneytoken zich bezighoudt met andere activiteiten dan die welke onder deze verordening vallen, werkt de EBA samen met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op dergelijke andere activiteiten als bepaald in het toepasselijke Unierecht of nationale recht, met inbegrip van belastingautoriteiten en relevante toezichthoudende autoriteiten van derde landen die geen leden zijn van het college als bedoeld in artikel 119, lid 2, punt m).

Artikel 130

Toezichtmaatregelen van de EBA

1.   Indien de EBA vaststelt dat een uitgever van een significante activagerelateerde token een in bijlage V vermelde inbreuk heeft gepleegd, kan zij één of meer van de volgende maatregelen nemen:

a)

een besluit vaststellen waarbij de uitgever van de significante activagerelateerde token wordt gelast de inbreukmakende gedraging te staken;

b)

een besluit vaststellen waarbij overeenkomstig de artikelen 131 en 132 geldboeten of dwangsommen worden opgelegd;

c)

een besluit vaststellen waarbij van de uitgever van de significante activagerelateerde token wordt verlangd dat hij aanvullende informatie verstrekt indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van houders van de activagerelateerde token, met name individuele houders;

d)

een besluit vaststellen waarin van de uitgever van de significante activagerelateerde token wordt verlangd dat hij een aanbieding van cryptoactiva aan het publiek telkens voor maximaal dertig opeenvolgende werkdagen schorst, indien zij redelijke gronden heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

e)

een besluit vaststellen waarin een aanbieding van de significante activagerelateerde token aan het publiek wordt verboden, indien zij vaststelt dat op deze verordening inbreuk is gemaakt of indien zij redelijke gronden heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk zal worden gemaakt;

f)

een besluit vaststellen waarin van de aanbieder van cryptoactivadiensten die een cryptoactivahandelsplatform exploiteert dat de significante activagerelateerde token tot de handel heeft toegelaten, wordt verlangd dat het de handel in een dergelijk cryptoactivum telkens voor maximaal dertig opeenvolgende werkdagen schorst, indien zij redelijke gronden heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

g)

een besluit vaststellen waarbij de handel in de significante activagerelateerde token op een cryptoactivahandelsplatform wordt verboden indien zij vaststelt dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

h)

een besluit vaststellen waarbij de uitgever van de significante activagerelateerde token wordt verplicht zijn reclame-uitingen te wijzigen, indien zij vaststelt dat deze reclame-uitingen niet in overeenstemming zijn met artikel 29;

i)

een besluit vaststellen om reclame-uitingen op te schorten of te verbieden indien er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

j)

een besluit vaststellen waarin van de uitgever van de significante activagerelateerde token wordt verlangd dat deze alle essentiële informatie openbaar maakt die gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de significante activagerelateerde token die aan het publiek wordt aangeboden of die tot de handel is toegelaten, teneinde de bescherming van de consumenten of de vlotte werking van de markt te garanderen;

k)

waarschuwingen geven dat de uitgever van de significante activagerelateerde token zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet nakomt;

l)

de vergunning van de uitgever van de significante activagerelateerde token intrekken;

m)

een besluit vaststellen waarbij wordt verlangd dat een natuurlijke persoon uit het leidinggevende orgaan van de uitgever van de activagerelateerde token wordt verwijderd;

n)

eisen dat de uitgever van de significante activagerelateerde token onder haar toezicht een minimumdenominatiewaarde voor die significante activagerelateerde token invoert of het bedrag van de uitgegeven significante activagerelateerde token beperkt, overeenkomstig artikel 23, lid 4, en artikel 24, lid 3.

2.   Indien de EBA vaststelt dat een uitgever van een significante e-moneytoken een in bijlage VI vermelde inbreuk heeft gepleegd, kan zij één of meer van de volgende maatregelen nemen:

a)

een besluit vaststellen waarbij de uitgever van de significante e-moneytoken wordt gelast de inbreukmakende gedraging te staken;

b)

een besluit vaststellen waarbij overeenkomstig de artikelen 131 en 132 geldboeten of dwangsommen worden opgelegd;

c)

een besluit vaststellen waarbij van de uitgever van de significante e-moneytoken wordt verlangd dat hij aanvullende informatie verstrekt indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van houders van de e-moneytoken, met name individuele houders;

d)

een besluit vaststellen waarin van de uitgever van de significante e-moneytoken wordt verlangd dat hij een aanbieding van cryptoactiva aan het publiek telkens voor maximaal dertig opeenvolgende werkdagen schorst, indien zij redelijke gronden heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

e)

een besluit vaststellen waarin een aanbieding van de significante e-moneytoken aan het publiek wordt verboden, indien zij vaststelt dat op deze verordening inbreuk is gemaakt of indien zij redelijke gronden heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk zal worden gemaakt;

f)

een besluit vaststellen waarin van de relevante aanbieder van cryptoactivadiensten die een cryptoactivahandelsplatform exploiteert dat significante e-moneytokens tot de handel heeft toegelaten, wordt verlangd dat het de handel in deze cryptoactiva telkens voor maximaal dertig opeenvolgende werkdagen schorst, indien zij redelijke gronden heeft om te vermoeden dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

g)

een besluit vaststellen waarbij de handel in significante e-moneytokens op een cryptoactivahandelsplatform wordt verboden indien zij vaststelt dat op deze verordening inbreuk is gemaakt;

h)

een besluit vaststellen waarin van de uitgever van de significante e-moneytoken wordt verlangd dat hij alle essentiële informatie openbaar maakt die gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de significante e-moneytoken die aan het publiek wordt aangeboden of die tot de handel is toegelaten, teneinde te zorgen voor de bescherming van consumenten of de vlotte werking van de markt;

i)

waarschuwingen geven dat de uitgever van de significante e-moneytoken zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet nakomt;

j)

eisen dat de uitgever van de significante e-moneytoken onder haar toezicht een minimumdenominatiewaarde voor die significante e-moneytoken invoert of het bedrag van de uitgegeven significante e-moneytoken beperkt, als gevolg van de toepassing van artikel 58, lid 3.

3.   Bij het nemen van de in lid 1 of 2 bedoelde maatregelen houdt de EBA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, op basis van:

a)

de duur en de frequentie van de inbreuk;

b)

de vraag of het financiële misdrijf veroorzaakt of gefaciliteerd is door de inbreuk, dan wel op enige andere wijze daaraan valt toe te schrijven;

c)

de vraag of de inbreuk ernstige gebreken of systeemgebreken in de procedures, beleidslijnen en maatregelen voor risicobeheer van de uitgever van de significante activagerelateerde token of van de uitgever van de significante e-moneytoken aan het licht heeft gebracht;

d)

de vraag of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gemaakt;

e)

de mate van aansprakelijkheid van de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of van de uitgever van de significante e-moneytoken;

f)

de financiële draagkracht van de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of van de uitgever van de significante e-moneytoken, zoals deze blijkt uit de totale omzet van de aansprakelijke rechtspersoon of het jaarinkomen en de nettoactiva van de aansprakelijke natuurlijke persoon;

g)

de impact van de inbreuk op de belangen van houders van significante activagerelateerde tokens of significante e-moneytokens;

h)

de omvang van de door de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken behaalde winsten of vermeden verliezen, dan wel de verliezen voor derden ten gevolge van de inbreuk, voor zover die zijn vast te stellen;

i)

de mate waarin de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken aan de EBA medewerking heeft verleend, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

j)

eerdere inbreuken door de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de e-moneytoken;

k)

maatregelen die na de inbreuk zijn genomen door de uitgever van de significante activagerelateerde token of door de uitgever van de significante e-moneytoken om herhaling van een dergelijke inbreuk te voorkomen.

4.   Alvorens één van de maatregelen als bedoeld in lid 1, punten d) tot en met g), en punt j), te nemen, stelt de EBA de ESMA en, indien de significante activagerelateerde tokens verwijzen naar de euro of een officiële valuta van een lidstaat die niet de euro is, respectievelijk de ECB of de centrale bank van de betrokken lidstaat die die officiële valuta uitgeeft, daarvan in kennis.

5.   Alvorens één van de maatregelen als bedoeld in de lid 2 te nemen, stelt de EBA de bevoegde autoriteit van de uitgever van de significante e-moneytoken en de centrale bank van uitgifte van de valuta waarnaar de significante e-moneytoken verwijst, daarvan in kennis.

6.   De EBA stelt de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken onverwijld in kennis van elke op grond van lid 1 of 2 genomen maatregel en deelt die maatregel mee aan de betrokken bevoegde autoriteiten en aan de Commissie. De EBA maakt dergelijke besluiten binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop dat besluit is vastgesteld, openbaar op haar website, tenzij een dergelijke openbaarmaking de stabiliteit van de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou berokkenen aan de betrokkenen. De openbaar gemaakte informatie mag geen persoonsgegevens omvatten.

7.   De in lid 6 bedoelde openbaarmaking omvat het volgende:

a)

een verklaring dat de voor de inbreuk aansprakelijke persoon het recht heeft tegen het besluit beroep in te stellen bij het Hof van Justitie;

b)

in voorkomend geval, een verklaring dat beroep is ingesteld, met de vermelding dat een dergelijk beroep geen schorsende werking heeft;

c)

een verklaring dat de bezwaarcommissie van de EBA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan schorsen.

Artikel 131

Geldboeten

1.   De EBA stelt overeenkomstig lid 3 of 4 van dit artikel een besluit vast waarbij een geldboete wordt opgelegd, indien zij, overeenkomstig artikel 134, lid 8, vaststelt dat:

a)

een uitgever van een significante activagerelateerde token of een lid van het leidinggevende orgaan hiervan, opzettelijk of uit onachtzaamheid, een van de in bijlage V genoemde inbreuken heeft gepleegd;

b)

een uitgever van een significante e-moneytoken of een lid van het leidinggevende orgaan hiervan, opzettelijk of uit onachtzaamheid, een van de in bijlage VI genoemde inbreuken heeft gepleegd.

Een inbreuk wordt geacht opzettelijk te zijn gemaakt indien de EBA objectieve factoren aantreft waaruit blijkt dat die uitgever of een lid van diens leidinggevend orgaan doelbewust handelde om de inbreuk te plegen.

2.   Bij het vaststellen van een in lid 1 bedoeld besluit houdt de EBA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, op basis van:

a)

de duur en de frequentie van de inbreuk;

b)

de vraag of het financiële misdrijf veroorzaakt of gefaciliteerd is door de inbreuk, dan wel op enige andere wijze daaraan valt toe te schrijven;

c)

de vraag of de inbreuk ernstige gebreken of systeemgebreken in de procedures, beleidslijnen en maatregelen voor risicobeheer van de uitgever van de significante activagerelateerde token of van de uitgever van de significante e-moneytoken aan het licht heeft gebracht;

d)

de vraag of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gemaakt;

e)

de mate van aansprakelijkheid van de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken;

f)

de financiële draagkracht van de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde tokens, of van de uitgever van de significante e-moneytoken, zoals deze blijkt uit de totale omzet van de aansprakelijke rechtspersoon of het jaarinkomen en de nettoactiva van de aansprakelijke natuurlijke persoon;

g)

de impact van de inbreuk op de belangen van houders van significante activagerelateerde tokens of significante e-moneytokens;

h)

de omvang van de door de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of de significante e-moneytoken behaalde winsten of vermeden verliezen, dan wel de verliezen voor derden ten gevolge van de inbreuk, voor zover die zijn vast te stellen;

i)

de mate waarin de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken aan de EBA medewerking heeft verleend, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

j)

eerdere inbreuken door de voor de inbreuk aansprakelijke uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken;

k)

maatregelen die na de inbreuk zijn genomen door de uitgever van de significante activagerelateerde token of door de uitgever van de significante e-moneytoken om herhaling van een dergelijke inbreuk te voorkomen.

3.   Voor uitgevers van significante activagerelateerde tokens bedraagt het maximumbedrag van de in lid 1 bedoelde geldboete tot 12,5 % van de jaaromzet over het voorgaande boekjaar, of tweemaal het bedrag van de dankzij de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld.

4.   Voor uitgevers van significante e-moneytokens bedraagt het maximumbedrag van de in lid 1 bedoelde geldboete tot 10 % van de jaaromzet over het voorgaande boekjaar, of tweemaal het bedrag van de dankzij de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld.

Artikel 134

Procedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van geldboeten

1.   Wanneer de EBA bij de vervulling van haar toezichthoudende verantwoordelijkheden uit hoofde van artikel 117 vaststelt dat er duidelijke en aantoonbare redenen zijn om te vermoeden dat er een in de bijlage V of VI genoemde inbreuk is gepleegd of zal worden gepleegd, stelt de EBA intern een onafhankelijke onderzoeksfunctionaris aan om de zaak te onderzoeken. De onderzoeksfunctionaris mag niet betrokken zijn bij of niet direct of indirect betrokken zijn geweest bij het toezicht op de betrokken uitgevers van significante activagerelateerde tokens of uitgevers van significante e-moneytokens en vervult zijn taken onafhankelijk van de EBA.

2.   De onderzoeksfunctionaris onderzoekt de vermeende inbreuken en houdt daarbij rekening met de opmerkingen van de personen op wie het onderzoek betrekking heeft, om daarna een volledig dossier met zijn bevindingen bij de EBA in te dienen.

3.   Voor het vervullen van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid tot het verzoeken om informatie overeenkomstig artikel 122 en de bevoegdheid tot het uitvoeren van onderzoeken en inspecties ter plaatse overeenkomstig de artikelen 123 en 124. Bij het aanwenden van die bevoegdheden houdt de onderzoeksfunctionaris zich aan artikel 121.

4.   Bij het vervullen van zijn taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die de EBA bij haar toezichthoudende werkzaamheden heeft vergaard.

5.   Nadat hij zijn onderzoek heeft afgerond en voordat hij het dossier met zijn bevindingen bij de EBA indient, stelt de onderzoeksfunctionaris de personen waarop de onderzoeken betrekking hebben, in de gelegenheid over de onderzochte punten te worden gehoord. De onderzoeksfunctionaris baseert zijn bevindingen alleen op feiten waarover de betrokkenen de gelegenheid hebben gehad opmerkingen te maken.

6.   De rechten van verdediging van de betrokkenen worden volledig in acht genomen tijdens de op grond van dit artikel gevoerde onderzoeken.

7.   Wanneer de onderzoeksfunctionaris het dossier met zijn bevindingen voorlegt aan de EBA, stelt hij de aan het onderzoek onderworpen personen, daarvan in kennis. De aan het onderzoek onderworpen personen, zijn gerechtigd toegang tot het dossier te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie die derden raakt, of voor interne voorbereidende documenten van de EBA.

8.   De EBA neemt, op basis van het dossier met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris en na de aan het onderzoek onderworpen personen, op hun verzoek overeenkomstig artikel 135 te hebben gehoord, een besluit over de vraag of de aan het onderzoek onderworpen uitgever van de significante activagerelateerde token of uitgever van de significante e-moneytoken een in de bijlagen V of VI vermelde inbreuk heeft gemaakt, en in een dergelijk geval neemt zij overeenkomstig artikel 130 een toezichtmaatregel of legt zij overeenkomstig artikel 131 een geldboete op.

9.   De onderzoeksfunctionaris neemt niet deel aan de beraadslagingen van de EBA of mengt zich in het geheel niet in het besluitvormingsproces van de EBA.

10.   De Commissie stelt uiterlijk op 30 juni 2024 overeenkomstig artikel 139 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door de procedureregels nader te bepalen voor de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van geldboeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen en de inning van geldboeten of dwangsommen, en de verjaringstermijnen voor het opleggen en de handhaving van geldboeten en dwangsommen.

11.   Indien de EBA, bij het vervullen van haar taken uit hoofde van deze verordening, vaststelt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het eventuele bestaan van feiten die als strafbare feiten kunnen worden aangemerkt, brengt zij de zaak voor onderzoek en, waar passend, voor strafrechtelijke vervolging onder de aandacht van de desbetreffende bevoegde nationale autoriteiten. Bovendien ziet de EBA af van het opleggen van geldboeten of dwangsommen indien zij er weet van heeft dat een eerdere vrijspraak of veroordeling ten gevolge van een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens identieke of in wezen dezelfde feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 137

Toezichtvergoeding

1.   De EBA rekent de uitgevers van significante activagerelateerde tokens en de uitgevers van significante e-moneytokens vergoedingen aan. Die vergoedingen dekken de uitgaven van de EBA voor de uitvoering van haar toezichthoudende taken met betrekking tot uitgevers van significante activagerelateerde tokens en uitgevers van significante e-moneytokens overeenkomstig de artikelen 117 en 119, alsook de terugbetaling van kosten die de bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van hun werkzaamheden uit hoofde van deze verordening mogelijkerwijs maken, met name als gevolg van overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde taken.

2.   Het bedrag van de vergoeding die een individuele uitgever van een significante activagerelateerde token wordt aangerekend, staat in verhouding tot de omvang van zijn reserveactiva en dekt alle kosten die de EBA heeft gemaakt met betrekking tot de uitvoering van haar toezichthoudende taken uit hoofde van deze verordening.

Het bedrag van de aangerekende vergoeding die een individuele uitgever van een significante e-moneytoken wordt aangerekend, staat in verhouding tot de omvang van de uitgifte van de e-moneytoken in ruil voor geldmiddelen, en dekt alle kosten die resulteren uit de uitvoering van de toezichthoudende taken van de EBA uit hoofde van deze verordening, met inbegrip van de terugbetaling van alle uit de uitvoering van die taken voortvloeiende kosten.

3.   De Commissie stelt uiterlijk op 30 juni 2024 overeenkomstig artikel 139 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen tot nadere bepaling van de soorten vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor een vergoeding verschuldigd is, de hoogte van de vergoedingen en de wijze waarop deze dienen te worden voldaan, en de methode voor de berekening van het in lid 2 van dit artikel bedoelde maximumbedrag per entiteit dat door de EBA kan worden aangerekend.

Artikel 138

Delegatie van taken door de EBA aan bevoegde autoriteiten

1.   Wanneer zulks noodzakelijk is voor de goede uitoefening van een toezichthoudende taak ten aanzien van uitgevers van significante activagerelateerde tokens of uitgevers van significante e-moneytokens, kan de EBA specifieke toezichthoudende verantwoordelijkheden aan de bevoegde autoriteit delegeren. Bij die specifieke toezichthoudende taken kan het gaan om de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 122 verzoeken om informatie uit te voeren en om overeenkomstig artikel 123 of 124 onderzoeken en inspecties ter plaatse uit te voeren.

2.   Voordat een in lid 1 bedoelde taak te delegeren, raadpleegt de EBA de betrokken bevoegde over:

a)

de reikwijdte van de te delegeren taak;

b)

het tijdschema voor het vervullen van de taak, en

c)

het overdragen van de noodzakelijke informatie door en aan de EBA.

3.   Overeenkomstig de door de Commissie uit hoofde van artikel 137, lid 3, en artikel 139 vastgestelde gedelegeerde handeling inzake vergoedingen, vergoedt de EBA aan een bevoegde autoriteit de kosten die zijn gemaakt als gevolg van het uitvoeren van gedelegeerde taken.

4.   De EBA evalueert de delegatie van taken op gezette tijden. Een dergelijke delegatie van taken kan te allen tijde worden ingetrokken.

TITEL VIII

GEDELEGEERDE HANDELINGEN

Artikel 140

Verslagen over de toepassing van deze verordening

1.   Uiterlijk op 30 juni 2027 dient de Commissie, na raadpleging van de EBA en de ESMA, een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel. Uiterlijk op 30 juni 2025 wordt een tussentijds verslag ingediend, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

2.   De in lid 1 bedoelde verslagen omvatten het volgende:

a)

het aantal uitgiften van cryptoactiva in de Unie, het aantal bij de bevoegde autoriteiten ingediende of ter kennis gebrachte cryptoactivawitboeken, het type uitgegeven cryptoactiva en hun marktkapitalisatie, en het aantal tot de handel toegelaten cryptoactiva;

b)

een beschrijving van de ervaringen met de classificatie van cryptoactiva, met inbegrip van mogelijke verschillen in benaderingen door bevoegde autoriteiten;

c)

een beoordeling van de noodzaak van de invoering van een goedkeuringsmechanisme voor cryptoactivawitboeken voor andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens en e-moneytokens;

d)

een schatting van het aantal ingezetenen in de Unie dat gebruikmaakt van of belegt in cryptoactiva die in de Unie zijn uitgegeven;

e)

indien mogelijk, een schatting van het aantal ingezetenen in de Unie dat gebruikmaakt van of belegt in cryptoactiva die buiten de Unie worden uitgegeven, en een toelichting bij de beschikbaarheid van gegevens daarover;

f)

het aantal en de waarde van gevallen van fraude, oplichting, hacks, het gebruik van cryptoactiva voor betalingen die verband houden met ransomwareaanvallen, cyberaanvallen, gevallen van diefstal of verlies van cryptoactiva die in de Unie worden gemeld, de soorten frauduleus gedrag, het aantal klachten dat aanbieders van cryptoactivadiensten en uitgevers van activagerelateerde tokens hebben ontvangen, het aantal klachten dat bevoegde autoriteiten hebben ontvangen en het voorwerp van de ontvangen klachten;

g)

het aantal uitgevers van activagerelateerde tokens en een analyse van de reserveactiva, de omvang van de activareserves en het volume betalingen in activagerelateerde tokens;

h)

het aantal uitgevers van significante activagerelateerde tokens en een analyse van de reserveactiva, de omvang van de activareserves en het volume in significante activagerelateerde tokens gedane betalingen;

i)

het aantal uitgevers van e-moneytokens dat beschikt over een vergunning en een analyse van de officiële valuta waarnaar de e-moneytokens verwijzen, de samenstelling en de omvang van de overeenkomstig artikel 54 gestorte of belegde geldmiddelen en het volume in e-moneytokens gedane betalingen;

j)

het aantal uitgevers van significante e-moneytokens dat beschikt over een vergunning en een analyse van de officiële valuta waarnaar de significante e-moneytokens verwijzen en, voor elektronischgeldinstellingen die significante e-moneytokens uitgeven, een analyse van de categorieën reserveactiva, de omvang van de activareserves en het volume in significante activagerelateerde tokens gedane betalingen;

k)

het aantal significante aanbieders van cryptoactivadiensten;

l)

een beoordeling van het functioneren van de cryptoactivamarkten in de Unie, met inbegrip van de evolutie en trends op de markt, rekening houdende met de ervaring van de toezichthoudende autoriteiten, het aantal vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten en hun respectieve gemiddelde marktaandeel;

m)

een beoordeling van het beschermingsniveau van cryptoactivahouders en cliënten van aanbieders van cryptoactivadiensten, met name individuele houders;

n)

een beoordeling van frauduleuze reclame-uitingen en oplichting met cryptoactiva die plaatsvinden via socialemedianetwerken;

o)

een beoordeling van de vereisten die van toepassing zijn op uitgevers van cryptoactiva en aanbieders van cryptoactivadiensten, en het effect daarvan op de operationele veerkracht, de marktintegriteit, de financiële stabiliteit en de bescherming van cliënten en cryptoactivahouders;

p)

een evaluatie van de toepassing van artikel 81 en van de mogelijkheid om geschiktheidstests in te voeren in de artikelen 78, 79 en 80 om cliënten van aanbieders van cryptoactivadiensten, met name individuele houders, beter te beschermen;

q)

een beoordeling van de vraag of het door deze verordening bestreken scala aan cryptoactivadiensten passend is, of de in deze verordening uiteengezette definities eventueel moeten worden aangepast, en of eventuele bijkomende innovatieve vormen van cryptoactiva in het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden opgenomen;

r)

een beoordeling van de vraag of de prudentiële vereisten voor aanbieders van cryptoactivadiensten passend zijn en of zij moeten worden afgestemd op de vereisten inzake aanvangskapitaal en eigen vermogen die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen uit hoofde van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad (46) en Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad (47);

s)

een beoordeling van de geschiktheid van de drempels voor de classificatie van activagerelateerde tokens en e-moneytokens als zijnde significant, zoals uiteengezet in artikel 43, lid 1, punten a), b) en c) van deze verordening, alsook een beoordeling van de vraag of de drempels periodiek moeten worden geëvalueerd;

t)

een beoordeling van de ontwikkeling van gedecentraliseerde financiering (decentralised financing) op cryptoactivamarkten en van de passende regelgevende behandeling van gedecentraliseerde cryptoactivasystemen;

u)

een beoordeling van de geschiktheid van de drempels om aanbieders van cryptoactivadiensten overeenkomstig artikel 85 als significant te beschouwen, en een beoordeling van de vraag of de drempels periodiek moeten worden geëvalueerd;

v)

een beoordeling van de vraag of op grond van deze verordening een gelijkwaardigheidsregeling moet worden ingesteld voor entiteiten uit derde landen die cryptoactivadiensten aanbieden, uitgevers van activagerelateerde tokens uit derde landen of uitgevers van e-moneytokens uit derde landen;

w)

een beoordeling van de vraag of de vrijstellingen op grond van de artikelen 4 en 16 passend zijn;

x)

een beoordeling van het effect van deze verordening op het goede functioneren van de interne cryptoactivamarkt, met inbegrip van het eventuele effect op de toegang tot financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen en op de ontwikkeling van nieuwe betaalmiddelen, waaronder betaalinstrumenten;

y)

een beschrijving van ontwikkelingen in bedrijfsmodellen en technologieën op cryptoactivamarkten, met bijzondere aandacht voor de milieu- en klimaatgerelateerde effecten van nieuwe technologieën, alsook een beoordeling van de beleidsopties en indien nodig aanvullende maatregelen die gerechtvaardigd kunnen zijn ter beperking van de negatieve gevolgen voor het klimaat en andere milieugerelateerde negatieve effecten van de op cryptoactivamarkten gebruikte technologieën, en met name de consensusmechanismen die worden gebruikt om transacties in cryptoactiva te valideren;

z)

een inschatting of aanpassingen nodig zijn van de in deze verordening uiteengezette maatregelen voor het beschermen van cliënten en cryptoactivahouders, de marktintegriteit en de financiële stabiliteit;

a bis)

de toepassing van administratieve sancties en andere administratieve maatregelen;

a ter)

een evaluatie van de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten, de EBA, de ESMA, de centrale banken en andere relevante autoriteiten, onder meer met betrekking tot de interactie van hun verantwoordelijkheden of taken, en een beoordeling van de voor- en nadelen van het feit dat de bevoegde autoriteiten of de EBA voor het toezicht op grond van deze verordening verantwoordelijk zijn;

a quater)

een evaluatie van de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en de ESMA met betrekking tot het toezicht op significante aanbieders van cryptoactivadiensten, en een beoordeling van de voor- en nadelen van het feit dat respectievelijk de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de ESMA verantwoordelijk zijn voor het toezicht op significante aanbieders van cryptoactivadiensten op grond van deze verordening;

a quinquies)

de kosten voor uitgevers van andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens en e-moneytokens om aan deze verordening te voldoen als percentage van het met uitgiften van cryptoactiva opgehaalde bedrag;

a sexies)

de kosten voor uitgevers van activagerelateerde tokens en uitgevers van e-moneytokens om aan deze verordening te voldoen als percentage van hun operationele kosten;

a septies)

de kosten voor aanbieders van cryptoactivadiensten om aan deze verordening te voldoen als percentage van hun operationele kosten;

a octies)

het aantal en het bedrag van administratieve geldboeten en strafrechtelijke sancties die voor inbreuken op deze verordening door bevoegde autoriteiten en door de EBA zijn opgelegd.

3.   In voorkomend geval worden de in het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslagen ook follow-up gegeven aan de onderwerpen die in de in de artikelen 141 en 142 bedoelde verslagen aan de orde komen.

Artikel 141

Jaarverslag van de ESMA over marktontwikkelingen

Uiterlijk op 31 december 2025 en vervolgens elk jaar dient de ESMA in nauwe samenwerking met de EBA een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening en de ontwikkelingen op cryptoactivamarkten. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.

Het verslag bevat de volgende punten:

a)

het aantal uitgiften van cryptoactiva in de Unie, het aantal bij de bevoegde autoriteiten ingediende of gemelde cryptoactivawitboeken, het type uitgegeven cryptoactiva en hun marktkapitalisatie, het aantal tot de handel toegelaten cryptoactiva;

b)

het aantal uitgevers van activagerelateerde tokens en een analyse van de categorieën reserveactiva, de omvang van de activareserves en het volume transacties in activagerelateerde tokens;

c)

het aantal uitgevers van significante activagerelateerde tokens en een analyse van de categorieën reserveactiva, de omvang van de activareserves en het volume transacties in significante activagerelateerde tokens;

d)

het aantal uitgevers van e-moneytokens en een analyse van de officiële valuta waarnaar de e-moneytokens verwijzen, de samenstelling en de omvang van de geldmiddelen die gestort of belegd zijn overeenkomstig artikel 54, en het volume in e-moneytokens gedane betalingen;

e)

het aantal uitgevers van significante e-moneytokens en een analyse van de officiële valuta waarnaar de significante e-moneytokens verwijzen en, voor elektronischgeldinstellingen die significante e-moneytokens uitgeven, een analyse van de categorieën reserveactiva, de omvang van de activareserves en het volume in significante e-moneytokens gedane betalingen;

f)

het aantal aanbieders van cryptoactivadiensten en het aantal significante aanbieders van cryptoactivadiensten;

g)

een schatting van het aantal ingezetenen in de Unie dat gebruikmaakt van of belegt in cryptoactiva die in de Unie zijn uitgegeven;

h)

indien mogelijk een schatting van het aantal ingezetenen van de Unie dat gebruikmaakt van of belegt in cryptoactiva die buiten de Unie worden uitgegeven, alsook een toelichting bij de beschikbaarheid van gegevens op dat gebied;

i)

een overzicht van de geografische locatie en het niveau van ken-uw-cliënt—–procedures en procedures voor cliëntenonderzoek betreffende wisseldiensten voor cryptoactiva die zonder vergunning worden aangeboden aan ingezetenen van de Unie, met inbegrip van het aantal wissels zonder eenduidige domiciliëring en het aantal wissels in rechtsgebieden die voorkomen op de lijst van derde landen met een hoog risico in het kader van de Unievoorschriften inzake het witwassen van geld en bestrijding van terrorismefinanciering, of op de lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden op belastinggebied, ingedeeld volgens de mate van conformiteit met adequate ken-uw-cliënt-procedures;

j)

het aandeel van de transacties in cryptoactiva die plaatsvinden via een aanbieder van cryptoactivadiensten, een dienstverlener zonder vergunning of een peer-to-peeraanbieder, en het transactievolume daarvan;

k)

het aantal en de waarde van gevallen van fraude, oplichting, hacks, het gebruik van cryptoactiva voor met ransomwareaanvallen verband houdende betalingen, cyberaanvallen, in de Unie gemelde diefstallen of verliezen van cryptoactiva, de soorten frauduleus gedrag, het aantal klachten dat aanbieders van cryptoactivadiensten en uitgevers van activagerelateerde tokens hebben ontvangen, het aantal klachten dat bevoegde autoriteiten hebben ontvangen en het voorwerp van de ontvangen klachten;

l)

het aantal klachten dat door aanbieders van cryptoactivadiensten, uitgevers en bevoegde autoriteiten wordt ontvangen in verband met onjuiste en misleidende informatie die vervat ligt in cryptoactivawitboeken of in reclame-uitingen, ook via socialemediaplatforms;

m)

mogelijke benaderingen en opties, op basis van beste praktijken en verslagen van relevante internationale organisaties, om het risico van omzeiling van deze verordening te beperken, onder meer voor wat betreft de aanbieding van cryptoactivadiensten in de Unie door actoren uit derde landen zonder vergunning.

De bevoegde autoriteiten verstrekken de ESMA de informatie die nodig is om het verslag voor te bereiden. Ten behoeve van het verslag kan de ESMA informatie opvragen bij rechtshandhavingsinstanties.

Artikel 149

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Deze verordening is van toepassing vanaf 30 december 2024.

3.   In afwijking van lid 2 zijn de titels III en IV van toepassing vanaf 30 juni 2024.

4.   In afwijking van de leden 2 en 3 van dit artikel zijn artikel 2, lid 5, artikel 3, lid 2, artikel 6, leden 11 en 12, artikel 14, lid 1, tweede alinea, artikel 17, lid 8, artikel 18, leden 6 en 7, artikel 19, leden 10 en 11, artikel 21, lid 3, artikel 22, leden 6 en 7, artikel 31, lid 5, artikel 32, lid 5, artikel 34, lid 13, artikel 35, lid 6, artikel 36, lid 4, artikel 38, lid 5, artikel 42, lid 4, artikel 43, lid 11, artikel 45, leden 7 en 8, artikel 46, lid 6, artikel 47, lid 5, artikel 51, leden 10 en 15, artikel 60, leden 13 en 14, artikel 61, lid 3, artikel 62, leden 5 en 6, artikel 63, lid 11, artikel 66, lid 6, artikel 68, lid 10, artikel 71, lid 5, artikel 72, lid 5, artikel 76, lid 16, artikel 81, lid 15, artikel 82, lid 2, artikel 84, lid 4, artikel 88, lid 4, artikel 92, leden 2 en 3, artikel 95, leden 10 en 11, artikel 96, lid 3, artikel 97, lid 1, artikel 103, lid 8, artikel 104, lid 8, artikel 105, lid 7, artikel 107, leden 3 en 4, artikel 109, lid 8 en artikel 119, lid 8, artikel 134, lid 10, artikel 137, lid 3 en artikel 139 van toepassing vanaf 29 juni 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2023.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

P. KULLGREN


(1)  PB C 152 van 29.4.2021, blz. 1.

(2)  PB C 155 van 30.4.2021, blz. 31.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 20 april 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 16 mei 2023.

(4)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(5)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(6)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(7)  Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).

(8)  Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).

(9)  Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 35).

(10)  Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7).

(11)  Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

(12)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

(13)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

(14)  Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (“Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).

(15)  Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29).

(16)  Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad (PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16).

(17)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(18)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

(19)  Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).

(20)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

(21)  Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).

(22)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(23)  Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).

(24)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(25)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(26)  PB C 337 van 23.8.2021, blz. 4.

(27)  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(28)  Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37);

(29)  Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 1).

(30)  Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).

(31)  Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1).

(32)  Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).

(33)  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (UCITS) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(34)  Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

(35)  Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels (PB L 84 van 26.3.1997, blz. 22).

(36)  Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).

(37)  Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele veerkracht voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1).

(38)  Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 8).

(39)  Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).

(40)  Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PB L 241 van 2.9.2006, blz. 26).

(41)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1).

(42)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(43)  Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1).

(44)  Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365 en Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PB L 22 van 22.1.2021, blz. 1).

(45)  Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).

(46)  Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1).

(47)  Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).


BIJLAGE I

OPENBAAR TE MAKEN ELEMENTEN VOOR HET CRYPTOACTIVAWITBOEK VOOR ANDERE CRYPTOACTIVA DAN ACTIVAGERELATEERDE TOKENS OF E-MONEYTOKENS

Deel A: Informatie over de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel

1.

Naam.

2.

Rechtsvorm.

3.

Statutair adres en hoofdkantoor, indien verschillend.

4.

Datum van de registratie.

5.

Identificatiecode voor juridische entiteiten of een andere overeenkomstig het toepasselijke nationale recht vereiste identificatiecode.

6.

Een telefoonnummer en een e-mailadres van de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel, en het aantal dagen waarbinnen een belegger die via dat telefoonnummer of e-mailadres contact opneemt met de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel, een antwoord zal ontvangen.

7.

In voorkomend geval, de naam van de moederonderneming.

8.

Identiteit, kantooradressen en functies van personen die deel uitmaken van het leidinggevende orgaan van de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel.

9.

Bedrijfs- of beroepsactiviteit van de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel en, indien van toepassing, van zijn moederonderneming.

10.

De financiële toestand in de laatste drie jaar van de aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel, of, indien de aanbieder of persoon die verzoekt om toelating tot de handel, nog geen drie jaar bestaat, zijn financiële toestand sinds de datum van zijn registratie.

De financiële toestand wordt beoordeeld op basis van een getrouw overzicht van de ontwikkeling van en de prestaties van het bedrijf van de aanbieder of persoon die om toelating tot de handel heeft verzocht, en van zijn positie voor elk jaar en elke tussentijdse verslagperiode waarover historische financiële informatie moet worden verstrekt, met inbegrip van de oorzaken van essentiële wijzigingen.

Het overzicht bestaat uit een evenwichtige en volledige analyse van de ontwikkeling van en de prestaties en de positie van het bedrijf van de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel, die in overeenstemming is met de omvang en de complexiteit van het bedrijf.

Deel B: Informatie over de uitgever, indien het gaat om een andere persoon dan de aanbieder of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel

1.

Naam.

2.

Rechtsvorm.

3.

Statutair adres en hoofdkantoor, indien verschillend.

4.

Datum van de registratie.

5.

Identificatiecode voor juridische entiteiten of een andere op grond van het toepasselijke nationale recht vereiste identificatiecode.

6.

In voorkomend geval, de naam van de moederonderneming.

7.

Identiteit, kantooradressen en functies van personen die lid zijn van het leidinggevende orgaan van de uitgever.

8.

Bedrijfs- of beroepsactiviteit van de uitgever en, indien van toepassing, van zijn moederonderneming.

Deel C: Informatie over de exploitant van het handelsplatform in gevallen waarin deze het cryptoactivawitboek opstelt

1.

Naam.

2.

Rechtsvorm.

3.

Statutair adres en hoofdkantoor, indien verschillend.

4.

Datum van de registratie.

5.

Identificatiecode voor juridische entiteiten of een andere op grond van het toepasselijke nationale recht vereiste identificatiecode.

6.

In voorkomend geval, de naam van de moederonderneming.

7.

De reden waarom die exploitant het cryptoactivawitboek heeft opgesteld.

8.

Identiteit, kantooradressen en functies van personen die lid zijn van het leidinggevende orgaan van de exploitant.

9.

Bedrijfs- of beroepsactiviteit van de exploitant en, indien van toepassing, van zijn moederonderneming.

Deel D: Informatie over het cryptoactivaproject

1.

Naam van het cryptoactivaproject en van de cryptoactiva, indien deze verschillen van de naam van de aanbieder of persoon die om toelating tot de handel heeft verzocht, en afkorting of tickercode.

2.

Een korte beschrijving van het cryptoactivaproject.

3.

Nadere gegevens van alle natuurlijke of rechtspersonen (waaronder kantooradressen of statutair adres van de vennootschap) die betrokken zijn bij de uitvoering van het cryptoactivaproject, zoals adviseurs, het ontwikkelingsteam en aanbieders van cryptoactivadiensten.

4.

Indien het cryptoactivaproject gebruikstokens betreft: de belangrijkste kenmerken van de te ontwikkelen goederen of diensten.

5.

Informatie over het cryptoactivaproject, met name behaalde en toekomstige mijlpalen van het project en, in voorkomend geval, de reeds aan het project toegewezen middelen.

6.

In voorkomend geval, het voorgenomen gebruik van geïnde geldmiddelen of andere geïnde cryptoactiva.

Deel E: Informatie over de aanbieding aan het publiek van cryptoactiva of de toelating daarvan tot de handel

1.

Een vermelding of het cryptoactivawitboek een aanbieding van cryptoactiva aan het publiek betreft of een toelating van die cryptoactiva tot de handel.

2.

De redenen voor de aanbieding aan het publiek of voor het verzoek om toelating tot de handel.

3.

In voorkomend geval, het met de aanbieding aan het publiek beoogde op te halen bedrag aan geldmiddelen of andere cryptoactiva, met inbegrip van, in voorkomend geval, de beoogde minimale en maximale intekening voor de aanbieding aan het publiek van cryptoactiva, alsook of mogelijke overtekeningen worden aanvaard en zo ja, hoe deze worden toegewezen.

4.

De uitgiftekoers van het aan het publiek aangeboden cryptoactivum (in officiële valuta of andere cryptoactiva), eventuele inschrijvingkosten of de methode op basis waarvan de biedkoers zal worden bepaald.

5.

In voorkomend geval, het totale aantal cryptoactiva dat aan het publiek wordt aangeboden of tot de handel wordt toegelaten.

6.

Een vermelding van de aspirant-houders op wie de aanbieding van cryptoactiva aan het publiek of de toelating ervan tot de handel is gericht, met inbegrip van restricties ten aanzien van het type houders van dergelijke cryptoactiva.

7.

Een specifieke vermelding dat kopers die aan de aanbieding van cryptoactiva aan het publiek deelnemen, zullen kunnen worden terugbetaald indien de beoogde minimuminschrijving aan het einde van de aanbieding aan het publiek niet wordt bereikt, indien zij gebruikmaken van het in artikel 13 bedoelde herroepingsrecht, of indien de aanbieding wordt geannuleerd, alsmede een gedetailleerde beschrijving van het terugbetalingsmechanisme, met inbegrip van de termijn waarbinnen die terugbetaling naar verwachting zal zijn afgerond.

8.

Informatie over de verschillende fasen van aanbieding aan het publiek van de cryptoactiva, met inbegrip van informatie over de verlaagde aankoopkoers voor vroege kopers van cryptoactiva (pre-public sales); indien sommige kopers een aankoopkorting krijgen: een verklaring voor de reden waarom de aankoopkoersen kunnen verschillen, en een beschrijving van de gevolgen hiervan voor de andere beleggers.

9.

Voor in de tijd beperkte aanbiedingen: de inschrijvingsperiode waarin de aanbieding openstaat voor het publiek.

10.

De in artikel 10 bedoelde regelingen om geldmiddelen of andere cryptoactiva gedurende de in de tijd beperkte aanbieding aan het publiek of tijdens de herroepingstermijn veilig te stellen.

11.

Betaalmethoden om de aangeboden cryptoactiva te kopen en methoden van overdracht van de waarde aan de kopers wanneer zij recht op terugbetaling hebben.

12.

Bij aanbiedingen aan het publiek: informatie over het in artikel 13 bedoelde herroepingsrecht.

13.

Informatie over de wijze en de termijn voor de overdracht van de aangekochte cryptoactiva aan de houders.

14.

Informatie over de technische vereisten waaraan de koper moet voldoen om de cryptoactiva te houden.

15.

In voorkomend geval, de naam van de aanbieder van cryptoactivadiensten die met de plaatsing van cryptoactiva is belast, en de vorm van die plaatsing (met of zonder plaatsingsgarantie).

16.

In voorkomend geval, de naam van het cryptoactivahandelsplatform waarvoor om toelating tot de handel is verzocht, en informatie over de wijze waarop beleggers zich toegang tot dergelijke handelsplatforms kunnen verschaffen en de daarmee gemoeide kosten.

17.

Uitgaven die verband houden met de aanbieding aan het publiek van cryptoactiva.

18.

Potentiële belangenconflicten van de bij de aanbieding of de toelating tot de handel betrokken personen, die rijzen met betrekking tot de aanbieding of de toelating tot de handel.

19.

Het op de aanbieding van cryptoactiva aan het publiek toepasselijke recht en de bevoegde rechterlijke instanties.

Deel F: Informatie over de cryptoactiva

1.

Het soort cryptoactiva dat aan het publiek zal worden aangeboden of waarvoor toelating tot de handel wordt aangevraagd.

2.

Een beschrijving van de kenmerken, waaronder de gegevens die nodig zijn voor de classificatie van het cryptoactivawitboek in het register als bedoeld in artikel 109, zoals gespecifieerd overeenkomstig lid 8 van dat artikel, en de functionaliteit van de cryptoactiva die worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten, met inbegrip van informatie over de vraag wanneer de functionaliteiten volgens planning van toepassing zullen zijn.

Deel G: Informatie over de aan de cryptoactiva verbonden rechten en verplichtingen

1.

Een beschrijving van de eventuele rechten en verplichtingen van de koper, en de procedure en voorwaarden om die rechten te kunnen uitoefenen.

2.

Een beschrijving van de voorwaarden waaronder de rechten en verplichtingen kunnen worden gewijzigd.

3.

In voorkomend geval, informatie over de toekomstige aanbiedingen van cryptoactiva door de uitgever en het aantal door de uitgever voor zichzelf behouden cryptoactiva.

4.

Indien het bij de aanbieding aan het publiek van cryptoactiva of de toelating tot de handel om gebruikstokens gaat, informatie over de kwaliteit en kwantiteit van goederen of diensten waartoe de gebruikstokens toegang geven.

5.

Indien het bij de aanbieding aan het publiek van cryptoactiva of de toelating tot de handel van cryptoactiva om gebruikstokens gaat, informatie over de wijze waarop gebruikstokens kunnen worden omgewisseld voor goederen of diensten waarop zij betrekking hebben.

6.

Indien niet om toelating tot de handel wordt verzocht, informatie over de vraag hoe en waar de cryptoactiva na de aanbieding aan het publiek kunnen worden gekocht of verkocht.

7.

Beperkingen op de overdraagbaarheid van de cryptoactiva die worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten.

8.

Indien er voor de cryptoactiva protocollen zijn die het aanbod van dergelijke cryptoactiva verhogen of verlagen in reactie op veranderingen in de vraag, een beschrijving van het functioneren van dergelijke protocollen.

9.

Indien van toepassing, een beschrijving van de regelingen ter bescherming van de waarde van de cryptoactiva en van compensatieregelingen.

10.

Het op de cryptoactiva toepasselijke recht en de bevoegde rechterlijke instantie.

Deel H: Informatie over de onderliggende technologie

1.

Informatie over de gebruikte technologie, met inbegrip van de gebruikte distributed-ledger-technologie, protocollen en technische normen.

2.

In voorkomend geval, het consensusmechanisme.

3.

Stimuleringsmechanismen om transacties binnen te halen en eventuele vergoedingen daarvoor.

4.

Indien de cryptoactiva worden uitgegeven, overgedragen en opgeslagen met gebruikmaking van een distributed ledger technologie die door de uitgever, de aanbieder of een namens hen handelende derde wordt geëxploiteerd, een gedetailleerde beschrijving van het functioneren van die distributed ledger technologie.

5.

Informatie over de uitkomst van de audit van de gebruikte technologie, indien een dergelijke audit is uitgevoerd.

Deel I: Informatie over de risico’s

1.

Een beschrijving van aan de aanbieding aan het publiek van cryptoactiva of de toelating daarvan tot de handel verbonden risico’s.

2.

Een beschrijving van de risico’s die zijn verbonden aan de uitgever, indien deze niet de aanbieder is, of de persoon die verzoekt om toelating tot de handel.

3.

Een beschrijving van de aan de cryptoactiva verbonden risico’s.

4.

Een beschrijving van de aan de uitvoering van het project verbonden risico’s.

5.

Een beschrijving van de aan de gebruikte technologie verbonden risico’s, alsmede eventuele maatregelen om die te beperken.


BIJLAGE II

OPENBAAR TE MAKEN ELEMENTEN VOOR HET CRYPTOACTIVAWITBOEK VOOR EEN ACTIVAGERELATEERDE TOKEN

Deel A: Informatie over de uitgever van de activagerelateerde token

1.

Naam.

2.

Rechtsvorm.

3.

Statutair adres en hoofdkantoor, indien verschillend.

4.

Datum van de registratie.

5.

Identificatiecode voor juridische entiteiten of een andere op grond van het toepasselijke nationale recht vereiste identificatiecode.

6.

Indien van toepassing, de naam van de moederonderneming.

7.

Identiteit, kantooradressen en functies van personen die lid zijn van het leidinggevende orgaan van de uitgever.

8.

Bedrijfs- of beroepsactiviteit van de uitgever en, indien van toepassing, van zijn moederonderneming.

9.

De financiële toestand gedurende de afgelopen drie jaar van de uitgever of, indien de uitgever nog geen drie jaar geregistreerd staat, diens financiële toestand sinds de inschrijvingsdatum.

De financiële toestand wordt beoordeeld op basis van een getrouw overzicht van de ontwikkeling van en de prestaties van het bedrijf van de uitgever, en van zijn positie voor elk jaar en elke tussentijdse verslagperiode waarover historische financiële informatie moet worden verstrekt, met inbegrip van de oorzaken van essentiële wijzigingen.

Het overzicht bestaat uit een evenwichtige en volledige analyse van de ontwikkeling van en de prestaties van het bedrijf en de positie van de uitgever, die in overeenstemming is met de omvang en de complexiteit van het bedrijf.

10.

Een gedetailleerde beschrijving van de governanceregelingen van de uitgever.

11.

Behalve voor uitgevers van activagerelateerde tokens die overeenkomstig artikel 17 van het aanvragen van een vergunning zijn vrijgesteld, nadere gegevens over de vergunning als uitgever van een activagerelateerde token en de naam van de bevoegde autoriteit die een dergelijke vergunning heeft afgegeven.

Voor kredietinstellingen, de naam van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst.

12.

Indien de uitgever van de activagerelateerde token ook andere cryptoactiva uitgeeft of ook activiteiten voert die verband houden met andere cryptoactiva, moet dit duidelijk worden vermeld; de uitgever moet ook aangeven of er een verband bestaat tussen de uitgever en de exploitant van de distributed-ledger-technologie die voor de uitgifte van het cryptoactivum wordt gebruikt, en of de protocollen worden beheerd of gecontroleerd door een persoon die nauwe banden heeft met de projectdeelnemers.

Deel B: Informatie over de activagerelateerde token

1.

Naam en afkorting of tickercode van de activagerelateerde token.

2.

Een beschrijving van de karakteristieken van de activagerelateerde token, waaronder de gegevens die nodig zijn voor de classificatie van het cryptoactivawitboek in het register als bedoeld in artikel 109, zoals gespecifieerd overeenkomstig lid 8 van dat artikel,

3.

Nadere gegevens van alle natuurlijke of rechtspersonen (waaronder kantooradressen of statutair adres van de vennootschap) die betrokken zijn bij de operationalisering van de activagerelateerde token, zoals adviseurs, het ontwikkelingsteam en aanbieders van cryptoactivadiensten.

4.

Een beschrijving van de in artikel 34, lid 5, eerste alinea, punt h), bedoelde rol, verantwoordelijkheden en verantwoordingsplicht van derde entiteiten.

5.

Informatie over de plannen voor de activagerelateerde tokens, zoals een beschrijving van behaalde en toekomstige mijlpalen en, in voorkomend geval, de reeds toegewezen middelen.

Deel C: Informatie over de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek of de toelating daarvan tot de handel

1.

Een vermelding of het cryptoactivawitboek een aanbieding aan het publiek van de activagerelateerde token betreft of een toelating ervan tot de handel.

2.

In voorkomend geval, het met de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek beoogde op te halen bedrag aan geldmiddelen of andere activagerelateerde tokens, met inbegrip van, in voorkomend geval, de beoogde minimale en maximale intekening voor de aan het publiek aangeboden activagerelateerde token, alsook of mogelijke overtekeningen worden aanvaard en zo ja, hoe deze worden toegewezen.

3.

In voorkomend geval, het totale aantal eenheden van de activagerelateerde token dat wordt aangeboden of tot de handel wordt toegelaten.

4.

Een vermelding van de aspirant-houders op wie de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek of de toelating daarvan tot de handel is gericht, met inbegrip van restricties ten aanzien van het type houders van een dergelijke activagerelateerde token.

5.

Een specifieke vermelding dat kopers die aan de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek deelnemen, zullen kunnen worden terugbetaald indien de beoogde minimuminschrijving aan het einde van de aanbieding aan het publiek niet wordt bereikt, met inbegrip van de termijn waarbinnen die terugbetaling naar verwachting zal zijn afgerond; er moet uitdrukkelijk worden vermeld wat de gevolgen zijn van overschrijding van de beoogde maximale inschrijving.

6.

Informatie over de verschillende fasen van de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek, met inbegrip van informatie over de verlaagde aankoopkoers voor vroege kopers van de activagerelateerde token (pre-public sales); en, indien sommige kopers een aankoopkorting krijgen, een verklaring voor de reden waarom de aankoopkoersen kunnen verschillen, en een beschrijving van de gevolgen hiervan voor de andere beleggers.

7.

Voor in de tijd beperkte aanbiedingen, de inschrijvingsperiode waarin de aanbieding openstaat voor het publiek.

8.

Betaalmethoden voor het aankopen en terugbetalen van de aangeboden activagerelateerde token.

9.

Informatie over de methode en de termijn voor de overdracht van de aangekochte activagerelateerde token aan de houders.

10.

Informatie over de technische vereisten waaraan de koper moet voldoen om de activagerelateerde token te kunnen houden.

11.

In voorkomend geval, de naam van de aanbieder van cryptoactivadiensten die met de plaatsing van activagerelateerde tokens is belast, en de vorm van die plaatsing (met of zonder plaatsingsgarantie).

12.

In voorkomend geval, de naam van het cryptoactivahandelsplatform waarvoor om toelating tot de handel is verzocht, en informatie over de wijze waarop beleggers zich toegang tot dergelijke handelsplatforms kunnen verschaffen en de daarmee gemoeide kosten.

13.

Uitgaven met betrekking tot de publieke aanbieding van de activagerelateerde token.

14.

Potentiële belangenconflicten van de bij de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel betrokken personen, die rijzen met betrekking tot de aanbieding of de toelating tot de handel.

15.

Het op de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek toepasselijke recht en de bevoegde rechterlijke instantie.

Deel D: Informatie over de aan de activagerelateerde token verbonden rechten en verplichtingen

1.

Een beschrijving van de kenmerken en functionaliteit van de activagerelateerde token die wordt aangeboden of tot de handel worden toegelaten, met inbegrip van informatie over de vraag wanneer de functionaliteiten volgens planning van toepassing zullen zijn.

2.

Een beschrijving van de eventuele rechten en verplichtingen van de koper, en de procedure en voorwaarden om die rechten te kunnen uitoefenen.

3.

Een beschrijving van de voorwaarden waaronder de rechten en verplichtingen kunnen worden gewijzigd.

4.

In voorkomend geval, informatie over de toekomstige aanbiedingen van de activagerelateerde token aan het publiek door de uitgever en het aantal door de uitgever voor zichzelf behouden eenheden van de activagerelateerde token.

5.

Indien niet om toelating tot de handel wordt verzocht, informatie over de vraag hoe en waar de activagerelateerde token na de aanbieding aan het publiek kan worden gekocht of verkocht.

6.

Eventuele beperkingen op de overdraagbaarheid van de activagerelateerde token die wordt aangeboden of tot de handel wordt toegelaten.

7.

Indien er voor de activagerelateerde token protocollen zijn die het aanbod ervan verhogen of verlagen in reactie op veranderingen in de vraag, een beschrijving van het functioneren van die protocollen.

8.

Indien van toepassing, een beschrijving van de regelingen ter bescherming van de waarde van de activagerelateerde tokens en van compensatieregelingen.

9.

Informatie over de aard en afdwingbaarheid van rechten, alsook informatie over permanente rechten op terugbetaling en vorderingen die houders en in artikel 39, lid 2, bedoelde rechtspersonen of natuurlijke personen kunnen hebben ten aanzien van de uitgever, met inbegrip van informatie over de wijze waarop dergelijke rechten zullen worden behandeld in insolventieprocedures, informatie over de vraag of verschillende houders verschillende rechten krijgen toegewezen en indien dat het geval is, de niet-discriminerende redenen voor dit verschil in behandeling.

10.

Een gedetailleerde beschrijving van de vordering die de activagerelateerde token vertegenwoordigt voor houders, met inbegrip van:

a)

de beschrijving van elk activum waarnaar wordt verwezen en de gespecificeerde verhoudingen van elk van die activa;

b)

het verband tussen de waarde van de activa waarnaar wordt verwezen en het bedrag van de vordering en de activareserve, en

c)

een beschrijving van de eerlijke en transparante wijze van waardering van de componenten van de vordering, waarbij in voorkomend geval onafhankelijke partijen worden aangewezen.

11.

In voorkomend geval, informatie over de regelingen die de uitgever heeft opgezet om de liquiditeit van de activagerelateerde token te garanderen, met inbegrip van de naam van de entiteiten die met het garanderen van die liquiditeit belast zijn.

12.

Contactgegevens voor het indienen van klachten alsmede een beschrijving van de klachtenbehandelingsprocedures en eventuele geschillenbeslechtingsmechanismen of beroepsprocedures die de uitgever van de activagerelateerde token heeft opgezet.

13.

Een beschrijving van de rechten van de houders ingeval de uitgever zijn verplichtingen niet kan nakomen, zoals bij insolventie.

14.

Een beschrijving van de rechten bij uitvoering van het herstelplan.

15.

Een beschrijving van de rechten bij uitvoering van het terugbetalingsplan.

16.

Gedetailleerde informatie over hoe de activagerelateerde token wordt terugbetaald, waaronder over de vraag of de houder de vorm van terugbetaling, de overdrachtsvorm of de officiële valuta van de terugbetaling mag kiezen.

17.

Het op de activagerelateerde token toepasselijke recht en de bevoegde rechterlijke instantie.

Deel E: Informatie over de onderliggende technologie

1.

Informatie over de gebruikte technologie, met inbegrip van de gebruikte distributed ledger technologie, protocollen en technische normen, waarmee activagerelateerde tokens kunnen worden aangehouden, opgeslagen en overgedragen.

2.

In voorkomend geval, het consensusmechanisme.

3.

Stimuleringsmechanismen om transacties binnen te halen en eventuele vergoedingen daarvoor.

4.

Indien de activagerelateerde tokens worden uitgegeven, overgedragen en opgeslagen met gebruikmaking van een distributed ledger technologie die door de uitgever of een namens hem handelende derde wordt geëxploiteerd, een gedetailleerde beschrijving van het functioneren van die distributed ledger technologie.

5.

Informatie over de uitkomst van de audit van de gebruikte technologie, indien een dergelijke audit is uitgevoerd.

Deel F: Informatie over de risico’s

1.

De aan de activareserve verbonden risico’s voor het geval de uitgever niet in staat is zijn verplichtingen na te komen.

2.

Een beschrijving van de aan de uitgever van de activagerelateerde token verbonden risico’s.

3.

Een beschrijving van aan de aanbieding van de activagerelateerde token aan het publiek of de toelating daarvan tot de handel verbonden risico’s.

4.

Een beschrijving van de aan de activagerelateerde token verbonden risico’s, met name wat betreft de activa waarnaar zij verwijzen.

5.

Een beschrijving van de risico’s die verbonden zijn aan de operationalisering van het project inzake activagerelateerde tokens.

6.

Een beschrijving van de aan de gebruikte technologie verbonden risico’s, alsmede eventuele maatregelen om die te beperken.

Deel G: Informatie over de activareserve

1.

Een gedetailleerde beschrijving van het mechanisme dat de waarde van de activareserve moet afstemmen op de aan de activagerelateerde token verbonden vordering, met inbegrip van de juridische en technische aspecten daarvan.

2.

Een gedetailleerde beschrijving van de activareserve en hun samenstelling.

3.

Een beschrijving van het mechanisme waarmee activagerelateerde tokens worden uitgegeven en omgewisseld.

4.

Informatie over de vraag of een deel van de reserveactiva wordt belegd en, indien dat het geval is, een beschrijving van het beleggingsbeleid voor die reserveactiva.

5.

Een beschrijving van de bewaarregelingen voor de reserveactiva, met inbegrip van de afzondering ervan, en de naam van aanbieders van cryptoactivadiensten die namens cliënten instaan voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva, kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die zijn benoemd tot bewaarders van de reserveactiva.


BIJLAGE III

OPENBAAR TE MAKEN ELEMENTEN VOOR HET CRYPTOACTIVAWITBOEK VOOR EEN E-MONEYTOKEN

Deel A: Informatie over de uitgever van de e-moneytoken

1.

Naam.

2.

Rechtsvorm.

3.

Officieel adres en hoofdkantoor, indien verschillend.

4.

Datum van de registratie.

5.

Identificatiecode voor juridische entiteiten, indien beschikbaar, of een andere op grond van het toepasselijke nationale recht vereiste identificatiecode.

6.

Een telefoonnummer en een e-mailadres van de uitgever, en het aantal dagen waarbinnen een belegger die via dat telefoonnummer of e-mailadres contact opneemt met de uitgever, een antwoord zal ontvangen.

7.

Indien van toepassing, de naam van de moederonderneming.

8.

Identiteit, kantooradressen en functies van personen die deel uitmaken van het leidinggevende orgaan van de uitgever.

9.

Bedrijfs- of beroepsactiviteit van de uitgever en, indien van toepassing, van zijn moederonderneming.

10.

Potentiële belangenconflicten.

11.

Indien de uitgever van de e-moneytoken ook andere cryptoactiva uitgeeft of ook andere met cryptoactiva samenhangende activiteiten voert, moet dit duidelijk worden vermeld. De uitgever moet ook aangeven of er een verband bestaat tussen de uitgever en de exploitant van de distributed-ledger-technologie die voor de uitgifte van het cryptoactivum wordt gebruikt, en of de protocollen worden beheerd of gecontroleerd door een persoon die nauwe banden heeft met projectdeelnemers.

12.

De financiële toestand van de uitgever in de voorbije drie jaar of, indien de uitgever nog geen drie jaar bestaat, de financiële toestand van de uitgever sinds de datum van zijn registratie.

De financiële toestand wordt beoordeeld op basis van een getrouw overzicht van de ontwikkeling van en de prestaties van het bedrijf van de uitgever, en van zijn positie voor elk jaar en elke tussentijdse verslagperiode waarover historische financiële informatie moet worden verstrekt, met inbegrip van de oorzaken van essentiële wijzigingen.

Het overzicht bestaat uit een evenwichtige en volledige analyse van de ontwikkeling van en de prestaties van het bedrijf en de positie van de uitgever, die in overeenstemming is met de omvang en de complexiteit van het bedrijf.

13.

Behalve voor uitgevers van e-moneytokens die overeenkomstig artikel 48, leden 4 en 5, van een vergunning zijn vrijgesteld, nadere gegevens over de vergunning als uitgever van een e-moneytoken en de naam van de bevoegde autoriteit die deze vergunning heeft afgegeven.

Deel B: Informatie over de e-moneytoken

1.

Naam en afkorting.

2.

Een beschrijving van de kenmerken van de e-moneytoken, waaronder de gegevens die nodig zijn voor de classificatie van het cryptoactivawitboek in het register als bedoeld in artikel 109, zoals gespecifieerd overeenkomstig lid 8 van dat artikel;

3.

Nadere gegevens van alle natuurlijke of rechtspersonen (waaronder kantooradressen en/of statutair adres van de vennootschap) die betrokken zijn bij de vormgeving en ontwikkeling, zoals adviseurs, het ontwikkelingsteam en aanbieders van cryptoactivadiensten.

Deel C: Informatie over de aanbieding van de e-moneytoken aan het publiek of de toelating daarvan tot de handel

1.

Een vermelding of het cryptoactivawitboek een aanbieding van de e-moneytoken aan het publiek betreft of een toelating daarvan tot de handel.

2.

In voorkomend geval, het totale aantal eenheden van de e-moneytoken dat aan het publiek wordt aangeboden of tot de handel wordt toegelaten.

3.

In voorkomend geval, de naam van de cryptoactivahandelsplatforms waarvoor om toelating van de e-moneytoken tot de handel wordt verzocht.

4.

Het op de aanbieding van de e-moneytoken aan het publiek toepasselijke recht en de bevoegde rechterlijke instantie.

Deel D: Informatie over de aan e-moneytokens verbonden rechten en verplichtingen

1.

Een gedetailleerde beschrijving van de rechten en verplichtingen van de houder van de e-moneytoken, met inbegrip van het recht op terugbetaling tegen nominale waarde en de procedure en voorwaarden voor de uitoefening van die rechten.

2.

Een beschrijving van de voorwaarden waaronder de rechten en verplichtingen kunnen worden gewijzigd.

3.

Een beschrijving van de rechten van de houders ingeval de uitgever zijn verplichtingen niet kan nakomen, zoals bij insolventie.

4.

Een beschrijving van de rechten bij uitvoering van het herstelplan.

5.

Een beschrijving van de rechten bij uitvoering van het terugbetalingsplan.

6.

Contactgegevens voor het indienen van klachten en een beschrijving van de klachtenbehandelingsprocedure en eventuele geschillenbeslechtingsmechanismen of beroepsprocedures die de uitgever van de e-moneytoken heeft opgezet.

7.

Indien van toepassing, een beschrijving van de regelingen ter bescherming van de waarde van het cryptoactivum en van compensatieregelingen.

8.

Het op de e-moneytoken toepasselijke recht en de bevoegde rechterlijke instantie.

Deel E: Informatie over de onderliggende technologie

1.

Informatie over de gebruikte technologie, met inbegrip van de gebruikte distributed-ledger-technologie, protocollen en technische normen, waarmee e-moneytokens kunnen worden aangehouden, opgeslagen en overgedragen.

2.

Informatie over de technische vereisten waaraan de koper moet voldoen om controle over de e-moneytoken te kunnen verkrijgen.

3.

In voorkomend geval, het consensusmechanisme.

4.

Stimuleringsmechanismen om transacties binnen te halen en eventuele vergoedingen daarvoor.

5.

Indien de e-moneytoken wordt uitgegeven, overgedragen en opgeslagen met gebruikmaking van een distributed ledger technologie die door de uitgever of een namens hem handelende derde wordt geëxploiteerd, een gedetailleerde beschrijving van het functioneren van die distributed ledger technologie.

6.

Informatie over de uitkomst van de audit van de gebruikte technologie, indien een dergelijke audit is uitgevoerd.

Deel F: Informatie over de risico’s

1.

Een beschrijving van de aan de uitgever van de e-moneytoken verbonden risico’s.

2.

Een beschrijving van de aan de e-moneytoken verbonden risico’s.

3.

Een beschrijving van de aan de gebruikte technologie verbonden risico’s, alsmede eventuele maatregelen om die te beperken.


BIJLAGE IV

MINIMUMKAPITAALVEREISTEN VOOR AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN

Aanbieders van cryptoactivadiensten

Soort cryptoactivadiensten

Minimumkapitaalvereisten op grond van artikel 67, lid 1, punt a)

Klasse 1

Aanbieder van cryptoactivadiensten met een vergunning voor de volgende cryptoactivadiensten:

uitvoering van orders voor rekening van cliënten;

plaatsing van cryptoactiva;

verlening van cryptoactivaoverdrachtdiensten namens cliënten;

ontvangst en doorgifte van cryptoactivaorders namens derden; en/of

adviesverlening over cryptoactiva; en/of

beheer van cryptoactivaportefeuilles.

50 000  EUR

Klasse 2

Aanbieder van cryptoactivadiensten met een vergunning voor cryptoactivadiensten uit klasse 1 en voor:

bewaring en beheer van cryptoactiva namens cliënten;

omwisseling van cryptoactiva voor geldmiddelen;

omwisseling van cryptoactiva voor andere cryptoactiva.

125 000  EUR

Klasse 3

Aanbieder van cryptoactivadiensten met een vergunning voor cryptoactivadiensten uit klasse 2 en voor:

exploitatie van een cryptoactivahandelsplatform.

150 000  EUR


BIJLAGE V

LIJST VAN IN DE TITELS III EN VI GENOEMDE INBREUKEN VOOR UITGEVERS VAN significante ACTIVAGERELATEERDE TOKENS

1.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 22, lid 1, door voor elke significante activagerelateerde token met een uitgiftewaarde van meer dan 100 miljoen EUR de in de eerste alinea, punten a) tot en met d), van dit lid bedoelde informatie niet op kwartaalbasis aan de EBA mee te delen.

2.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 23, lid 1, door de uitgifte van een significante activagerelateerde token niet stop te zetten wanneer de in dat lid vastgestelde drempels zijn bereikt, of door niet binnen 40 werkdagen na het bereiken van die drempels bij de EBA een plan in te dienen om te garanderen dat het geschatte gemiddelde aantal per kwartaal en de geschatte gemiddelde geaggregeerde waarde van de transacties per dag onder die drempels blijven.

3.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 23, lid 4, door niet te voldoen aan de wijzigingen van het plan zoals bedoeld in lid 1, punt b, van dat artikel, hoewel de EBA dit voorschrijft.

4.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 25 door de EBA geen kennis te geven van alle veranderingen in zijn bedrijfsmodel die waarschijnlijk een significante invloed hebben op de aankoopbeslissing van houders of aspirant-houders van significante activagerelateerde tokens, of door van die verandering geen beschrijving te geven in een cryptoactivawitboek.

5.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 25 door zich niet naar een door de EBA overeenkomstig artikel 25, lid 4, verlangde maatregel te voegen.

6.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 27, lid 1, door niet eerlijk, billijk en professioneel te handelen.

7.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 27, lid 1, door niet correct, duidelijk en niet-misleidend met de houders en aspirant-houders van de significante activagerelateerde token te communiceren.

8.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 27, lid 2, door niet in het belang van de houders van de significante activagerelateerde token te handelen of door aan specifieke houders een voorkeursbehandeling te verlenen die niet in het witboek of, indien toepasselijk, de reclame-uitingen van de uitgever is openbaar gemaakt.

9.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 28 door op zijn website niet het in artikel 21, lid 1, bedoelde goedgekeurde cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, het in artikel 25 bedoelde gewijzigde cryptoactivawitboek te publiceren.

10.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 28 door het cryptoactivawitboek niet uiterlijk op de aanvangsdatum van de aanbieding aan het publiek van de significante activagerelateerde token of de toelating van die token tot de handel publiek beschikbaar te stellen.

11.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 28 door na te laten om het cryptoactivawitboek en, in voorkomend geval, het gewijzigde cryptoactivawitboek net zo op zijn website lang beschikbaar te stellen als de activagerelateerde token door het publiek wordt aangehouden.

12.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 29, leden 1 en 2, door reclame-uitingen met betrekking tot een aanbieding aan het publiek van een significante activagerelateerde token, of met betrekking tot de toelating van die significante activagerelateerde token tot de handel te publiceren, die niet voldoen aan elk van de in artikel 29, lid 1, punten a) tot en met d), en lid 2, uiteengezette vereisten.

13.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 29, lid 3, door geen reclame-uitingen en eventuele wijzigingen daarvan op zijn website te publiceren.

14.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 29, lid 5, door de EBA niet in kennis te stellen van reclame-uitingen wanneer zij hierom verzoekt.

15.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 29, lid 6, door vóór de publicatie van het cryptoactivawitboek reclame-uitingen te verspreiden.

16.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 30, lid 1, door niet helder, accuraat en transparant op een publiek en eenvoudig toegankelijke plaats op zijn website bekend te maken voor welk bedrag de significante activagerelateerde token in omloop zijn en wat de waarde en samenstelling van de in artikel 36 bedoelde activareserve is, of door de vereiste informatie niet ten minste maandelijks bij te werken.

17.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 30, lid 2, door niet zo spoedig mogelijk op een openbare en gemakkelijk toegankelijke plaats op zijn website een beknopte, duidelijke, correcte en transparante samenvatting van het auditverslag alsook het volledige en onbewerkte auditverslag met betrekking tot de in artikel 36 bedoelde activareserve bekend te maken.

18.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 30, lid 3, door niet zo spoedig mogelijk helder, accuraat en transparant en op een openbare en gemakkelijk toegankelijke plaats op zijn website alle gebeurtenissen bekend te maken die een significant effect op de waarde van de significante activagerelateerde token of de in artikel 36 bedoelde activareserve hebben gehad of dreigen te hebben.

19.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 31, lid 1, door niet te zorgen voor het opzetten en in stand houden van doeltreffende en transparante procedures voor een snelle, eerlijke en consistente behandeling van klachten van houders van de significante activagerelateerde token en andere belanghebbenden, waaronder consumentenorganisaties die houders van de significante activagerelateerde token vertegenwoordigen, door geen beschrijvingen van die procedures bekend te maken, of door, wanneer de significante activagerelateerde token geheel of gedeeltelijk wordt verdeeld door derde entiteiten, geen procedures op te zetten om ook klachten tussen houders van die token en de in artikel 34, lid 5, eerste alinea, punt h), bedoelde derde entiteiten te helpen behandelen.

20.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 31, lid 2, door houders van de significante activagerelateerde token niet in staat te stellen kosteloos klacht in te dienen.

21.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 31, lid 3, door geen template voor het indienen van een klacht te ontwikkelen, door deze niet beschikbaar te stellen aan de houders van de significante activagerelateerde token en door niet alle ontvangen klachten en alle in reactie daarop genomen maatregelen te documenteren.

22.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 31, lid 4, door niet alle klachten tijdig en eerlijk te onderzoeken of door de uitkomst van dergelijke onderzoeken niet binnen een redelijke termijn aan de houders van zijn significante activagerelateerde token mee te delen.

23.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 32, lid 1, door geen doeltreffende beleidslijnen en procedures toe te passen en in stand te houden voor het identificeren, voorkomen, beheren en openbaar maken van belangenconflicten tussen hemzelf en zijn aandeelhouders of leden, tussen hemzelf en alle aandeelhouders of leden die, direct of indirect, een gekwalificeerde deelneming hebben, tussen hemzelf en de leden van zijn leidinggevende orgaan, tussen hemzelf en zijn personeelsleden, tussen hemzelf en de houders van de significante activagerelateerde token, of tussen hemzelf en derden die een van de in artikel 34, lid 5, eerste alinea, punt h), bedoelde functies verrichten.

24.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 32, lid 2, door niet alle passende maatregelen te nemen om uit het beheer en de belegging van de in artikel 36 bedoelde activareserve voortvloeiende belangenconflicten te identificeren, te voorkomen, te beheren en openbaar te maken.

25.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 32, leden 3 tot en met 4, door voor de houders van de activagerelateerde token niet op een prominente plaats op zijn website het algemene karakter en de bronnen van belangenconflicten en de stappen die zijn genomen om deze te mitigeren, openbaar te maken, of door bij de openbaarmaking niet voldoende precies te zijn zodat de aspirant-houders van de significante activagerelateerde token een weloverwogen aankoopbeslissing kunnen nemen over een dergelijke token.

26.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 33 door de EBA niet onmiddellijk in kennis te stellen van wijzigingen in zijn leidinggevende orgaan of door de EBA niet alle informatie te verstrekken die zij nodig heeft om de naleving van artikel 34, lid 2, te kunnen beoordelen.

27.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 1, door niet te beschikken over robuuste governanceregelingen, met onder meer een duidelijke organisatiestructuur met welomschreven, transparante en consistente verantwoordelijkheden, effectieve procedures voor het identificeren, beheren, monitoren en rapporteren van de risico’s waaraan hij blootstaat of kan komen bloot te staan, en adequate internecontrolemechanismen, zoals gedegen administratieve en boekhoudkundige procedures.

28.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 2, doordat leden van zijn leidinggevende orgaan niet over een voldoende goede faam beschikken of niet de passende kennis, vaardigheden en ervaring bezitten, individueel noch collectief, om hun taken te kunnen uitvoeren, of doordat zij niet aantonen voldoende tijd te kunnen besteden aan de daadwerkelijke uitvoering van hun taken.

29.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 3, doordat zijn leidinggevende orgaan de effectiviteit van de beleidsregelingen en -procedures waarin is voorzien om aan de hoofdstukken 2, 3, 5 en 6 van titel III te voldoen niet beoordeelt of periodiek toetst, of door geen passende maatregelen te nemen om eventuele tekortkomingen in dat opzicht weg te werken.

30.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 4, door aandeelhouders of leden met gekwalificeerde deelnemingen, direct of indirect, te hebben die geen voldoende goede reputatie hebben.

31.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 5, door geen beleidslijnen en procedures vast te stellen die voldoende effectief zijn om de naleving van deze verordening te garanderen, onder meer door niet te zorgen voor het opstellen, in stand houden en toepassen van de in de eerste alinea, punten a) tot en met k), van dat lid genoemde beleidslijnen en procedures.

32.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 5, door geen in de eerste alinea, punt h), van dat lid bedoelde contractuele regelingen met derde entiteiten te sluiten, waarin de rollen, verantwoordelijkheden, rechten en verplichtingen van zowel de betrokken derde entiteit als de uitgever zijn vastgelegd, of door niet te voorzien in een ondubbelzinnig keuze van het toepasselijke recht.

33.

De uitgever maakt, tenzij hij een in artikel 47 bedoeld plan heeft ingeleid, inbreuk op artikel 34, lid 6, door geen passende en evenredige systemen, middelen of procedures te hanteren om te garanderen dat zijn diensten en activiteiten continu en regelmatig worden verricht, en door niet ervoor te zorgen dat al zijn systemen en toegangsbeveiligingsprotocollen aan de passende Unienormen voldoen.

34.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 7, door geen plan voor de stopzetting van het verrichten van diensten en activiteiten ter goedkeuring van een dergelijke stopzetting in te dienen bij de EBA.

35.

De uitgever maakt inbreuk op artikel op artikel 34, lid 8, door bronnen van operationele risico’s niet te identificeren en door die risico’s niet tot een minimum te beperken door passende systemen, controles en procedures uit te werken.

36.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 9, door geen bedrijfscontinuïteitsbeleid en -plannen vast te stellen om ervoor te zorgen dat, bij een onderbreking van zijn ICT-systemen en procedures, essentiële gegevens en functies beschermd zijn en zijn diensten en activiteiten worden voortgezet, of, wanneer dat niet mogelijk is, dat dergelijke gegevens en functies tijdig worden hersteld en zijn activiteiten tijdig worden hervat.

37.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 10, door niet te beschikken over internecontrolemechanismen en effectieve risicobeheersprocedures, met inbegrip van effectieve controle- en beveiligingsvoorzieningen voor het beheer van ICT-systemen, zoals vereist door Verordening (EU) 2022/2554.

38.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 11, door niet te beschikken over systemen en procedures die volstaan om de beschikbaarheid, de authenticiteit, de integriteit en de vertrouwelijkheid van informatie te beschermen, zoals vereist door Verordening (EU) 2022/2554 en in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679.

39.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 34, lid 12, door niet ervoor te zorgen dat hij regelmatig wordt gecontroleerd door onafhankelijke auditors.

40.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 1, door niet te allen tijde over eigen vermogen te beschikken dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de in punt a) of c), van dat lid of in artikel 45, lid 5, vastgestelde bedragen.

41.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 2, van deze verordening indien zijn eigen vermogen niet bestaat in de tier 1-kernkapitaalbestanddelen en -instrumenten als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 30 van Verordening (EU) nr. 575/2013, na alle aftrekkingen overeenkomstig artikel 36 van die verordening, zonder de toepassing van de in de artikelen 46, lid 4, en 48 van die verordening bedoelde vrijstellingsdrempels.

42.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 3, door niet te voldoen aan de verplichting van de EBA om een hoger bedrag aan eigen vermogen aan te houden, na de beoordeling overeenkomstig de punten a) tot en met g) van dat lid.

43.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 5, door niet regelmatig een stresstest uit te voeren waarbij rekening wordt gehouden met ernstige maar plausibele financiëlestressscenario’s, zoals renteschokken, en niet-financiëlestressscenario’s, zoals operationeel risico.

44.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 5, door niet te voldoen aan de verplichting van de EBA, naar aanleiding van het resultaat van de stresstests, om een hoger bedrag aan eigen vermogen aan te houden.

45.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door niet te allen tijde een activareserve aan te leggen en aan te houden.

46.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door er niet voor te zorgen dat de activareserve zodanig wordt samengesteld en beheerd dat de risico’s die verbonden zijn aan de activa waarnaar het significante activagerelateerde token verwijst, worden gedekt.

47.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door er niet voor te zorgen dat de activareserve zodanig wordt samengesteld en beheerd dat de liquiditeitsrisico’s die verbonden zijn aan het permanente recht op terugbetaling van de houders worden aangepakt.

48.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 3, door er niet voor te zorgen dat de activareserve operationeel gescheiden is van de boedel van de uitgever en van de activareserve van andere activagerelateerde tokens.

49.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 6, indien zijn leidinggevende orgaan niet voor een effectief en prudent beheer van de activareserve zorgt.

50.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 6, door er niet voor te zorgen dat tegenover de uitgifte en terugbetaling van de significante activagerelateerde token steeds een overeenkomstige toename of afname van de activareserve staat.

51.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 7, door de geaggregeerde waarde van de activareserve met gebruikmaking van marktprijzen niet te bepalen, en door er niet voor te zorgen dat zijn geaggregeerde waarde altijd ten minste gelijk is aan de geaggregeerde waarde van de vorderingen van de houders van de in omloop zijnde significante activagerelateerde token tegen de uitgever.

52.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 8, door niet te beschikken over een helder en gedetailleerd beleid waarin het stabilisatiemechanisme beschreven staat voor de significante activagerelateerde token dat voldoet aan de in de punten a) tot en met g), van dat lid uiteengezette voorwaarden.

53.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 9, door niet om de zes maanden, vanaf de datum dat zijn vergunning is toegekend of vanaf de datum waarop het cryptoactivawitboek is goedgekeurd overeenkomstig artikel 17, een onafhankelijke audit van de activareserve te laten uitvoeren.

54.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 10, door de EBA niet in kennis te stellen van het resultaat van de audit overeenkomstig dat lid, of door het resultaat van de audit niet binnen twee weken vanaf de datum van kennisgeving aan de EBA bekend te maken.

55.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 1, door niet te zorgen voor de vaststelling, instandhouding of uitvoering van beleidslijnen, procedures en contractuele regelingen op het gebied van bewaring die te allen tijde ervoor zorgen dat de in de eerste alinea, punten a) tot en met e), van dat lid opgesomde voorwaarden zijn vervuld.

56.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 2, door in geval van de uitgifte van twee of meer significante activagerelateerde tokens niet voor elke activareservepool over een bewaringsbeleid te beschikken.

57.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 3, door er niet voor te zorgen dat de reserveactiva uiterlijk vijf werkdagen na de datum van uitgifte van de significante activagerelateerde token in bewaring worden gehouden door een aanbieder van cryptoactivadiensten die namens cliënten instaat voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva, door een kredietinstelling of door een beleggingsonderneming.

58.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door niet met de nodige vaardigheden, zorg en zorgvuldigheid te werk te gaan bij de selectie, aanstelling en evaluatie van aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die als bewaarnemers van de reserveactiva worden aangesteld, of door er niet voor te zorgen dat de bewaarnemer en de uitgever twee verschillende rechtspersonen zijn.

59.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door niet ervoor te zorgen dat de tot bewaarnemers van de reserveactiva aangestelde aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen en beleggingsondernemingen over de nodige deskundigheid en marktreputatie beschikken om als bewaarnemers van dergelijke reserveactiva op te treden.

60.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door er in contractuele regelingen met bewaarnemers niet voor te zorgen dat de in bewaring gehouden reserveactiva beschermd zijn tegen vorderingen van de schuldeisers van de bewaarnemers.

61.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 5, door in de beleidslijnen en procedures inzake bewaring niet de selectiecriteria uiteen te zetten voor de aanstelling van aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen of beleggingsondernemingen tot bewaarnemers van de reserveactiva, of door niet de procedure uiteen te zetten om een dergelijke aanstelling te evalueren.

62.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 5, door niet op regelmatige basis de aanstelling van aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen of beleggingsondernemingen tot bewaarnemers van de reserveactiva te evalueren, door niet zijn blootstelling aan dergelijke bewaarnemers te evalueren, of door niet doorlopend de financiële positie van dergelijke bewaarnemers te monitoren.

63.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 6, door er niet voor te zorgen dat de bewaring van de reserveactiva gebeurt in overeenstemming met de eerste alinea, punten a) tot en met d), van dat lid.

64.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 7, indien de aanstelling van een aanbieder van cryptoactivadiensten, kredietinstelling of beleggingsonderneming tot bewaarnemer van de reserveactiva niet in een contractuele regeling is vastgelegd, of indien de informatiestroom die noodzakelijk wordt geacht om de uitgever van de significante activagerelateerde token, de aanbieder van cryptoactivadiensten, de kredietinstelling en de beleggingsonderneming in staat te stellen hun functie als bewaarnemer te vervullen, niet middels een dergelijke contractuele regeling wordt geregeld.

65.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, door de activareserve te beleggen in producten die niet zeer liquide financiële instrumenten met minimaal markt-, krediet- en concentratierisico zijn, of indien dergelijke beleggingen niet snel kunnen worden geliquideerd met een minimaal negatief effect op de prijs.

66.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 38, lid 3, door de financiële instrumenten waarin de activareserve wordt belegd, niet conform artikel 37 in bewaring te houden.

67.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 38, lid 4, door niet alle winst of verlies en alle tegenpartijrisico’s of operationele risico’s die uit de belegging van de activareserve voortvloeien, te dragen.

68.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 39, lid 1, door niet te zorgen voor de vaststelling, instandhouding en uitvoering van heldere en gedetailleerde beleidslijnen en procedures wat betreft permanente terugbetalingsrechten van houders van de significante activagerelateerde token.

69.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 39, leden 1 en 2, door er niet voor te zorgen dat houders van de significante activagerelateerde token permanente terugbetalingsrechten hebben overeenkomstig die leden, en door niet te voorzien in een beleid inzake dergelijke permanente terugbetalingsrechten dat aan de in artikel 39, lid 2, eerste alinea, punten a) tot en met e), gestelde voorwaarden voldoet.

70.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 39, lid 3, door in geval van de terugbetaling van de significante activagerelateerde token vergoedingen aan te rekenen.

71.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 40 door rente toe te kennen met betrekking tot de significante activagerelateerde token.

72.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 1, door niet te zorgen voor de vaststelling, toepassing en instandhouding van een beloningsbeleid dat het gedegen en effectief risicobeheer van uitgevers van significante activagerelateerde tokens aanmoedigt en geen prikkels creëert om de risiconormen te versoepelen.

73.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 2, door er niet voor te zorgen dat zijn significante activagerelateerde token op een billijke, redelijke en niet-discriminerende wijze in bewaring kan worden gehouden door verschillende aanbieders van cryptoactivadiensten met een vergunning voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva namens cliënten.

74.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 3, door niet de liquiditeitsbehoeften te beoordelen of te monitoren om aan terugbetalingsverzoeken voor de significante activagerelateerde token door houders ervan te kunnen voldoen.

75.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 3, door niet te zorgen voor de vaststelling, instandhouding of uitvoering van een beleid en procedures voor liquiditeitsbeheer, of door er met dat beleid en die procedures er niet voor te zorgen dat de reserveactiva een veerkrachtig liquiditeitsprofiel hebben waardoor de uitgever van de significante activagerelateerde token normaal kan blijven functioneren, onder meer in scenario’s met liquiditeitsstress.

76.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 4, door niet regelmatig liquiditeitsstresstests uit te voeren of door de liquiditeitsvereisten niet aan te scherpen wanneer de EBA daarom verzoekt op basis van het resultaat van die tests.

77.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, door geen herstelplan op te stellen en in stand te houden met door de uitgever van de significante activagerelateerde token te treffen maatregelen om opnieuw te voldoen aan de voor de activareserve toepasselijke vereisten in gevallen waarin de uitgever daar niet meer aan voldoet, met inbegrip van het behoud van zijn diensten die verband houden met de significante activagerelateerde token, het tijdige herstel van de bedrijfsactiviteiten en het nakomen van zijn verplichtingen bij gebeurtenissen die een aanzienlijk risico op verstoring van de bedrijfsactiviteiten inhouden.

78.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, door geen herstelplan op te stellen en in stand te houden met passende voorwaarden en procedures om te zorgen voor een tijdige uitvoering van herstelmaatregelen alsook met een breed scala aan herstelopties, zoals opgesomd in de derde alinea van dat lid.

79.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 2, door de EBA en indien toepasselijk zijn afwikkelingsautoriteiten en prudentiële toezichthoudende autoriteiten niet in kennis te stellen van het herstelplan binnen zes maanden na de datum waarop zijn vergunning is toegekend overeenkomstig artikel 21 of binnen zes maanden na de datum waarop het cryptoactivawitboek is goedgekeurd overeenkomstig artikel 17.

80.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 2, door het herstelplan niet op gezette tijdstippen te evalueren of bij te werken.

81.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 1, door geen operationeel plan op te stellen en in stand te houden om de gecontroleerde terugbetaling van elke significante activagerelateerde token te ondersteunen.

82.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 2, door niet te beschikken over een terugbetalingsplan waaruit het vermogen van de uitgever van de significante activagerelateerde token blijkt om de uitstaande uitgegeven significante activagerelateerde token terug te betalen zonder buitensporige economische schade te berokkenen aan de houders ervan of aan de stabiliteit van de markten van de reserveactiva.

83.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 2, door niet te beschikken over een terugbetalingsplan met contractuele regelingen, procedures of systemen, waaronder de aanwijzing van een tijdelijk bewindvoerder, om te zorgen voor een billijke behandeling van alle houders van de significante activagerelateerde token en om ervoor te zorgen dat houders van de significante activagerelateerde token tijdig worden betaald met de opbrengsten uit de verkoop van de resterende reserveactiva.

84.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 2, door niet te beschikken over een terugbetalingsplan dat zorgt voor de continuïteit van kritieke activiteiten die noodzakelijk zijn voor de gecontroleerde terugbetaling en die worden verricht door de uitgever of een derde entiteit.

85.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 3, door de EBA niet in kennis te stellen van het terugbetalingsplan binnen zes maanden na de datum waarop zijn vergunning is toegekend overeenkomstig artikel 21 of binnen zes maanden na de datum waarop het cryptoactivawitboek is goedgekeurd overeenkomstig artikel 17.

86.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 3, door het terugbetalingsplan niet op gezette tijdstippen te evalueren of bij te werken.

87.

Behalve wanneer de voorwaarden van artikel 88, lid 2, zijn vervuld, maakt de uitgever inbreuk op artikel 88, lid 1, door in artikel 87 bedoelde voorwetenschap die rechtstreeks betrekking heeft op die uitgever, niet zo spoedig mogelijk op zodanige wijze openbaar te maken dat die informatie snel toegankelijk is voor en volledig, correct en tijdig kan worden beoordeeld door het publiek.

BIJLAGE VI

LIJST VAN INBREUKEN OP IN TITEL IV GENOEMDE BEPALINGEN IN SAMENHANG MET TITEL III VOOR UITGEVERS VAN significante E-MONEYTOKENS

1.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 22, lid 1, door voor elke significante e-moneytoken in een andere valuta dan in een officiële valuta van een lidstaat met een uitgiftewaarde van meer dan 100 miljoen EUR de in de eerste alinea, punten a) tot en met d), van dat lid bedoelde informatie niet op kwartaalbasis aan de EBA mee te delen.

2.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 23, lid 1, door de uitgifte van een significante e-moneytoken in een andere valuta dan in een officiële valuta van een lidstaat niet stop te zetten wanneer de in dat lid vastgestelde drempels zijn bereikt of door niet binnen 40 werkdagen na het bereiken van die drempels bij de EBA een plan in te dienen om ervoor te zorgen dat het geschatte aantal per kwartaal en de geschatte gemiddelde geaggregeerde waarde van de transacties per dag onder die drempels blijven.

3.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 23, lid 4, door niet te voldoen aan de wijzigingen van het plan zoals bedoeld in lid 1, punt b), van dat artikel, hoewel de EBA dit voorschrijft.

4.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 2, van deze verordening indien zijn eigen vermogen niet bestaat in de tier 1-kernkapitaalbestanddelen en -instrumenten als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 30 van Verordening (EU) nr. 575/2013, na alle aftrekkingen overeenkomstig artikel 36 van die verordening, zonder de toepassing van de in de artikelen 46, lid 4, en 48 van die verordening bedoelde vrijstellingsdrempels.

5.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 3, door niet te voldoen aan de verplichting van de EBA om een hoger bedrag aan eigen vermogen aan te houden, na de beoordeling overeenkomstig de punten a) tot en met g) van dat lid.

6.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 5, door niet regelmatig een stresstest uit te voeren waarbij rekening wordt gehouden met ernstige maar plausibele financiëlestressscenario’s, zoals renteschokken en niet-financiëlestressscenario’s, zoals operationeel risico.

7.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 35, lid 5, door niet te voldoen aan de verplichting van de EBA om op basis van het resultaat van de stresstests een hoger bedrag aan eigen vermogen aan te houden.

8.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door geen activareserve aan te leggen en deze te allen tijde in stand te houden.

9.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door niet ervoor te zorgen dat de activareserve zodanig wordt samengesteld en beheerd dat de risico’s die verbonden zijn aan de officiële valuta waarnaar het significante e-moneytoken verwijst, worden gedekt.

10.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 1, door niet ervoor te zorgen dat de activareserve zodanig wordt samengesteld en beheerd dat de liquiditeitsrisico’s die verbonden zijn aan het permanente terugbetalingsrecht van de houders worden aangepakt.

11.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 3, door niet ervoor te zorgen dat de activareserve operationeel gescheiden is van de boedel van de uitgever en van de activareserve van andere e-moneytokens.

12.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 6, indien zijn leidinggevende orgaan niet voor een effectief en prudent beheer van de activareserve zorgt.

13.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 6, door niet ervoor te zorgen dat tegenover de uitgifte en terugbetaling van de significante e-moneytoken altijd een overeenkomstige toename of afname van de activareserve staat.

14.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 7, door te de geaggregeerde waarde van de activareserve, niet te bepalen op basis van marktprijzen, en door er niet voor te zorgen dat de geaggregeerde waarde ervan altijd ten minste gelijk is aan de geaggregeerde waarde van de vorderingen op de houders van de in omloop zijnde significante e-moneytoken op de uitgever.

15.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 8, door niet te beschikken over een helder en gedetailleerd beleid dat een beschrijving bevat van het stabilisatiemechanisme voor de significante e-moneytoken dat voldoet aan de voorwaarden van de punten a) tot en met g), van dat lid.

16.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 9, door niet om de zes maanden, vanaf de datum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel, een onafhankelijke audit van de activareserve te laten uitvoeren.

17.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 36, lid 10, door de EBA niet in kennis te stellen van het resultaat van de audit overeenkomstig dat lid, of door het resultaat van de audit niet binnen twee weken na de datum van kennisgeving aan de EBA bekend te maken.

18.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 1, door niet te zorgen voor de vaststelling, instandhouding of uitvoering van beleidslijnen, procedures en contractuele regelingen op het gebied van bewaring die te allen tijde ervoor zorgen dat de in de eerste alinea, punten a) tot en met e), van dat lid opgesomde voorwaarden zijn vervuld.

19.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 2, door in geval van de uitgifte van twee of meer significante e-moneytokens niet voor elke activareservepool over een bewaringsbeleid te beschikken.

20.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 3, door niet ervoor te zorgen dat de reserveactiva uiterlijk vijf werkdagen na de datum van uitgifte van de significante e-moneytoken in bewaring worden gehouden door een aanbieder van cryptoactivadiensten die namens cliënten instaat voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva, door een kredietinstelling of door een beleggingsonderneming.

21.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door niet met de nodige vaardigheden, zorg en zorgvuldigheid te werk te gaan bij de selectie, aanstelling en evaluatie van aanbieders van cryptoactiva, kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die als bewaarnemers van de reserveactiva worden aangesteld, of door niet ervoor te zorgen dat de bewaarnemer en de uitgever twee verschillende rechtspersonen zijn.

22.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door niet ervoor te zorgen dat de tot bewaarnemers van de reserveactiva aangestelde aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen en beleggingsondernemingen over de nodige deskundigheid en marktreputatie beschikken om als bewaarnemers van dergelijke reserveactiva op te treden.

23.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 4, door er in de contractuele regelingen met bewaarnemers niet voor te zorgen dat de in bewaring gehouden reserveactiva beschermd zijn tegen vorderingen van de schuldeisers van de bewaarnemers.

24.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 5, door in de beleidslijnen en procedures inzake bewaring niet de selectiecriteria uiteen te zetten voor de aanstelling van aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen of beleggingsondernemingen tot bewaarnemers van de reserveactiva, of door niet de procedure uiteen te zetten om een dergelijke aanstelling te evalueren.

25.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 5, door niet op regelmatige basis de aanstelling van aanbieders van cryptoactivadiensten, kredietinstellingen of beleggingsondernemingen tot bewaarnemers van de reserveactiva te evalueren, door niet zijn blootstelling aan dergelijke bewaarnemers te evalueren, of door niet doorlopend de financiële positie van dergelijke bewaarnemers te monitoren.

26.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 6, door niet ervoor te zorgen dat de bewaring van de reserveactiva gebeurt in overeenstemming met de eerste alinea, punten a) tot en met d), van dat lid.

27.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 37, lid 7, indien de aanstelling van een aanbieder van cryptoactivadiensten, kredietinstelling of beleggingsonderneming tot bewaarnemer van de reserveactiva niet in een contractuele regeling is vastgelegd, of indien de informatiestroom die noodzakelijk wordt geacht om de uitgever van de significante e-moneytoken, de aanbieder van cryptoactivadiensten, de kredietinstellingen en de beleggingsonderneming in staat te stellen hun taken als bewaarnemers te vervullen, niet middels een dergelijk contractuele regeling wordt geregeld.

28.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 38, lid 1, door de activareserve te beleggen in producten die niet zeer liquide financiële instrumenten met minimaal markt-, krediet- en concentratierisico zijn, of indien die beleggingen niet snel kunnen worden geliquideerd met een minimaal negatief effect op de prijs.

29.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 38, lid 3, door de financiële instrumenten waarin de activareserve wordt belegd, niet conform artikel 37 in bewaring te houden.

30.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 38, lid 4, door niet alle winsten of verliezen en alle uit de belegging van de activareserve voortvloeiende tegenpartijrisico’s of operationele risico’s te dragen.

31.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 1, door niet te zorgen voor de vaststelling, toepassing en instandhouding van een beloningsbeleid dat het gedegen en effectief risicobeheer van uitgevers van significante e-moneytokens aanmoedigt en geen prikkels creëert om de risiconormen te versoepelen.

32.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 2, door niet ervoor te zorgen dat zijn significante e-moneytoken op een billijke, redelijke en niet-discriminerende wijze in bewaring kan worden gehouden door verschillende aanbieders van cryptoactivadiensten met een vergunning voor de bewaring en het beheer van cryptoactiva namens cliënten.

33.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 3, door niet de liquiditeitsbehoeften te beoordelen of te monitoren om aan terugbetalingsverzoeken voor de significante e-moneytoken door houders ervan te kunnen voldoen.

34.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 3, door niet te zorgen voor de vaststelling, instandhouding of uitvoering van een beleid en procedures voor liquiditeitsbeheer, of door er met dat beleid en die procedures er niet voor te zorgen dat de reserveactiva een veerkrachtig liquiditeitsprofiel hebben waardoor de uitgever van de significante e-moneytoken normaal kan blijven functioneren, onder meer in scenario’s met liquiditeitsstress.

35.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 4, door niet regelmatig liquiditeitsstresstests uit te voeren of door de liquiditeitsvereisten niet aan te scherpen wanneer de EBA daarom verzoekt op basis van het resultaat van dergelijke tests.

36.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 45, lid 5, door zich niet te allen tijde aan de eigenvermogensvereiste te houden.

37.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, door geen herstelplan op te stellen en in stand te houden met door de uitgever van significante e-moneytokens te treffen maatregelen om opnieuw te voldoen aan de voor de activareserve toepasselijke vereisten in gevallen waarin de uitgever daar niet meer aan voldoet, met inbegrip van het behoud van zijn diensten die verband houden met de significante e-moneytoken, het tijdige herstel van de activiteiten en het nakomen van zijn verplichtingen bij gebeurtenissen die een aanzienlijk risico op verstoring van de activiteiten inhouden.

38.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 1, door geen herstelplan op te stellen en te onderhouden met passende voorwaarden en procedures die zorgen voor een tijdige uitvoering van herstelmaatregelen alsook met een breed scala aan herstelopties, zoals opgesomd in de derde alinea, punten a), b) en c), van dat lid.

39.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 2, door de EBA en indien toepasselijk zijn afwikkelingsautoriteiten en prudentiële toezichthoudende autoriteiten niet in kennis te stellen van het herstelplan binnen zes maanden na de datum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel.

40.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 46, lid 2, door het herstelplan niet op gezette tijdstippen te evalueren of bij te werken.

41.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 1, door geen operationeel plan op te stellen en in stand te houden dat een gecontroleerde terugbetaling van elke significante e-moneytoken ondersteunt.

42.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 2, door niet te beschikken over een terugbetalingsplan waaruit het vermogen van de uitgever van de significante e-moneytoken blijkt om de uitstaande uitgegeven significante e-moneytoken terug te betalen zonder buitensporige economische schade te berokkenen aan de houders ervan of aan de stabiliteit van de markten van de reserveactiva.

43.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 2, door niet te beschikken over een terugbetalingsplan met contractuele regelingen, procedures of systemen, waaronder de aanwijzing van een tijdelijk bewindvoerder, om te zorgen voor een billijke behandeling van alle houders van de significante e-moneytoken en om ervoor te zorgen dat houders van de significante e-moneytoken tijdig worden betaald met de opbrengsten uit de verkoop van de resterende reserveactiva.

44.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 2, door niet te beschikken over een terugbetalingsplan dat zorgt voor de continuïteit van kritieke activiteiten die noodzakelijk zijn voor de gecontroleerde terugbetaling en die worden verricht door de uitgever of een derde entiteiten.

45.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 3, door de EBA niet in kennis te stellen van het terugbetalingsplan binnen zes maanden na de datum van de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel.

46.

De uitgever maakt inbreuk op artikel 47, lid 3, door het terugbetalingsplan niet op gezette tijdstippen te evalueren of bij te werken.


whereas
Seguiamo le blockchain dal 2017. Disponibili per formazione e affiancamento agli avvocati. Sul podcast QUI disponibili le novità in materia